Multitalent met kenmerken van Fanny Blankers

Roem snelt Dafne Schippers (19) vooruit, bij haar debuut op de WK atletiek, vanaf vrijdag in het Zuid-Koreaanse Daegu. Ze doet mee aan de 200 meter en de estafette. Volgend jaar wacht in Londen de olympische zevenkamp.

„Wát een benen. En kijk dat bovenlichaam: vrijwel bewegingloos tijdens het lopen. Wat een krachtige sprint. Een prachtige atlete.” De loftuiting komt van sportarts Peter Vergouwen, kenner van sportlichamen. Hij herkent in één oogopslag de klasse van atlete Dafne Schippers, het negentienjarige multitalent met kenmerken van Fanny Blankers-Koen.

Ach, wie is er niet lyrisch over Schippers? Iedereen die iets van atletiek weet, heeft haar al de hemel in geprezen. Maar Schippers is ook zo goed, dat ze zelfs op een gewone doordeweekse training met de estafetteploeg (4x100 meter) toeschouwers in vervoering brengt. En dan beperkt Vergouwen zich nog maar tot een fysiologisch oordeel. Trainers die je spreekt roemen uitvoerig haar technische en mentale kwaliteiten.

Schippers is hot nu zij volgende week naar de WK in het Zuid-Koreaanse Daegu mag en zich op de zevenkamp heeft genomineerd voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Londen. Ze is nog junior, maar presteert als een senior. Opmerkelijk genoeg vooral op sprintnummers, niet eens haar specialisme. Want Schippers vindt zichzelf een meerkampster, geen sprintster. „Het is leuk om de 100 en 200 meter erbij te doen. Dat klinkt stom, omdat het zo goed gaat. Maar zo voel ik dat. Ik train er ook niet specifiek op. Eén keer per week, als onderdeel van de meerkamp. Ja, eerlijk gezegd vind ik de sprint alleen een beetje saai.”

Uit de mond van Schippers klinkt dat allerminst hautain. Omdat de atlete uit Utrecht de bescheidenheid zelve is, ook al is ze zich bewust van haar bijzondere kwaliteiten. „Maar ik zie mezelf nog steeds als een talent”, zegt ze stellig. „Pas als ik bij de senioren hoog op de wereldranglijsten sta, ben ik talent af. Op nationaal niveau presteer ik aardig, maar internationaal stelt dat nog weinig voor. Iedereen doet opgewonden over mijn tijd van 11,19 seconden op de 100 meter, afgelopen weekeinde in Mannheim. Maar zelfs met de Nederlandse recordtijd van 11,08 doe je op de WK niet mee om de medailles. Echt, het moet nog veel sneller.”

Om overbelasting te voorkomen laat Schippers in het warme en vochtige Daegu de meerkamp en de 100 meter schieten. Op dwingend advies van de kenners beperkt ze zich aan het eind van een lang en zwaar seizoen tot de 200 meter en de estafette. Hoewel niet van harte, is ze er mee akkoord gegaan. „Eerst had ik moeite met die keus, maar intussen heb ik het geaccepteerd. Ik wil nu knallen op de 200 meter, de eerste die ik buiten meerkampverband loop. Volgend jaar wordt echt belangrijk; dan wil ik er staan op de meerkamp tijdens de Olympische Spelen.”

Ja, zegt Schippers, deelname aan de WK in Daegu is een toetje na een seizoen waarin ze de persoonlijke records aaneen reeg. Maar tegelijkertijd is het een ideale gelegenheid de hardheid van grote kampioenschappen te ervaren. En daar ziet ze naar uit. Want de Europees en wereldkampioene meerkamp bij de junioren is ambitieus. Ze wil pertinent slagen als atlete. Om die reden onderbreekt ze na Kerst haar studie aan de pabo in Arnhem. De toekomstige juf wil zich onbelast voorbereiden op de Olympische Spelen. Want om nu te zeggen, dat ze veel medewerking van de schoolleiding krijgt, niet bepaald. Kribbig: „Het is weliswaar een op sporters ingerichte lootschool, maar daar merk ik op de pabo weinig van. Maar als ik naar de Spelen mag, zal dat wel veranderen. Dat spreekt meer tot de verbeelding dan een juniorenkampioenschap.”

Zo intensief Schippers met haar sport bezig is, zo laconiek reageert ze op haar concurrenten. Ze heeft meestal geen idee wie haar tegenstanders zijn. Het kenmerkt de topatleten, die voornamelijk met zichzelf bezig zijn. Minzaam lachend: „Ik ken mijn tegenstanders op de 200 meter voornamelijk van de tv. Ik vind het lastig om namen met gezichten te combineren. Ach, wat maakt het uit, iedereen loopt hard. Ja, natuurlijk ken ik Allyson Felix, de wereldkampioene op de 200 meter. Maar ook bij de WK of Olympische Spelen geldt: je moet je eigen race lopen.”

Schippers ziet uit naar de estafette, die ze vrijwel zeker met Kadene Vassell, Anouk Hagen en Jamile Samuel loopt. Hoewel ze individueel ingesteld is, geniet Schippers van de samenwerking in teamverband. Haar gevoel daarover vat ze als volgt samen: „Weer eens wat anders... Het heeft wat. Leuk om erbij te doen. En goed voor de andere loopsters, die nu de kans krijgen in een groot stadion op een groot toernooi te lopen. Wie weet stimuleert die ervaring, zodat ze later zich ook individueel kunnen kwalificeren. Nee, er is geen afgunst, ook al ben ik de snelste. Ja, dat is eigenlijk heel oneerlijk. Maar ik ben er blij mee.”