Ga vooral spontaan stappen

Later als je groot bent snap je dingen als hypotheken en de liefde, dacht je ooit.

Dat valt tegen. Maar Claudia de Breij weet het allemaal wél. Deel vier van een zomerserie.

Illustratie Iggy 't Hart

1 Probeer werk te doen dat je ook zou doen als je er niet voor betaald werd

Vrij naar Oprah Winfrey. Zij zegt: „Als je werk doet dat je ook zou doen als je er niet voor betaald werd, word je vanzelf stinkend rijk.”

Vanuit Oprah bezien een begrijpelijk statement, maar ik ken genoeg mensen die werk doen dat ze ook zouden doen als ze er niet voor betaald werden – sterker nog, waar ze niet voor betaald wórden – en die toch nooit een landgoed met een kok, een personal trainer en zes labradors gaan scoren omdat dat nou eenmaal een stuk harder gaat met een wereldwijd uitgezonden talkshow dan met een vier uur durende documentaire over laat 20ste-eeuwse rotondekunst op de Waddeneilanden.

Maar ja. Het blijft een goed idee, werk doen dat je wilt doen, los van of je er rijk van wordt. Of je nou Oprah heet of Harko, je wilt je bestaan niet vermorsen in een baan waar je je dagelijks doorheen moet slaan om pas na vijven weer eens iets te gaan doen dat op leven lijkt.

2 Haar en schoenen doen alles

Je kunt nog zo’n lekker decolleté hebben, als je op bergschoenen loopt en een kop haar hebt waar je friet in kunt bakken wordt het nooit meer dan een ordinaire laag uitgesneden tietenkast.

Hoe afgetraind je ook bent, als je je beginnende kaalheid maskeert door het resterende haar vanuit de zijkanten over je blote schedel te kammen blijf je er uitzien als een ouwe lul met issues.

Als het je ontbreekt aan tijd en geld om te kopen wat je eigenlijk nodig hebt om er uit te zien zoals je wilt, investeer dan alleen maar in de kapper en de schoenenwinkel. Daartussenin kun je eigenlijk alles aandoen – hoewel. Je kunt nog zulke golvende lokken en haaienvinnenleren Italiaanse laarzen hebben, als je vervolgens een gebatikt broekpak aandoet lijk je toch nog steeds op het zieke zusje van Wieteke van Dort.

Dus doe iets met haar en schoenen, trek gewoon een spijkerbroek en een wit T-shirt aan en je bent om op te vreten.

3 Kinderen zijn flexibel. En daarom zijn er zoveel volwassenen in therapie

„Ze passen zich heel snel aan hoor”, zeggen ouders vaak wanneer ze een kind al of niet bedoeld meeslepen in een grote verandering. En dat is waar. Dat doen ze. Ze passen zich aan, en dat doen ze veel te goed, alleen al omdat ze erop gebouwd zijn lief te zijn voor de mensen die lief voor hen zouden moeten zijn.

Ze slikken hun tranen weg als ze weten dat de grote mensen er anders van gaan huilen. Ze nemen het leven zoals het komt, of dat nou wel of niet goed voor ze is – alles is nieuw. Alles is voor het eerst, en alles is waar wanneer papa en mama zeggen dat het waar is.

Pas veel later, wanneer ze in therapie zijn vanwege een burn-out op hun vierentwintigste, pas dan merken ze dat ze misschien over wat de therapeut „hun grenzen” noemt heen zijn gegaan – maar wie weet op z’n zevende wat zijn grenzen zijn?

4 Je voelt je lekkerder als je een heer bent in het verkeer

Vroeger, toen ik nog een Fiat Panda had, en altijd haast, vond ik automobilisten maar een agressief slagje volk. Ik incasseerde bijna dagelijks opgestoken middelvingers en liet de mijne ook zelden ongebruikt omdat ik voortdurend rechts werd ingehaald, niemand mij er ooit tussen leek te willen laten als ik eens fijn een potje wilde ritsen en mijn bumper nog kleveriger leek dan het deksel van een oud potje appelstroop in een studentenhuis.

Tot ik op een mooie dag besloot eens uit te proberen wat er zou gebeuren als ik mensen voor liet gaan, rechts bleef rijden (omdat ik nou eenmaal niet zo hard kon als ik wel wilde met dat rukautootje) en in plaats van mijn middelvinger standaard mijn duim opstak.

Ineens bleken automobilisten aardige, beschaafde types die vriendelijk glimlachend alle ruimte gaven aan dat nette meisje in dat kekke kleine autootje. Waarmee ik maar wil zeggen; je krijgt echt wat je geeft.

5 Als je niet bereid bent tien jaar te investeren in je droom, ben je het niet waard dat-ie uitkomt

„We stoppen ermee”, zuchtte Paskal. „Eindelijk. Ik heb het ook helemaal gehad”, beaamde Peter opgelucht. „We zijn nou tien jaar onderweg met die kutband, hebben het dak van iedere feesttent tussen Kruiningen en Yrseke gespeeld en nog steeds komen we niet verder dan de Middelburgse mosselfeesten. We houden er mee op. We gooien die ene single er nog uit en dan ga ik gewoon weer in de muziekwinkel werken.”

Paskal roffelde wat met zijn vingers op de achterkant van zijn gitaar. „Welke zullen we doen?” „Welke wat?” vroeg Peter, verveeld plukkend aan de snaren van zijn bas. „Welke single?” „Oh, dat. Tja. Nou ja, er gebeurt toch nooit iets mee, dus wat maakt het eigenlijk uit. Laten we anders die ballade doen. Je weet wel. Met die kattenbel. Liefs uit Londen.”

„Liefs uit Londen?”, riep Paskal in opperste verbazing, „man, daarvan weet je echt zeker dat het níks gaat doen in Hilversum!”

„Ah joh. Wat kan ons het schelen. Lachen.”

And the rest, my dear friends, is Dutch musical history; Liefs uit Londen kwam uit, Frits Spits draaide hem twee keer in één uur en Bløf is inmiddels 12,5 jaar de meest succesvolle band van Nederland.

En dat is het verhaal van bijna alle grote bands, sla de bio’s er maar op na; na tien jaar ploeteren in de marge staan ze op het punt om te stoppen – wat het bandlid dat er het laatste bij is gekomen dan ook doet, die stapt eruit – het succes komt uit onverwachte hoek alsnog en blijkt blijvend, dankzij de diepte-investering van tien jaar ontbering en ervaring.

Dat ene bandlid dat vlak voor de grote doorbraak de groep heeft verlaten blijft zijn leven lang zelf op Wikipedia schrijven dat hij eigenlijk het brein achter de band was en voor het slapen gaan wenend uitrekenen hoe rijk hij had kunnen zijn.

6 Je kunt je beter maar niet te veel verheugen op een avond uit

Altijd als je denkt „Jaaa! Zaterdagavond! Eindelijk! Schoenen gepoetst, haar in de krul, oppas in de aanslag en ik ga me nou toch eens een partij genieten mensen, moeders houdt uw dochters binnen!” dan lig je al bij je tweede biertje kwijlend een dutje te doen op de bar.

Maar wanneer je, vooruit dan maar, toch nog even na het werk meegaat voor een drankje, ééntje dan maar (ook al ben je er helemaal niet op gekleed in je gebatikte broekpak), kom je om vier uur ’s nachts vrolijk en verkwikt thuis, jong, gelukkig en met kontzakken vol veelbelovende telefoonnummers.

    • Claudia de Breij