Na 40 jaar zijn de vragen onveranderd

Wil de Libische oppositie straks democratie serieus nemen, dan zal ze die democratie niet af moeten willen kopen, vindt Saskia van Genugten

De Libische oppositie bevindt zich in het publieke hart van Gaddafi’s regime en het Groene Plein is inmiddels omgedoopt tot Martelaars Plein. Waar tot voor kort de slogan „alleen maar God, Moammer en Libië” klonk, overheersen nu andere kreten: „God is groot” en simpelweg, ´Vrijheid. Dat God een rol zal blijven spelen in het nieuwe Libië, daar is de meerderheid het wel over eens. Minder duidelijk is hoe dat andere concept, vrijheid, ingevuld gaat worden.

Met het verdwijnen van Gaddafi’s harde hand verschijnt een vreemd dilemma: na veel te lang veel te weinig vrijheid te hebben gekend, doemt er nu een gevaarlijke overdaad aan vrijheid op, zowel op straat- als op politiek niveau.

Ongetwijfeld zal een politiek machtsvacuüm op verschillende plaatsen wetteloosheid in de hand spelen, uitnodigen tot wraakacties en tot plunderen. Dat zo goed als iedereen bewapend rondloopt, vergemakkelijkt de situatie niet. Terwijl veel Libiërs bereid zullen zijn de periode van economische stagnatie en onzekerheid geweldloos uit te zitten voor het nationale belang, zullen anderen besluiten dat vrijheid betekent dat naar geen enkele autoriteit meer geluisterd hoeft te worden en kiezen voor kortstondig individueel gewin à la Londen. Human Rights Watch heeft al eerder kanttekeningen gezet bij het gedrag van sommige rebellen en als NAVO haar rol om burgers te beschermen serieus blijft nemen, moeten vergeldingsacties tegen de vele pro-Gaddafi strijders, streng worden veroordeeld.

Een machtsvacuüm is dan ook wat de Nationale Overgangsraad, op sterk aandringen van westerse en niet-westerse regeringen, probeert te voorkomen. Leider Mustafa Abdul Jalil spreekt van een nieuw Libië, gestoeld op beginselen van vrijheid, democratie, gelijkheid, rechtvaardigheid en transparantie. Mensenrechten en international recht zullen hoog in het vaandel gehouden worden, minderheden bescherming genieten en Libië zal een constructieve rol spelen in de internationale gemeenschap. Met deze schets vinkt Jalil alle noodzakelijke hokjes voor westerse steun af, en kunnen westerse regeringen hun parlementen gerust stellen. Zeker nu hij blijft benadrukken dat het islamitisch kader gematigd blijft.

Buitenlandse regeringen hebben vertrouwen in Jalils Raad. Maar of hij ook de nodige binnenlandse legitimiteit krijgt na Gaddafi’s val, is nog te bezien. De nieuwe autoriteiten in Misrata hebben bijvoorbeeld al laten weten de Raad niet te erkennen. Waarschijnlijk zullen zij niet de enigen zijn. De Libische oppositie preekt eenheid, maar onder het oppervlak blijft het een allegaartje van oud-regimemedewerkers, seculaire elites terug van ballingschap, religieuze conservatieven, liberalen en sociaal-democraten – voornamelijk uit het oosten des lands. De eliminatie van Abdel Fatah Younis eerder deze maand demonstreert dat een bloedige machtsstrijd binnen de oppositiestrijders, niet uitgesloten is.

In verschillende opzichten staan Abdul Jalil en zijn Overgangsraad nu voor dezelfde vragen en problemen waar Moammer Gaddafi en zijn Revolutionaire Commando voorstonden in september 1969. Gaddafi preekte een visie van eenheid, democratie, en nationale waardigheid. Toen bleek dat Gaddafi’s visie niet door iedereen werd gedeeld, permitteerde Gaddafi zichzelf vrijheden die een goedwerkende democratie in de weg staan: repressie, maar ook, redistributie vanuit een rentenierstaat.

De Libische oppositie, buitenlandse leiders en vele commentatoren weten het tekort aan pluralisme en fundamentele vrijheden in Libië voornamelijk aan Gaddafi’s keiharde repressie. Volgens het politieke verhaal van de revolutionairen, kon Gaddafi Libië 42 jaar in zijn greep houden – op de week af – door middel van zijn brute repressieapparaat. Natuurlijk zit daar meer dan een greintje waarheid in en geen enkel weldenkend mens kan er oprecht rouwig om zijn dat zo’n regime gebroken wordt.

Maar repressie was slechts een van de pijlers waarop Gaddafi’s macht berustte. Het herverdelingsvermogen van de staat en de vergaande acceptatie hiervan, is minstens zo belangrijk geweest. In plaats van belastingen te vragen en deze vervolgens te herverdelen en daar verantwoording over af te leggen, werden olierijkdommen aangewend om legitimiteit te kopen. Gaddafi vroeg zijn onderdanen niet om geld, maar gáf hun geld. Hij beloonde supporters met subsidies, giften, renteloze leningen, auto’s van de staat, gratis onderwijs, gratis zorg, en verstrekte vele nodeloze banen in de publieke sector. Een merendeel van de Libiërs heeft het decennia voor lief genomen dat de staat haar van de wieg tot het graf subsidieerde. Dat dit gebeurde in ruil voor politieke inschikking, werd door een kritieke meerderheid geaccepteerd, steeds vaker uit angst dit alles te verliezen.

Veel aandacht is er altijd voor een debat over de (on)verenigbaarheid van islam en democratie. Een debat over de (in)compatibiliteit van rentenierstaten en democratie wordt over het hoofd gezien.

Als Abdul Jalil en zijn Raad democratie serieus willen nemen, zullen ze zichzelf moeten weerhouden van het aanwenden van deze direct beschikbare financiële vrijheid om democratie af te kopen. En de bevolking van Libië moet willen stemmen voor ideeën, en niet degene die het meeste biedt.

Saskia van Genugten is PhD-kandidaat bij European studies aan de SAIS Johns Hopkins University (Bologna/Washington DC).

    • Saskia van Genugten