Duizelingwekkend

Een ware goudmijn voor liefhebbers van allerlei culturele faits divers in de vorm van films en tapes is de website van Open Culture (www.openculture.com). Ik word altijd enigszins duizelig als ik die site bezoek. Er is te veel wat ik graag wil zien, vooral onder ‘archive’ en ‘cultural icons’.

Veel filmfragmenten zijn ook te zien op YouTube, maar bij Open Culture kun je soms de complete versie zien, zoals van het interview dat Dick Cavett in 1981 had met de literaire giganten John Updike en John Cheever. Het was de enige keer dat beide schrijvers zich samen in het openbaar lieten interviewen. Het is een nogal braaf gesprek – ze hadden veel respect voor elkaars werk – maar het blijft een sensatie om een ontmoeting van zulke schrijvers te kunnen aanschouwen. Updike met zijn lichte stotter, Cheever met zijn aangeleerde, ietwat bekakte accent.

Ze prezen elkaar bijna het graf in, waarin ze inmiddels écht zijn verdwenen.

„John is een voorbeeld van de onoverwinnelijkheid van de literatuur”, vleide Cheever.

„Wow!” lachte Updike tegen Cavett: „Je zou nu toch misschien liever Vidal en Mailer in je show hebben.”

Daarmee doelde hij op een legendarische ontmoeting bij Cavett tussen Norman Mailer en Gore Vidal, die elkaar bijna de show uitvochten. Ook daarvan is iets – alleen een fragment – te zien op Open Culture. „Je bent een leugenaar en een hypocriet”, schold Mailer. Vidal liet zich niet onbetuigd. Hij was een dankbare gast in dergelijke programma’s, omdat hij het hart altijd op het puntje van zijn tong droeg. „Je bent een crypto-nazi”, voegde hij ooit de conservatieve publicist William Buckley toe. Ook dit fragment zag ik bij Open Culture.

Ik kan aan het opsommen blijven. Hunter Thompson die een verbale aframmeling krijgt van een Hell’s Angel, over wiens club hij net een boek heeft geschreven. Thompson blijkt een mompelende prater die zich niet kan verweren.

Nabokov kon ik ook even aanklikken, alsof het geen geld kostte (wat ook zo was). Hij was het roerend eens met Lionel Trilling, de literaire criticus naast hem, die Lolita geen boek over seks, maar over liefde vond. „Het gaat niet zozeer over een afwijking”, aldus Trilling, „maar over een echte liefde, met alle zware eisen van dien […] Alle grote liefdesgeschiedenissen zijn scandaleus.”

Nabokov zegt verder zo weinig mogelijk over zijn motieven en laat het interpreteren graag aan de anderen over.

En wie hebben we daar? James Dean die als beginnend filmster een vergeten tv-eenaktertje speelt met Ronald Reagan. Dan is hij al bezig een van zijn beste kunstjes te ontwikkelen: het jammerlijke janken. Hij werd er onsterfelijk mee, en terecht.

Zijn grote voorbeeld, Marlon Brando, kunnen we ook zien, op zijn kwetsbaarst nog wel: een screentest uit 1947. De regisseuse stelt hem na afloop nog enkele informatieve vragen en hij reageert als een sollicitant die zich blijer voordoet dan hij is. Wil hij ook nog even zijn profiel laten zien? Natuurlijk!

Lachen mogen we bij Woody Allen, die in 1969 een eigen talkshow op tv had. Hij ontvangt de baptistische evangelist Billy Graham. Bloed aan de paal, zou je denken, maar Allen is te beleefd om tegen Graham tekeer te gaan. Hij laat het bij subtiele grapjes.

„Wat is van de tien geboden uw favoriete gebod?” vraagt Allen. „Eer uw vader en moeder”, antwoordt Graham. „Dat is nou juist mijn minst favoriete”, zegt Allen. „God is perfect”, zegt Graham even later. Allen: „Als ik ’s morgens in de spiegel kijk, kan ik dat nauwelijks geloven.”

    • Frits Abrahams