Ik vind airconditioning goor

Het is algemeen bekend dat een onschuldig en romantisch ‘jij, ik, de Spaanse zon en een krap iglotentje’ eenmaal op de bestemming kan veranderen in een allesoverheersende relatietest.

Een vakantie kan een openbaring zijn. Plotseling blijkt je nieuwe amant veel genoegen te scheppen in het vleugellam maken van insecten, zodat die nog uren zwakjes zoemend op de veranda liggen. Of vindt je liefje alle lokale producten stinken naar schapenurine, en besluit enkel nog Frosties te eten. Haar eindeloze verhalen over korfbal blijken tijdens een verhitte wandeltocht iets minder schattig, en tijdens een rustpauze instrueert hij een voorbijkomend gebocheld Grieks vrouwtje met een takkenbos op haar rug om ijsjes te gaan halen.

Deze vakantie ervoer ik een duidelijk onderdeel van de test die je als geliefden in het buitenland moet ondergaan, een splijtzwam die de innigste minnaars genadeloos uit elkaar kan drijven. Het was: de airconditioning.

Ik vind airconditioning goor.

Hij vond 35 graden Celsius in de slaapkamer warm. Ik vond het natuurlijk ook wel warm, maar ook weer niet zo erg dat ik er die gore airco voor aan wilde zetten.

Dit meningsverschil resulteerde in doorwaakte nachten, waar we om beurten de macht over de airco-afstandbediening probeerden te grijpen. Als we gingen slapen was dat meestal in de geruststellende, broeierige damplucht van onze persoonlijke sauna, ik veegde nog even met de punt van het laken mijn zweetsnor af en was weg. Om een paar uur later plotseling bibberend wakker te worden op een poolvlakte. Boven mijn hoofd hing de airco, die op volle sterkte koude lucht uitblies. Terwijl ik raspend ademhaalde en met een knisperend geluid mijn droge ogen knipperde, zocht ik verwoed naar de afstandbediening. Pas als de airco uit was en de hitte langzaam terugkeerde, viel ik in slaap.

’s Ochtends hadden we meestal dit gesprek:

Ik: „Mijn ogen waren bijna bevroren vannacht.”

Hij: „Onze slaapkamer leek wel het ruim van een slavenschip. Ik lag in een waterbed. Van zweet.”

Waarna we zonder iets te zeggen elkaar taxerend aankeken, in de hoop dat de ander zou toegeven. Dit gebeurde niet.

Op dit punt komt het er dus op aan: hoe aircoöperatief is je lief? Is er een middenweg mogelijk? Stelt de liefde die je deelt je ook in staat om een gedeelde kamertemperatuur te vinden?

Het lukte ons uiteindelijk om middels streng aircomanagement een oplossing te vinden – voor we gingen slapen werd de airco even aangezet, en nog een keer kort tegen de ochtend. De een zweette iets meer dan gewenst, de ander klaagde soms over een perkamenten velletje – maar we hadden de test doorstaan.

Renske de Greef

    • Renske de Greef