Baardmannen

De baard is terug. En hoe. Lopend door Kopenhagen en Stockholm deze zomer was het overduidelijk: de mannen die modisch verantwoord willen zijn, laten hun scheermes even links liggen. Maar ook hier in Nederland zie je vaker gezichtsbeharing op straat. En dan niet die onverzorgde drie-dagen-stoppelbaardjes. Nee, een volgroeide ik-zit-hier-al-minstens-twee-weken-baard. Hiermee volgen we onze Noordelijke Vikingvrienden. Van oudsher dragen ze in deze landen hun baarden vol – allicht voor de warmte of omdat ze zich niet genoodzaakt voelen om hun gezicht met een mes te bewerken. Maar het is niet alleen dat. Zoals Arno Kantelberg vorige week schreef in de Volkskrant: de baard is een progressief accessoire. Niemand ziet politici met ongeschoren wangetjes. Hierdoor zijn het vooral de jongere mannen die deze trend oppakken.

Zelf geloof ik dat er ook nog een andere reden is voor de terugkeer van de baard. Het brengt een stukje mannelijkheid terug in de samenleving. Er wordt steeds meer van mannen verwacht dat ze meer aan hun uiterlijk doen, dat ze er verzorgder uitzien. En met meer verzorging is er de angst voor het imago van een metroseksueel. Mannen vrezen dit vaak doordat ze geloven dat dit vrouwen afstoot, omdat zij door deze verzorging te veel vrouwelijke trekjes zouden vertonen.

De baard is de ideale oplossing: het is het symbool van de krijger (Vikingen, alom) en straalt daardoor ultieme mannelijkheid uit. Behaarde wangen zijn immers alleen weggelegd voor het mannelijke deel van de bevolking. Ook moet gezegd worden dat ondanks dat wij vrouwen houden van een man met wie je goed kan praten en je gevoelens kan delen, het verlangen naar die woeste mannelijkheid nog steeds sterk aanwezig is. Ja, we zijn onafhankelijk. Ja, we kunnen het zelf. Maar het is fijn om te weten dat je vriend sterker is dan jij en je kan beschermen. En zo vorm je de ideale man: verzorgd, modisch en de aanwezigheid van mannelijkheid in de vorm van een baard.

Tessa de Vet

Kortenhoef

    • Tessa de Vet