Het woord is nu aan de Libiërs zelf

Het eindspel van Moammar Gaddafi heeft een half jaar geduurd. Het begon op 15 februari, toen in Benghazi de burgers voor het eerst sinds veertig jaar massaal de straat opgingen tegen het bewind van de 69-jarige kolonel. Het eindigt, na een zes maanden durende burgeroorlog, met de te voorziene val van Tripoli. Zijn zoons zijn gevangengenomen door de rebellen. Gaddafi zelf lijkt tot het laatst te opteren voor Der Untergang, het compromisloze scenario van dictators die het ‘ondankbare’ volk met zich mee het graf in willen slepen. Tot het bittere einde berokkent Gaddafi zijn land zo schade en trekt hij een wissel op de toekomst. Van het soms bijna folkloristische imago dat de Libische leider zich na zijn toenadering tot de VS en Europa tien jaar geleden liet aanleunen, is niets meer over.

Het werd tijd. Het bewind van Gaddafi was bloedige ernst. Aan dat regime komt nu ook bloedig een einde: door de gewapende opstand en door de luchtsteun die de NAVO de rebellen daarbij bood.

Het Atlantisch bondgenootschap ging volkenrechterlijk formeel buiten zijn boekje. Toen de Veiligheidsraad medio maart besloot tot een embargo en een vliegverbod boven Libië – een beslissing die mogelijk was doordat China en Rusland geen veto uitspraken maar zich van stemming onthielden – ging het om de „bescherming van de burgerbevolking” en zeker niet om de val van het regime. Sindsdien hebben de geallieerden de passage waarin stond dat ze „alle noodzakelijke middelen” mochten gebruiken om die no-flyzone af te dwingen, ruim geïnterpreteerd.

De NAVO zal last houden van dit oprekken van haar mandaat, zoals al is gebleken bij de mislukte pogingen om een resolutie over Syrië op te stellen. Dat neemt niet weg dat Gaddafi’s bewind er nog was geweest als de NAVO dat niet had gedaan. Zij heeft met haar ruime interpretatie vermoedelijk voorkomen dat de burgeroorlog nog bloediger en langduriger zou worden. Wellicht dat ze nu genoeg prestige heeft om eindeloze lynchpartijen te voorkomen. Maar bijltjesdag lijkt onvermijdelijk, mede doordat Libië een stammenstaat is gebleven. Bovendien gaat het na Gaddafi evenzeer om de exploitatie van de oliebronnen. Zulke rijkdom nodigt gewoonlijk niet uit tot compromissen.

Illustratief is dat China, dat tot nu toe geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen, vanmorgen al heeft beloofd bij te dragen aan de wederopbouw van Libië. Anders dan de NAVO heeft het geld genoeg.

Dat is wrang. Maar het Westen moet toch terughoudend zijn. Hulp kan worden geboden als de rebellenraad daarom vraagt. Maar Irak moet niet herhaald worden. Het woord is primair aan de Libiërs zelf.