Euro-obligaties geen panacee

De tijd van simpele antwoorden voor hardnekkige Europese problemen is allang voorbij. De Europese schuldencrisis is sinds de eerste reddingsactie voor Griekenland anderhalf jaar geleden, uitgegroeid tot een slepend en zeurend vraagstuk. De roep om snelle en krachtdadige oplossingen is luid en duidelijk, bij burgers, bij bedrijven, op de financiële markten en bij politici. Maar dat panacee zijn de zogeheten euro-obligaties op dit moment niet.

Deze euro-obligaties zouden moeten worden uitgegeven door het collectief van de eurolanden in plaats van door individuele staten, zoals nu gebeurt. Duitsland en Nederland zien er niets in. Voorstanders zijn daarentegen enthousiast over de economische voordelen voor landen als Italië en Spanje, die alleen nog tegen stijgende rentetarieven toegang hebben tot de internationale kapitaalmarkt, en over de politieke voordelen van nationale saamhorigheid en solidariteit met de Europese zaak. Twee citaten uit een interview met de voormalige Belgische premier Guy Verhofstadt, afgelopen zaterdag in deze krant. Over de economische voordelen: „In zijn algemeenheid zal het rentepeil dalen.” Over de politieke noodzaak: „Nederland zal ook begrijpen dat één Europa de enige manier is om te overleven tussen de andere grootmachten.”

Verhofstadt en andere voorstanders van de rappe invoering van euro-obligaties verwarren doel en middelen. Euro-obligaties zijn geen doel, maar zeker bespreekbaar als middel. Het doel moet nu tweeledig zijn: nationale begrotingsdiscipline en het voorkomen van economische krimp. Dat is een lastige opgave. Lastiger dan extra schulden maken, zoals in 2008, toen regeringsleiders de vertrouwenserosie bij banken keerden door extra schulden te maken. Nationale schuldenlasten moeten nu beheersbaar worden en blijven. Enige economische groei helpt daarbij.

Euro-obligaties kunnen vervolgens als deze doelen binnen handbereik zijn, een efficiënt middel worden om op de kapitaalmarkt geld aan te trekken bij beleggers. Maar zonder duidelijkheid vooraf over de noodzakelijke nationale begrotingsdiscipline en over automatische sancties bij de schending daarvan zijn euro-obligaties geen oplossing. Dan is het is juist vragen om meer problemen. Dan zijn euro-obligaties niet meer dan een manier om een snel voordeeltje te behalen. Zoals iemand die diep in de schulden zit, op conto van een financieel betrouwbaar familielid nog even een persoonlijke lening bij een bank afsluit. Wie daarbij vooraf geen afspraken maakt over te betalen rente, over de inkomsten en uitgaven in het huishoudboekje en over de terugbetaling (of kwijtschelding) van de extra schuld, riskeert met grote zekerheid ruzie. Op Europees niveau is het vooruitzicht van nieuwe tweespalt een stap weg van een geloofwaardige en stabiele euro.