Opeens, boem: Gaddafi's mannen

Moammar Gaddafi blijkt een dag nadat de rebellen met onverwacht gemak oprukten in Tripoli, een kat-en-muisspel te spelen. Een rebel: „Hier is het niet veilig.”

Saif Al-Islam, son of Muammar Gaddafi, greets supporters in Tripoli August 23, 2011. Saif told journalists that Libya, which has been largely overrun in the past 24 hours by rebel forces seeking to topple his father, was in fact in government hands and that Muammar Gaddafi was safe. REUTERS/Paul Hackett (LIBYA - Tags: POLITICS CIVIL UNREST) Reuters

Hevige gevechten vanmorgen in het zuiden van Tripoli, rond het kazerneterrein waar Moammar Gaddafi zich naar wordt vermoed heeft teruggetrokken.

Of dat waar is, en zelfs of Gaddafi nog wel in Tripoli verblijft, was vanmorgen nog een mysterie – zoals veel in de onoverzichtelijke slag om Tripoli die dit weekeinde begon.

Gaddafi blijkt het kat-en-muisspel dat hij jarenlang met de internationale gemeenschap heeft gespeeld, ook vol te houden nu de oorlog van Libische rebellen, gesteund door de NAVO en Qatar, zich naar zijn eigen hoofdstad heeft verplaatst.

In Tripoli gingen vanmorgen geruchten rond dat hij zich heeft verstopt onder het Rixos-hotel, waar buitenlandse journalisten vanmorgen een verrassingsbezoek kregen van Seif al-Islam Gaddafi, de zoon van Gaddafi over wie de rebellen een een dag eerder nog meldden dat hij gevangen genomen was.

Hoe dan ook, het 42-jarige regime van de kolonel toont sinds vannacht meer leven dan gisteren nog mogelijk leek. De Libische rebellen voorspelden gisteren een dag vol straatfeesten om hun inname van de hoofdstad te vieren. Maar in de namiddag werden ze in verschillende wijken aangevallen en moesten ze hun nieuwe hoofdkwartier in Tripoli alweer verlaten.

En hoewel de rebellen benadrukken dat zij heer en meester over Tripoli zijn, is het Groene Plein, het hart van de stad waar de rebellen zondag vrijwel moeiteloos heenreden, nu weer in handen van troepen loyaal aan Gaddafi.

De dag was optimistisch begonnen. De rebellen reden ’s morgens met de kin omhoog de Militaire Academie voor Revolutionaire Vrouwen binnen, in het centrum van Tripoli, aan de rand van de Middellandse Zee. Het strategische gebouw, een voormalig opleidingscentrum van het Libische leger, zou voorlopig als militair hoofdkwartier in de stad dienen, meldde plaatsvervangend commandant Emhemed Ghula ter plaatse.

Gekleed in een smetteloze witte jurk, afgemaakt met een vest van gouddraad, loopt hij kalm met zijn handen op de rug tussen zijn troepen: mannen met machinegeweren in de hand en stoffige sandalen aan de voeten. Alles lijkt rustig.

De zeebries verdrijft de zomerhitte, rebellen doen een dutje in het dorre gras, anderen sleutel wat stukken luchtafweergeschut die ze achterop een pick-uptruck hebben vastgebonden. De sfeer is goed, de hoofdstad is ingenomen zonder veel tegenstand, het opbouwen van het land kan beginnen. Dat is de stemming.

Ghula, in een eerder leven een adviseur in de onroerendgoedsector, zegt dat zijn mannen de stad van binnenuit hebben ingenomen. Door wapens binnen te smokkelen met bootjes, geweren te kopen van soldaten en een ondergronds verzetsnetwerk te organiseren, kozen ze zelf de datum voor de opstand, zegt hij. „Meer dan 90 procent van de stad is nu in onze handen,” zegt Ghula. „De straten zijn van ons.”

Een paar minuten later zwaaien de stalen deuren van de academie open met een enorme knal. Vanuit het niets duiken Gaddafi-aanhangers op. Ze voeren een aanval op het nieuwe rebellen hoofdkwartier uit. Geweervuur lijkt van alle kanten te komen.

Rebellen met wijd open gesperde ogen rennen ongecoördineerd door elkaar, journalisten duiken ineen in hoekjes terwijl auto’s ontploffen en verschillende mensen worden geraakt.

Meer dan een half uur wordt er intensief geschoten. Scherpschutters nemen de academie ook vanaf flatgebouwen rondom onder vuur, af en toe vallen er mortiergranaten. Na een paar uur wachten kan iedereen de basis verlaten. De rebellen gaan verhuizen zeggen ze. „Dit is geen veilige locatie,” concludeert Ghula koeltjes, terwijl zijn mannen haastig hun spullen pakken.

Discipline is een ander probleem van de rebellen op hun tweede dag in de hoofdstad.

De Nationale Overgangsregering, nu nog gezeteld in Benghazi, heeft bepaald dat er zeker 100 hooggeplaatste Gaddafi-loyalisten moeten worden gearresteerd.

De politieke leiders hebben benadrukt dat alle gevangenen humaan worden behandeld, hun rechtzaken transparant zullen zijn en de mensenrechten worden gerespecteerd.

Maar midden op de Siahiastraat in west-Tripoli schieten rebellen met donderende knallen luchtafweergeschut af, als teken van blijdschap.

De ster-presentatrice van de Libische staatstelevisie, Hale Misrati, is gearresteerd in haar auto, en wordt vastgehouden in een nabijgelegen gebouw.

Een woedende groep rebellen staat voor de poort en eist dat Misrati wordt overgeleverd aan hen. „Ze moet dood!”, roept iemand. Een paar dagen geleden was ze op televisie met een pistool in haar hand, zwerend dat ze Gaddafi tot de dood zal verdedigen.

Nu is ze te horen van achter een deur terwijl ze roept dat ze onschuldig is. „Gaddafi heeft me voorgelogen!”, schreeuwt ze. „Je bent een verrader!” roept een man terug.

De rebellen proberen de deur te forceren om naar binnen te komen – in een poging om haar te lynchen. Een commandant binnen op de gang schiet herhaaldelijk in de lucht, om hen weer naar buiten te drijven.

Misrati laat zich niet zien, maar alles is goed met haar, bezweert een andere rebel, Abdul Al Afiz. „Ze is erg nerveus,” zegt hij. „Ze zegt ons dat ze nu inziet dat de rebellen goed zijn en Gaddafi slecht.”