Niet iedereen houdt van zomers weer

Veel mensen denken dat zonnig weer vrolijk maakt en regen en kou somber. Maar onderzoek waarbij wetenschappers het weer noteerden en proefpersonen geheel argeloos hun stemming, liet hooguit een klein verband zien en soms zelfs geen enkel verband. Een team van Nederlandse, Duitse en Belgische onderzoekers begrijpt inmiddels hoe dat komt, schrijven ze in een artikel dat binnenkort in het wetenschappelijk tijdschrift Emotion verschijnt.

Mensen worden op verschillende manieren door het weer beïnvloed, ontdekten ze. Er zijn vier verschillende ‘weertypen’: mensen die van zonnig weer houden of het juist haten, mensen die vooral regen haten en mensen die zich van het weer niet zoveel aantrekken.

De psychologen vroegen ruim 400 Nederlandse adolescenten en hun moeders steeds vijf dagen achter elkaar hoe gelukkig, boos en angstig ze die dag waren – en dat in juni, september en november, twee jaar achtereen. Bij het KNMI vroegen de onderzoekers het percentage zon, de gemiddelde temperatuur en het aantal uur regen op die dagen op.

Zowel bij de moeders als bij hun kinderen kwamen de vier typen voor, in verschillende verhoudingen: onder moeders waren meer zomerliefhebbers (27 procent) dan zomerhaters (11 procent), onder hun kinderen was dat andersom (17 tegen 27 procent). De meeste moeders én kinderen (bijna de helft) trokken zich trouwens weinig van het weer aan.

De onderzoekers vinden het grote aantal zomerhaters opvallend. Ze vragen zich af of die risico lopen op een ‘zomerdepressie’, de vrij zeldzame tegenhanger van de winterdepressie. In onderzoek daarnaar wordt vaak gevraagd of de stemming verandert met het weer. Misschien zeggen mensen gewoon niet snel dat de zon hen somber maakt.