De Jager, stel eens iets voor en red die euro

De eurocrisis is niet opgelost. ‘Merkozy’ rommelt voort. De garanties die van Nederland worden gevraagd, lopen op. Laat Nederland zelf met een plan komen om uit de crisis te raken, stelt Adriaan Schout.

In het Europese integratieproces heeft Nederland vaak de rol gehad van ideeënmachine. De Frans-Duitse as is niet de enige motor achter Europese integratie.

Tegenwoordig lijkt Nederland bij de eurocrisis het nakijken te hebben. ‘Merkozy’ – dit is eurotaal voor ‘Merkel’ en ‘Sarkozy’ – heeft tot nu de discussies rond de eurocrisis gedomineerd, maar deze koers is verre van voldoende om de crisis te bezweren.

De Fransen kondigden de plannen van vorige week aan als „zeer ambitieus”. Het idee van nog een Europese top, geleid door permanent voorzitter Van Rompuy van de Europese Raad, is inmiddels mondiaal afgestraft met een beurscrash.

Financiële markten geloven niet in nog meer politiek. Ze kennen de trucs van de slagers die hun eigen vlees keuren. Zo presenteerde Frankrijk eerder dit jaar bijvoorbeeld al te optimistische groeiverwachtingen, om kritiek op zijn beleid te ontlopen.

Landen doen weinig om elkaars trucs te ontmaskeren. Regeringen willen niet worden aangetast in hun soevereiniteit. Dan moet je vooral geen kritiek leveren op het economische beleid van een ander land. Onder ministers geldt veelal: ik bekritiseer jou niet en jij blijft af van mijn beleid.

Er zijn veel plannen, maar ze missen allemaal de noodzakelijke stok achter de deur. Invoering van euro-obligaties kan nog jaren duren – als ze al worden ingevoerd. Ze bieden financiële markten vooralsnog geen perspectief. Plannen om de euro op te breken, die populair zijn bij de bevolking, leiden tot marktverstoringen op korte termijn. Een vergroting van het noodfonds is noodzakelijk om de onzekerheid op te vangen over de volgende probleemlanden – Italië, Frankrijk en België. Dit kan evenwel alleen als deze landen eerst worden gedwongen om economische hervormingen door te voeren en pensioensystemen aan te passen. Ook maatregelen als boetes voor failliete landen of ontneming van stemrecht in de Raad maken weinig kans.

Gezien de genoemde gevaren en bezwaren is het begrijpelijk dat minister De Jager (Financiën, CDA) zich verzet tegen euro-obligaties en tegen een verhoging van het noodfonds. Dit plaatst Nederland in een onmogelijke positie. Niets lijkt te werken. Nederland speelt amper mee op het schaakbord van Merkozy en mag de rekening betalen van de halfzachte oplossingen. Nederland en De Jager krijgen met hun opstelling het imago van anti-Europees en diplomatiek onhandig.

De ernst van de eurocrisis schept voor Nederland de mogelijkheid en de plicht om een plan te presenteren. De kern zal moeten zijn dat eurolanden worden gedwongen om zich aan te passen. Elk plan dat Nederland kiest zal politiek gevoelig liggen. Toch kan Nederland beter een voorstel doen dan achterhoedegevechten leveren tegen halve plannen. Daarbij heeft Nederland in het verleden vaak voorstellen aangedragen die politiek heel moeilijk lagen, maar die wel de Europese Unie vooruithielpen. Voorbeelden zijn de verdragswijziging in de jaren negentig om ‘Schengen’ te versterken en de ambitieuze klimaatvoorstellen die de Europese inzet werden in mondiale klimaatdebatten. Vorige week stelde een topdiplomaat nog: jullie waren irritant, maar tenminste constructief. Een kleiner land moet het hebben van de macht van ideeën.

Een voorbeeld van een alternatief met een stok achter de deur is om de euro opnieuw in te voeren. In 1991 kregen landen ongeveer tien jaar de tijd om zich te kwalificeren voor de gemeenschappelijke munt. De staatsschuld moest naar 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het begrotingstekort mocht niet meer dan 3 procent van het bbp bedragen. Lidstaten die wilden meedoen, waren enthousiast om zich aan te passen. Begrotingstekorten daalden. Alleen het toezicht op de invoering was onvoldoende. Dat moet dus over.

De eurozone kan afspreken dat elk land zich opnieuw moet kwalificeren. Met zo’n herkwalificatie in 2020 verdwijnt de vrijblijvendheid van de vele voorstellen. Italië heeft twee weken geleden bijvoorbeeld miljarden euro’s aan schulden kunnen wegzetten bij de Europese Centrale Bank, zonder dat de aanpassingen die Italië werkelijk zal doorvoeren afdoende worden gecontroleerd. In Italië – en in Frankrijk – roepen bonden al op tot acties. Als de dreiging van her-kwalificatie in de lucht hangt, weten politici en stakers dat ze hun positie in de eurozone zullen verspelen met vermijdingsgedrag.

Ondertussen kan de ingezette koers van ‘Merkozy’ doorgaan. Deze kan worden aangevuld met de noodzakelijke sanctie – aanpassen, of op termijn weg uit de euro. Abrupte overgangen worden zo vermeden. Een dreigende diskwalificatie geeft de voorstellen gewicht.

Overigens zullen vermoedelijk weinig landen het risico willen lopen om uit de euro te worden gezet. Behalve de (rente-)voordelen van de euro staat ook het nationale prestige op het spel.

In plaats van achterhoedegevechten tegen halfzachte plannen moet en kan Nederland dus met een plan komen dat bijdraagt aan de noodzakelijke stabilisering van de euro.

Adriaan Schout is hoofd EU Studies van het Instituut Clingendael.

    • Adriaan Schout