Man achter 'Hound dog' en vele andere hits

Jerry Leibers flexibele straattaalteksten bepaalden mede de door de zwarte muziek geïnspireerde sound van Elvis’ beginjaren.

Rock and roll songwriters Jerry Leiber (R) and Mike Stoller are shown with singer Elvis Presley (C) at MGM studios in Culver City, California in this 1957 publicity photograph. Leiber, who partnered with Stoller to write such iconic rock hits as "Hound Dog" and "Jailhouse Rock," died on August 22, 2011 at age 78, his representatives said. REUTERS/Courtesy Bobbi Marcus Public Relations and Events, Inc./Handout (UNITED STATES - Tags: OBITUARY ENTERTAINMENT) B/W ONLY. NO SALES. NO ARCHIVES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS REUTERS

Big Mama Thornton zong Hound dog precies zoals de makers het hadden bedoeld: ruig en rechtstreeks uit de onderbuik. Het nummer werd dan ook een hit, in 1953. Maar omdat de Amerikaanse hitlijsten toen nog raciaal gescheiden waren, was het alleen tot de zwarte hitparade doorgedrongen. De blanke lijst, die in zakelijk opzicht veel belangrijker was, volgde pas drie jaar later, toen Elvis Presley het op de plaat zette.

Jerry Leiber (tekst) en Mike Stoller (muziek) hadden zodoende veel aan het jonge rockidool te danken, maar ze hebben nooit verholen dat ze zijn versie de mindere vonden: te snel, te gespannen en te springerig. En bovendien zonder hun toestemming gekuist. De hitsig grommende zinsnede „you can wag your tail, but I ain’t gonna feed you no more” was veranderd in „you ain’t never caught a rabbit and you ain’t no friend of mine”. Leiber en Stoller hebben nooit begrepen waar dat konijn op sloeg.

Jerry Leiber is gisteren op 78-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles overleden. Mike Stoller en hij waren twee joodse studenten die elkaar op hun negentiende vonden in hun voorliefde voor de zwarte rhythm and blues. Een van hun eerste pogingen om zelf iets in die stijl te schrijven, was Hound dog. Een ander vroeg nummer, Kansas City, werd eveneens door Presley gecoverd. En toen hij liet vragen of ze ook nieuwe nummers voor hem wilden maken, volgden er nog veel meer, met Jailhouse Rock als hoogtepunt. Zo bepaalden Leibers flexibele straattaalteksten en Stollers jive-ritmes de door de zwarte muziek geïnspireerde sound van Presley’s beginjaren. Mede door hun toedoen was de teenagermuziek in een ommezien kleurenblind geworden.

Hun samenwerking met Presley raakte verbroken, toen diens beruchte manager Colonel Tom Parker bezwaar maakte tegen hun hechte banden met zijn artiest. Parker wenste Presley’s repertoire zelf te bepalen.

Maar intussen was de reputatie van Leiber en Stoller zodanig gevestigd dat ze begin jaren zestig konden uitgroeien tot een ware hitfabriek, met nummers als Poison Ivy en Yakety Yak voor The Coasters, There goes my baby voor The Drifters, Stand by me voor Ben E. King en Leader of the Pack voor de Shangri-Las. Toen ze na een paar jaar de jongerenmarkt ontgroeid waren, was de buit zo goed als binnen. Met dit repertoire, dat zijn ereplaats in de canon van de rock-’n-roll nooit meer zal verliezen, was hun pensioen verzekerd.

Er zou echter nog één echte klassieker volgen: het hoogst volwassen Is that all there is?, in 1969 met uiterste finesse gezongen door Peggy Lee. Ook dat werd wereldberoemd.

    • Henk van Gelder