Hergebruik al uw oude brood

Mijn oma riep het, mijn moeder riep het en nu roep ik het ook: „Als ik maar genoeg heb.” Als er een groot gezelschap komt eten, raak ik elk gevoel voor proportie kwijt en kan ik op geen enkele wijze meer inschatten hoeveel aardappelsalade ik moet maken. In het geval van mijn oma had de

Mijn oma riep het, mijn moeder riep het en nu roep ik het ook: „Als ik maar genoeg heb.” Als er een groot gezelschap komt eten, raak ik elk gevoel voor proportie kwijt en kan ik op geen enkele wijze meer inschatten hoeveel aardappelsalade ik moet maken. In het geval van mijn oma had de angst om te weinig te hebben ongetwijfeld iets te maken met de oorlog. Ze was iemand die graag mensen over de vloer had, iedereen was welkom en mocht blijven eten. Het moet uitermate frustrerend voor haar geweest zijn dat ze op een gegeven moment niet meer gul en hartelijk kón zijn, omdat er simpelweg niet genoeg was.

Maar het is natuurlijk – ook zonder oorlogsverleden – een universele angst van iedereen die een partijtje geeft: leeg geschraapte schalen en gasten die hoopvol richting keuken kijken of er nog iets eetbaars tevoorschijn komt. Ik ga deze vrees te lijf door te zorgen dat er altijd in elk geval een flinke hoeveelheid (Turks) brood op tafel staat. Dat vult lekker en kinderen nemen er geen aanstoot aan. Toen ik vlak voor mijn laatste feestje tegen mijn echtgenoot zei dat ik voor de zekerheid toch nog maar even wat stokbrood ging halen, hield hij wijselijk zijn mond. Me tegenhouden had geen enkele zin, wist hij.

Toen we die avond alles opgeruimd hadden, wat overgebleven quiches naar de buren hadden gebracht, zoveel mogelijk restjes hadden ingevroren en de koelkast vol met plastic bakjes hadden gepropt, haalde hij de vijf broden tevoorschijn en zei slechts een weinig triomfantelijk: „Fijn dat je die nog even bent gaan halen, schat.”

En daar zit je dan, de dag na je uit de hand gelopen barbecue. Met je Turkse pides of je laffe supermarktstokbroden. Vers is er al geen klap aan, maar een dag later is de lol er helemáál af. Weggooien? Ook zonder oorlogsverleden kan ik dat maar moeilijk over mijn hart verkrijgen. Langs de eendjes gaan is natuurlijk een oplossing, maar je kunt ook deze fijne broodkoekjes maken.

Scheur het brood in stukken en maal het fijn in een keukenmachine. Klop twee eieren los en doe ongeveer driekwart van dit mengsel bij het brood. Het mag niet te zompig worden. Meng hier een snuf cayennepeper, zout en versgemalen peper door plus een kopje fijngesneden kruiden (bijvoorbeeld peterselie, bieslook, kervel of dille of iets anders uit de kruidentuin dat zich goed door de natte zomer heeft heen geslagen).

Snij een uitje fijn, pers een teen knoflook uit en fruit deze even zachtjes in de olie en roer ook dit door het mengsel. Laat het even staan. Vorm er dan platte koekjes van en bak deze in een koekenpan aan beide zijden goudbruin in wat olijfolie. Beleg de koekjes met een plakje wilde zalm en eet ze bijvoorbeeld bij een venkelsalade.

Broodkoekjes

150 gram broodkruim

1,5 dl melk

1 ½ ei

zout, peper

cayennepeper

knoflook

uitje

verse kruiden