Koreanen op een EK? Ach, waarom niet

De vrouwenhockeyploeg van Azerbajdzjan bestaat vooral uit Koreanen.

Engels spreken ze niet. En ze hebben porseleinwitte gezichten van de zonnebrand.

De vragen aan coach Kim Gye-soo van het Azerbajdzjaanse vrouwenteam moeten eenvoudig zijn. Niet omdat hij niets kwijt wil na de 8-0 nederlaag tegen Nederland in de eerste groepswedstrijd van de EK hockey in Mönchengladbach. Het is een verzoek van zijn Koreaanse vertaler. Die is het Engels eigenlijk nauwelijks machtig, verontschuldigt hij zich.

Een eenvoudige vraag dus. Waarom zitten er zoveel Zuid-Koreanen in het Azerbajdzjaanse hockeyteam? „Ze hebben twee nationaliteiten”, antwoordt de vertaler, zonder de vraag te stellen aan de bondscoach. „Dat is bij ons geen probleem. En ze zijn drie jaar niet voor het Koreaanse team uitgekomen, sommigen zelfs helemaal niet. Dus dan mag het.” De rest van het antwoord gaat verloren tussen de beats op het Hockeypark die tot diep in de perstent doordringen.

Na de persconferentie wacht het wonderlijke Aziatische gezelschap van EK-deelnemer Azerbajdzjan geduldig op de bus naar het hotel. Tien Koreaanse vrouwen telt de selectie, hun gezichten porseleinwit van de zonnebrandcrème. Namen als Myungsoon Mammadova, Zhang Suleymanova en Mi Seon Aliyeva verraden de manier waarop zij aan het Azerbajdzjanschap zijn gekomen. Ze zijn „met de handschoen aan” getrouwd met een Azerbajdzjaanse man, zegt een toernooifunctionaris.

Wie de spelers iets wil vragen komt met Engels niet ver. Aanvoerder Kim Yoon-seon loopt de verslaggever zonder enige reactie voorbij. Niemand wil wat zeggen. Onderling wordt Koreaans gesproken, zonder kom je er niet tussen.

Dan maar weer naar de vertaler. Yang Sung-jin wil schoorvoetend wel toegeven dat de Koreaanse speelsters voor hun transfer „little money” kregen. „Maar verder weet ik daar niets van.” Gauw loopt hij door. Dan, uit het niets, draait hij zich om.

„Weet u, het hockey in Azerbajdzjan ontwikkelt zich naar een steeds hoger niveau. En dat is alleen maar goed, want in Europa draait het anders maar om vier landen. Dit EK ook weer, het is gewoon een vierlandentoernooi. Dat is toch waardeloos? Er moeten meer landen op topniveau komen.”

Het aantrekken van Koreanen is volledig legitiem, zegt de Brit Martin Gotheridge van de Europese Hockeyfederatie (EHF) die afgelopen vrijdag als voorzitter is opgevolgd door de Nederlandse Marijke Fleuren. „Ik hou er niet van, maar de regels staan het toe. Bij de Azerbajdzjaanse mannen worden nu Pakistanen ingelijfd. Ik begrijp dat die daarvoor 7.000 dollar per maand krijgen. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen als je uit Pakistan komt.”

Ernstiger was het incident waarbij twee Spaanse speelsters in de Azerbajdzjaanse hoofdstad Bakoe op cocaïnegebruik werden betrapt tijdens een kwalificatietoernooi voor de Spelen in 2008. Als de positieve controle stand had gehouden, was Azerbajdzjan naar de Spelen gegaan ten koste van Spanje.

Maar twijfels over de toedracht waren er direct, helemaal toen de bejaarde bondsvoorzitter van Spanje en zijn echtgenote de hoogste concentraties cocaïne bleken te hebben. De Spaanse lezing is dat de drugs via de airco zijn toegediend. De internationale hockeyfederatie (FIH) sprak Spanje vrij.

Het zijn toestanden waarover de Nederlandse aanvoerder Maartje Paumen gelukkig niet kan meepraten. Wel weet ze uit eigen ervaring hoe in Azerbajdzjan hockey wordt beleefd. Als speler van ’s-Hertogenbosch speelde ze daar in 2007 om de Europa Cup. „Er zit dan helemaal niemand op de tribune, behalve als het eigen team in actie komt. Dan gaan ze helemaal los. Bloedfanatiek. Dat was wel apart om mee te maken.”

Zolang ze er maar „netjes met 8-0 vanaf vliegen”, maakt het Paumen weinig uit dat het team voor het overgrote deel uit ingevlogen Aziatische spelers bestaat. „Maar waarom ze toch steeds zoveel Koreanen ‘importeren’ is mij een raadsel. Het helpt ze niet echt.”

Oud-bondscoach Herman Kruis, destijds trainer van ’s-Hertogenbosch, kan zich het Bakoe-avontuur ook nog levendig voor de geest halen. Wat Paumen „apart” noemt, beschrijft Kruis als „je moest niet buiten de dug-out komen daar, dan had je zo een klodder spuug in je nek”. Maar ook de organisatie deed vreemde dingen. „Dan had je een trainingssessie om drie uur gepland, en dan kreeg je ’s ochtends om half negen een briefje onder de deur. Dat je ineens om negen uur moet.”

Kruis noemt de aanpak van de Azeri „zonder structuur en gedachte”. Toch ontpopte Azerbajdzjan zich dit weekend als gegadigde voor de halve finale door met 5-3 te winnen van Italië. Maar om bij de laatste vier te komen moeten de Azeri vandaag in de laatste groepswedstrijd wel met grote cijfers van oude bekende Spanje zien te winnen.

Bij een eventuele finaleplaats zou het land zich zelfs plaatsen voor Londen 2012. De Koreaanse Azeri op de Spelen? Gotheridge: „Tja, dat moet kunnen. Dat kan je niet tegenhouden. Anders zou je iedere atleet de kans moeten ontnemen om via een ander land aan de Olympische Spelen deel te nemen. Daar is geen beginnen aan.”

    • Bart Hinke