De PvdA toont een wanhopig opportunisme

Het blijft wonderbaarlijk hoe hardnekkig sommige politici volharden in hun paternalistische benadering van immigranten. Hoewel de geschiedenis heeft uitgewezen dat het opdringen van cursussen, het ongebreideld pamperen, het uitdelen van subsidies en het uit het hoofd leren van het Wilhelmus op geen enkele manier leidt tot een verhoogde zelfredzaamheid, economische zelfstandigheid of adhesie tussen immigranten en de Nederlandse samenleving, maar juist tot het tegenovergestelde, is er toch weer een navelstaarder opgestaan die niets lijkt te hebben geleerd van het fiasco van het Nederlandse immigratiebeleid van de afgelopen veertig jaar – Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA).

Hij heeft bedacht dat het zinvol is om Poolse en Turkse kaswerkers (!) leerplichtig te maken als ze de Nederlandse taal niet beheersen (NRC Handelsblad, 18 augustus). Ik vraag me af hoe hij zich dit voorstelt – parttime werken in de kas en twee daagjes per week naar school? Als sociaal bevlogen politicus begrijpt Van Dam vast wel dat hier vanuit financieel oogpunt voor deze mensen geen ruimte voor is. Verwacht hij werkelijk dat deze mensen zich onder dwang, zonder intrinsieke motivatie, snel het Nederlands eigen zullen maken, nota bene naast een baan als kaswerker? Dit soort dwang is verspilde energie en weggegooid geld.

Het is kenmerkend voor het wanhopige opportunisme van de PvdA van dit moment – publiciteit zoeken met een raar plan, in de hoop dat het electoraat het zal zien als krachtdadig, maar sociaal. Van Dam serveert hier zogenaamde sociale betrokkenheid met immigranten – natuurlijk wel voorzien van een modern PVV-sausje – uit, in de hoop dat dit het PvdA-imago (een clubje zijige theedrinkers) ten goede komt. Dit noem ik geen sociale bevlogenheid. Dit noem ik windowdressing.

J. Bosma

Amsterdam

    • J. Bosma Amsterdam