Zeven doden bij Turkse aanval in noorden Irak

De aanval was een vergelding van een aanslag op Turkse militairen in het uiterste zuidoosten van Turkije.

Vliegtuigen van de Turkse luchtmacht hebben gisteren aanvallen uitgevoerd op Koerdische opstandelingen in het noorden van Irak. De aanvallen waren gericht op plaatsen waarvan wordt aangenomen dat ze dienen als basis voor strijders van de PKK, die meer autonomie wil voor de Koerdische minderheid in Turkije.

De Turkse regering besloot tot de vergeldingsactie, nadat eerder deze maand bij het plaatsje Cukurca, niet ver van de grens met Irak, elf militairen en een lid van een lokale militie in een hinderlaag waren gelokt en gedood.

Hoewel niemand de verantwoordelijkheid voor deze aanslag op zich had genomen, gingen de Turkse autoriteiten ervan uit dat het een actie van de PKK betrof. „Ons geduld is eindelijk op”, verklaarde premier Erdogan tegen journalisten. „Degenen die zich niet distantiëren van het terrorisme zullen daarvoor de prijs betalen.”

De Turkse wraakacties volgen op een turbulente periode binnen de Turkse strijdkrachten zelf. De voltallige militaire top bood eind vorige maand zijn ontslag aan uit onvrede over een rechtzaak tegen officieren die de regering omver zouden hebben willen werpen.Een woordvoerder van de PKK liet later weten dat er onder de PKK-strijders geen slachtoffers waren gevallen. Volgens Turkse woordvoerders houden zich zo’n 2.000 PKK-strijders op in het gebied.

Sinds begin juli zijn er dertig Turkse militairen gedood. In één geval werden dertien Turkse militairen gedood, het hoogste aantal bij een afzonderlijk incident sinds de PKK in februari van dit jaar een wapenstilstand opzegde. Sinds de PKK in 1984 de strijd om meer autonomie begon zijn zo’n veertigduizend mensen om het leven gekomen. (Reuters, AP, AFP)