Een proces over haatzaaien - 1931

Op de BBC zag ik zondag een docudrama over een vergeten, mij in elk geval onbekende episode in de aanloop naar de machtsovername van Adolf Hitler. De hoofdpersoon, de jonge advocaat Hans Litten, slaagde erin om de nazileider als getuige ter verantwoording te roepen in een strafproces over een politieke aanslag. De kwestie waar alles om draaide, was welke consequenties de woorden van een politieke leider kunnen hebben. Hoe verhoudt politieke retoriek zich tot gewelddaden waarvan de politicus – in dit geval dus Hitler – afstand neemt, omdat hij uitsluitend de legale weg zegt te willen bewandelen?

Op 22 november 1930 pleegde een bende bruinhemden van de Sturmabteilung (SA) een aanslag op een Berlijnse bierhal, een ontmoetingsplaats van communisten. Er waren drie doden en twintig gewonden. Dit soort politiek geweld tussen rechts en links was in het Berlijn van de Weimarrepubliek over en weer aan de orde van de dag. De vervolging van vier SA-lieden zou nauwelijks de aandacht hebben getrokken als de linkse, idealistische advocaat Litten niet was opgetreden als aanklager. In The Man Who Crossed Hitler, een film van Justin Hardy, wordt de rechtszaak uit 1931 tachtig jaar later gereconstrueerd.

Litten redeneerde dat Hitler weliswaar niet zelf betrokken was bij de aanslag, maar dat zijn opruiende retoriek hem indirect verantwoordelijk maakte. Met tegenzin stond de rechtbank hem toe om de nazichef te dagvaarden als getuige. Politiek kwam dit de Führer en toekomstig rijkskanselier slecht uit. Om de middenklasse niet tegen zich in het harnas te jagen, had Hitler – die in 1923 al was veroordeeld als putschist – bij een eerdere gelegenheid onder ede elk gebruik van geweld afgezworen. Ook in het zogeheten Reichswehrproces, in de herfst van 1930 in Leipzig, was hij verschenen als getuige. Bij die gelegenheid stonden enkele officieren terecht wegens voorbereiding van hoogverraad. Zij wilden de NSDAP aan de macht brengen. Het kernpunt was de vraag of de NSDAP de Grondwet van de Weimarrepubliek respecteerde. Hitler legde toen een zogenoemde ‘legaliteitseed’ af – de NSDAP wilde uitsluitend langs legale weg aan de macht komen.

In 1931 was Litten erop uit Hitler te betrappen op meineed, omdat zijn partij de aanslagen van de SA op communisten en joden in de hand werkte door haat te zaaien. Natuurlijk wist iedereen in Duitsland wel dat de nazi’s geweld niet schuwden en dat de SA diende als militaire vleugel van de NSDAP, maar de stormachtige groei van Hitlers aanhang opende het perspectief op een geweldloze machtsovername. Advocaat Litten hoopte de nazileider te confronteren met zijn eigen uitlatingen en met de propaganda van Joseph Goebbels. Tijdens het drie uur durende getuigenverhoor hield Hitler, die in toenemende razernij verviel, vol dat de SA niets anders was dan een sportclub. In het Reichswehrproces had hij al verklaard dat de nationaal-socialisten de dragers waren van de „intellectuele verlichting”. Litten droeg tijdens het proces van 1931 documenten aan waaruit bleek dat de nazi’s erop uit waren „de vijand tot pulp te vermalen”.

Met terugwerkende kracht lijkt The Man Who Crossed Hitler weinig meer te behandelen dan een futiel detail uit de geschiedenis. Wij weten immers hoe het is afgelopen. In 1930 leek echter nog niets beslist. Litten dacht de geloofwaardigheid van de volksmenner te kunnen ondermijnen en daarmee te helpen de beschaving te redden. Volgens de filmmaker lag de betekenis van de episode vooral in de vastbeslotenheid van Litten om Hitler tot een dialoog te dwingen en om hem in het openbaar van repliek te dienen, aangezien de Führer zich stelselmatig wist te onttrekken aan debat met critici.

De moedige Litten heeft een hoge prijs betaald. Na de machtsovername en de Rijksdagbrand behoorde hij tot de eersten die werden gearresteerd door de nazi’s, omdat hij Hitler had getergd. Na vijf jaar te zijn gemarteld, hing hij zich in 1938 op in het concentratiekamp Dachau. De film The Man Who Crossed Hitler is een eerbetoon aan de advocaat. De Duitse Orde van Advocaten, gevestigd aan de Littenstraße in Berlijn, beschouwt hem als een voorbeeld en een held.

De intro van het negentig minuten durende docudrama van de BBC maakt gewag van de omstandigheden waarin het proces werd gevoerd met de begrippen „falende democratie” en „economische ineenstorting”. Deze vormen een nauwelijks bedekte verwijzing naar de tijd waarin wij leven. Daarmee moet men, zoals iedereen weet, uiterste voorzichtigheid betrachten, maar ik kan het niet helpen dat ik zondag na deze film een reportage zag van de herdenkingsplechtigheid in Noorwegen en dat ik ben doordrongen van een verband tussen haatdragende retoriek en uitzinnig geweld tegen „shariasocialisten”, zoals extreem-rechts tegenwoordig sociaal-democraten pleegt aan te duiden. Ik denk dat Geert Wilders en zijn ideoloog Martin Bosma het democratische proces verstoren zolang zij de confrontatie met kritische journalisten schuwen en een dialoog met hun politieke tegenstanders uit de weg gaan. Het is in de geest van Hans Litten hun om verantwoording te vragen.

    • Elsbeth Etty