Aren van Muijen (34) kan alles

„Ik geloof nog steeds dat ik van alles zou kunnen bereiken, maar inmiddels weet ik dat ik moet investeren. De vraag is: is het doel me die investering waard? Toen ik medicijnen studeerde leek chirurg me bijvoorbeeld een leuk vak. Maar ik had het er niet voor over om tussen mijn dertigste en veertigste geen daglicht te zien.

Nu, in mijn werk voor De Zonnefabriek, doe ik ook veel minder leuke dingen, maar ik weet waar ik het voor doe. Als kind was ik al bezig met het milieu: regende het na een droge periode dan was ik blij omdat het grondwater weer hoog genoeg stond. Mijn doel als kleuter was om genoeg geld te hebben om een hek om een stuk oerwoud te bouwen. Naast mijn idealisme houd ik er van om in de schijnwerpers te staan. Twee verlangens die met elkaar botsten: puurheid versus oppervlakkigheid.

Ik ging medicijnen studeren omdat ik mezelf als tropenarts zag: onafhankelijkheid, reizen, beetje à la Springer. Maar toen ik voor mijn stage in Ivoorkust zat vond ik de handelsbetrekkingen tussen Europa en Afrika interessanter dan het uitspuiten van een oor. Vervolgens heb ik een master journalistiek gevolgd zodat ik na mijn afgebroken studie in ieder geval een metier leerde. Ik heb een paar interessante journalistiek klussen gedaan, ben naar Amerika gegaan om over duurzaamheid te schrijven. In die periode werd Obama president. Ik noem niet snel iemand een inspiratiebron, maar hij was dat wel. Door zijn overwinning en doordat ik Gustaaf had leren kennen, een bevlogen en ondernemende jongen, heeft die journalistiek carrière niet lang geduurd: ik besloot De Zonnefabriek op te richten. Niks buitenlandavontuur, geen grote vergezichten, gewoon hands on: panellen installeren. Mijn doel is om een autoriteit op het gebied van duurzame energie te worden en er ooit een tv-programma over te maken – zo komen idealisme en ijdelheid samen.”

Aren van Muijen is eigenaar van De Zonnefabriek, waar hij zonnepanelen installeert en advies geeft op het gebied van duurzame energie.

Vervolg van ‘Tussen droom en daad’ op pagina 18 en 19.