IJzersterk, behalve in het hoofd

Zaterdag komt tweevoudig Europees kampioen Elco van der Geest (32) voor België uit op de WK judo in Parijs.

„Ergste dat kan gebeuren, is dat ik op mijn bek ga.”

Als Elco van der Geest komende zondag ontwaakt in Parijs, weet hij zeker dat elke vezel van zijn lichaam pijn doet. Op zijn nachtkastje ligt de medaille van de laatste wereldkampioenschappen in zijn loopbaan. Of niet. „De druk is absoluut niet leuk, maar het deprimeert me niet meer. Het is geen oorlog. Het ergste dat kan gebeuren, is dat ik op mijn bek ga.”

Van der Geest (32) is realistisch: hij heeft meer verloren dan gewonnen. Hij behaalde twee Europese titels (2002 en 2010), beide met een bijzondere waarde. De eerste keer won hij tegelijk met zijn broer Dennis een gouden medaille, de tweede keer versloeg hij in de finale Henk Grol, zijn vijf jaar jongere concurrent die hem in 2009 deed besluiten voor België uit te komen.

In de tussenliggende jaren overheersten de tegenslagen. Slepende blessures aan hamstrings en knieën beschadigden ook zijn geest. Hij stond als een robot op de mat, uit angst voor nieuwe beschadigingen.

Het kostte hem onder meer zijn plek in de Nederlandse selectie. Het gevoelsmens Van der Geest was voorbijgestreefd door de no-nonsense Grol. Voortaan klinkt voor hem de Brabançonne, al traint hij wegens gebrek aan Belgische concurrentie vooral bij Kenamju, de sportschool van zijn vader Cor. Henk Grol traint daar ook. Maar sparren met elkaar, dat doen ze niet. „Ik heb veel respect voor hem als sportman en vind het echt geen onaardige jongen, maar gevoelsmatig heb ik niks met hem. Hij is kort door de bocht, een rauwdouwer met boerenslimheid. Ik zit anders in elkaar, maar gun hem zijn succes.”

Van der Geest, die vermoedelijk afscheid neemt na de Olympische Spelen van volgend jaar in Londen, vond in zijn donkere dagen vooral steun bij haptonoom Ted Troost. „Hij heeft me geleerd anders te kijken naar mijn sport en naar het leven. Soms moet ik ergens de lol van inzien als het niet lukt, een compleet andere reactie dan anders. Ik ben voor wedstrijden ook erg bezig met contact maken met mijn tegenstanders. Ik pak ze vast om signalen van ze door te krijgen. Ook probeer ik energie te halen uit het publiek in de zaal.”

Hij noemt oud-voetballer Ruud Gullit, ook een protegé van Troost. „Gullit speelde in Italië eens tegen een ploeg die iedereen onder de mat schoffelde. Hij stond met AC Milan te wachten om het veld op te gaan toen die gasten schreeuwend hun kleedkamer uitkwamen met keiharde muziek. Gullit wachtte ze op en pakte ze even vriendelijk vast. ‘Hé, hoe is het? Ja, goed? Thuis ook?’ Dat was het tegenovergestelde van wat ze wilden bereiken met hun agressieve gedrag. Ze stonden meteen 1-0 achter.”

Nog een voorbeeld, van bokslegende Muhammad Ali. „Als hij wist dat hij niet op de normale manier kon winnen, was hij zo helder in de ring van plan te wisselen. Dan maakte hij zijn tegenstander niet gek door om hem heen te dansen, maar door op hem in te praten. ‘Kom op, is dit alles? Je slaat als een meisje.’ Zijn tegenstander raakte dan gefrustreerd en sloeg in twee minuten al zijn energie eruit.”

Van der Geest geniet in zijn eigen sport van de voormalig olympisch- en wereldkampioen Ilias Iliadis uit Griekenland. „Let maar eens op hem in de warming-up. Iedereen staat als een bezetene te sparren en hij loopt maar wat rond in zijn judobroek en een oude trui. Hij pakt alleen wat andere judoka’s vast, even sjorren, even voelen hoe het is. Daarna stapt hij vol overtuiging de mat op. Prachtig.”

Van der Geest is zelf ook niet het type dat in zijn handen spuwt en de tatami opstormt, zoals zijn vader Cor, ook technisch directeur van de judobond. „Zo was ik als twintigjarige. Nu ben ik een volwassener jongen met een aanpak die meer bij me past. Ik vind het moeilijk dat mijn vader uit te leggen. Ik kan wel zeggen dat ik agressief ben als ik de mat opstap, maar ik moet het ook nog voelen. Het werkt beter als ik het uitspreek als ik eens heel zenuwachtig ben. En waarom zou ik mijn tegenstander niet als vriend zien? Als hij er niet is, kan ik hem ook niet verslaan.”

Van der Geest balanceert mentaal nog altijd op een dun koord, zo bleek bij de EK in april, toen hij in de eerste ronde werd uitgeschakeld. „Ik was niet in mijn hum en stond tegen mezelf te knokken. Dan denk ik na over de gevolgen, dat het niks wordt als ik me zo voel. Dat maakt me kwetsbaar. Mentaliteit is nooit mijn sterkste punt geweest en dat zal altijd wel zo blijven. Toch kan ik door mijn karakter ook boven mezelf uitstijgen, in een flow raken. Dat heeft met vertrouwen te maken en concentratie.”

Zijn coach Louis Wijdenbosch prent hem in onder moeilijke omstandigheden toch de goede handelingen te blijven verrichten. „Mijn intuïtie zegt dat ik altijd een tegenstander op zijn rug moet leggen. Zeker als ik me niet lekker voel, schiet ik uit onmacht in mijn comfortzone en zoek de actie. Maar dat kost me wedstrijden tegen judoka’s die alleen maar loeren op mijn zwakke momentje. Soms moet ik ook lelijk willen winnen, ook al is het niet mijn stijl.”

Van der Geest trainde de afgelopen weken tegen sparringpartners in Barcelona, Minsk, Hamburg en Londen. „Ik wilde gasten met wie ik moeite heb in mijn handen hebben gevoeld. Dat geeft vertrouwen. Nu weet ik dat ik jongens van wie ik in het laatste half jaar heb verloren, ook kan verslaan. Ik ben zeker geen favoriet, maar hoe ik me zaterdagochtend ook voel, ik weet dat een medaille bij de WK erin zit.”