Zijn auteurs aardig?

Dichters wel, schrijvers niet. Door de bank genomen.

Wie een roman schrijft, zit een jaar, jaren of in het geval van Thomas Rosenboom zeven jaar lang opgesloten in zijn eigen fictieve wereld. Daar word je vanzelf een beetje raar van. Daar komt bij dat je een enorme eigendunk moet hebben of je zelfvertrouwen kunstmatig stevig moet hebben opgepompt om dat überhaupt vol te houden. Daar is niets mis mee, begrijp me niet verkeerd. Integendeel. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor succes, zoals dat ook geldt voor een bokser tijdens zijn titelgevecht. Maar daar zitten ze dan met hun bijkans uit hun voegen barstende ego’s in Café de Zwart. Als Michelinmannetjes in het ballenbad. De vloer van het café is een mangrovewoud van lange tenen. Het is onmogelijk om de wc te bereiken zonder erop te trappen. Bovendien zijn de economische belangen aanzienlijk. Wie jaren investeert in een roman, hoopt daar tenminste jaren van te kunnen leven. Als dat tegenzit, slaat de bitterheid toe. Als dat tegenzit en je zit tegenover een collega (per definitie met een veel kleiner talent dan jij) die het meezit, is het een onmenselijke opgave aardig te blijven.

De dichters hebben daar minder last van. Zo’n gedichtje is zo geschreven. En als iemand het niets vindt: even goede vrienden, morgen schrijf je weer een ander. Geen enkele dichter heeft de illusie rijk te worden. Dus niemand is jaloers. En daadwerkelijk zijn alle dichters arm. Dat verbroedert. Bovendien komen ze elkaar het godganse jaar tegen bij al die festivals waar ze mogen voordragen: Tuinfeest, Wintertuin, Dichters in de Prinsentuin, Dichters aan Huis, Dichters aan de Dijk, Dichters in de Gracht. Ze delen gebroederlijk hun consumptiebonnen, terwijl de romanschrijver met zijn kalfslederen voorleestas in eenzaamheid staat te rillen op het verlaten perron van Emmen na een avondvullend solo-optreden voor de verenigde damesleesclubs van Noordoost-Nederland, in zichzelf vloekend dat hij morgen een nieuwe uitgeverij gaat zoeken omdat zijn redacteur hem, de beroemde schrijver, aan zijn lot overlaat in Emmen in plaats van hem te vervoeren met zijn auto. Dat is het verschil.

Door de bank genomen, zei ik. Want de uitzonderingen zijn ook het vermelden waard. Ik heb romanschrijvers leren kennen, die zich als Michelinmannetjes hebben volgepompt met literatuur en die mij daar onbaatzuchtig deelgenoot van maken. Een groot ego vermag heel royaal te zijn. Daar staat helaas tegenover dat sommige dichtertjes uiteindelijk heel kleine geesten blijken die zich allerhande pretenties aanmeten op grond van een kunstje dat ze half hebben geleerd. Of die zich, om hun onbelangrijkheid te compenseren, nestelen in commissies, jury’s en adviesraden. Dat zijn de ergsten.

Ilja Leonard Pfeijffer

    • Ilja Leonard Pfeijffer