Een cynischer lot bestaat bijna niet

De eisen van de Koerdische strijders zijn allesbehalve onredelijk.

Zolang wij de PKK’ers terroristen blijven noemen, is de kans op vrede klein.

Turkije bombardeert PKK-stellingen in Noord-Irak als vergelding voor het doden van soldaten door de PKK. Inmiddels zijn daarbij de eerste burgerslachtoffers gevallen. De EU protesteert niet tegen het geweld, want de PKK staat op de EU-lijst van terroristische organisaties. Maar juist het etiket ‘terroristisch’ draagt bij aan het in stand houden van de kern van het probleem, namelijk de nog altijd onopgeloste Koerdische kwestie.

Er bestaat geen algemeen aanvaarde, internationale definitie van het begrip ‘terrorisme’. Dat heeft alles te maken met de gretigheid waarmee verschillende politieke actoren de term gebruiken en misbruiken, en dus maar al te graag naar hun hand zetten. De vraag of een organisatie terroristisch is of niet, is dus een puur politieke.

Ook de beslissing van de EU de PKK op de lijst van terroristische organisaties te zetten, was politiek. Die beslissing werd genomen in 2002, onder zware druk van Turkije en de Verenigde Staten. De Verenigde Staten hadden Turkije’s vriendschap nodig in hun strijd tegen het terrorisme na de aanslagen in New York, en de beste manier Turkse vriendschap te kopen, is de PKK terroristisch noemen. De EU kon niet achterblijven.

Dat is nu bijna tien jaar geleden. Destijds was er enige hoop dat regeringspartij AKP, die in 2002 voor het eerst aan de macht kwam, werk zou maken van het oplossen van de al decennia slepende Koerdische kwestie. Niet door als vanouds alleen militaire middelen in te zetten, maar door democratische veranderingen door te voeren en daarmee de voedingsbodem voor ‘terrorisme’ weg te nemen. De AKP nam democratisering op verschillende fronten inderdaad serieus, en in 2005 konden de toetredingsonderhandelingen tussen Turkije en de EU worden geopend.

Bij het oplossen van de Koerdische kwestie langs democratische weg, is de AKP, die sinds 2002 alleen regeert, echter ernstig in gebreke gebleven. In 2009 werd weliswaar een ‘Koerdische opening’ aangekondigd, maar die is nooit uit de verf gekomen. Ook toen de PKK herhaaldelijk maandenlange wapenstilstanden respecteerde en de regering zo de kans gaf hervormingen door te voeren zonder ervan beschuldigd te worden te ‘buigen voor terroristen’, gebeurde er niets.

Terwijl de Koerdische eisen allesbehalve onredelijk zijn. Toen de PKK haar gewelddadig politiek activisme begon, in augustus 1984, was een eigen land het doel. Inmiddels streeft de organisatie autonomie na in het voornamelijk door Koerden bevolkte zuidoosten van het Turkije. Andere Koerdische eisen: onderwijs in de eigen taal, het afschaffen van de kiesdrempel van tien procent, en de vrijlating van Koerdische politieke gevangenen. De meeste eisen zijn voor Turkije niet voor discussie vatbaar. Ze tasten de eenheid van Turkije aan, één van de heilige doctrines waarop de natie-staat is gegrondvest.

Niet alleen heeft de AKP nauwelijks iets concreets gedaan de Koerdische kwestie dichter bij een oplossing te brengen, er is zelfs een tactiek toegevoegd aan het arsenaal waarmee de Koerdische bevolking wordt onderdrukt. Werden in de jaren tachtig en negentig PKK-strijders, Koerdische activisten, politici en intellectuelen bij duizenden tegelijk vermoord, tegenwoordig worden ze massaal voor het gerecht gedaagd. Zo staan er honderden Koerdische burgemeesters terecht voor het gebruik van hun recht op vrije meningsuiting, door Turkije gekenschetst als met ‘maken van propaganda voor een terroristische organisatie’. Koerdische journalisten worden nog altijd opgesloten als ze vanuit Koerdisch perspectief over de Koerdische kwestie berichten, en democratisch gekozen politici worden met juridische argumenten uit het parlement geweerd.

Door de PKK als ‘terroristisch’ aan te merken, worden ook haar legitieme doelen als irrelevant weggezet. En worden tegelijkertijd alle gewelddadige en juridische represailles tegen Koerden gerechtvaardigd. Elke bom op Noord-Irak is zelfverdediging tegen terrorisme, elke rechterlijke uitspraak tegen een Koerdisch politicus een straf die een rechtsstaat past. Het wakkert de woede en frustratie onder Koerden aan – geen wonder dat het aantal jongeren dat zich aansluit bij de PKK, aan het toenemen is, zoals vorige week bekend werd. Politiek krijgen ze geen voet aan de grond, en dus zien ze geen andere uitweg dan ‘naar de bergen gaan’, zoals het in Turkije wordt genoemd.

De wapenstilstand van de PKK is voorbij. Er vallen doden. Jonge militairen, vaak dienstplichtig en nauwelijks ervaren. Waarop Erdogan besluit luchtaanvallen uit te voeren op PKK-stellingen in Noord-Irak, want, zo liet hij weten, ‘ons geduld is ten einde gekomen’. Cynischer kan het bijna niet.

De internationale erkenning van de PKK als terroristische organisatie, pakt desastreus uit voor elke kans op vrede. Het houdt een vicieuze cirkel van onderdrukking en geweld in stand. Tijd voor een nieuw politiek signaal: schrap de PKK van de lijst van terroristische organisaties.

Fréderike Geerdink is correspondent in Turkije voor o.a. voor onder andere ANP, HP/De Tijd en Opzij.