Ze zijn er

De rebellen zouden niet zijn waar ze nu (al) zijn zonder de steun van de NAVO.

Maar hoelang blijft die nog? De bondgenoten voelen weinig voor verlenging.

Libyan rebel fighters ride through the town of Maia celebrating after advancing to the outskirts of Tripoli, August 21, 2011. REUTERS/Bob Strong (LIBYA - Tags: CIVIL UNREST POLITICS CONFLICT) REUTERS

De Libische rebellen mogen dan in Tripoli staan, hun weg ernaartoe werd al weken geëffend door NAVO-vliegtuigen. Gisteren hebben NAVO-gevechtsvliegtuigen bombardementen uitgevoerd op Bab al-Aziziya, het hoofdkwartier van kolonel Muammar Gaddafi ten zuiden van Tripoli.

In de strategische plaats Zawiyah schoten de vliegtuigen van de NAVO vorige week weer te hulp. De NAVO zelf meldde dat ze donderdag, toen er hevig werd gevochten om de stad en een naburige olieraffinaderij, vijf tanks, twee pantservoertuigen en een militair communicatieknooppunt had getroffen. Bij Tripoli werd die dag een raket onschadelijk gemaakt en nog enkele niet nader aangeduide militaire faciliteiten.

De genadeklap voor Gaddafi betekenen zulke wapenfeiten niet, maar het is wel een belangrijke ruggesteun voor de rebellen. „Ik geloof niet dat de opstandelingen zouden zijn waar ze nu zijn zonder de luchtsteun van de NAVO”, zegt Shashank Joshi, een militaire analist die is verbonden aan het Royal United Service Institute in Londen.

Zo mogelijk nog belangrijker dan de luchtsteun is volgens hem overigens het verkenningswerk van de NAVO geweest, al wreekt zich soms dat de NAVO op dat terrein maar over een beperkte capaciteit beschikt. De meeste onbemande vliegtuigen van de Amerikanen zijn al in gebruik in Afghanistan.

Ook Micah Zenko, onderzoeker bij de Amerikaanse Council on Foreign Relations, denkt dat de steun van de NAVO cruciaal is geweest. Hij herinnert er aan dat NAVO-secretaris-generaal Rasmussen al in juni verklaarde dat de militaire capaciteit van het regime door de NAVO-bombardementen met 60 procent was verminderd. „Inmiddels zie je dat Gaddafi’s vermogen om terug te slaan vrijwel nihil is.”

Volgens Zenko heeft de NAVO in de praktijk partij gekozen voor de opstandelingen en tegen Gaddafi: „Ze vernietigen al het materieel van Gaddafi dat ze zien. Bovendien ziet de NAVO nog slechts selectief toe op naleving van de no-flyzone. Dat de rebellen het vliegverbod nu regelmatig schenden, wordt door de vingers gezien. Ook het wapenembargo geldt in de praktijk niet voor de rebellen.”

Deskundigen menen dat de militaire leiders van Gaddafi steeds wanhopiger worden. Een bewijs daarvoor vormde volgens hen het afvuren vorige week van een Scudraket in de buurt van de plaats Sirte. Het projectiel belandde mijlenver van zijn doel in de plaats Brega in het woestijnzand. „Dat diende militair gezien werkelijk nergens toe”, aldus Joshi.

Voor de NAVO dringt de tijd intussen, want eind september moeten de lidstaten beslissen of ze de kostbare operatie, die nu vijf maanden duurt, nog eens voor een nieuwe periode verlengen. Steeds minder landen voelen daarvoor. President Obama rekende er aanvankelijk op dat de Amerikaanse betrokkenheid „een kwestie van dagen, niet van weken” zou zijn, meldde The New York Times in maart. Maar de operatie bleek veel meer tijd te vergen – en de Amerikaanse betrokkenheid bleek onontbeerlijk voor de Franse en Britse regering, die dit voorjaar het initiatief voor de aanval op Libië namen.

De Verenigde Staten spelen volgens Zenko een veel grotere rol in de oorlog dan de regering-Obama wil toegeven. „De VS voeren onder meer veel vluchten – verkenningen maar ook bombardementen – uit met onbemande vliegtuigjes. Washington heeft daarnaast voor honderden miljoenen dollars aan munitie gegeven aan bondgenoten die zelf door hun munitie heen waren. Als de VS niet waren bijgesprongen, hadden de Britten nu niet eens meer kunnen meedoen.”

De Fransen en de Britten hebben een handjevol militaire adviseurs bij de rebellen in Libië, maar de VS hebben officieel geen grondtroepen in het land. Zenko relativeert dat. „De luchtmacht heeft zeker eigen mensen in Libië die aanwijzingen geven voor de luchtsteun aan de rebellen. Geen westerse luchtmacht geeft luchtsteun zonder dan eigen mensen ter plekke de doelen aanwijzen. Misschien zijn het formeel geen militairen, maar oud-militairen die zijn afgezwaaid. Maar in de praktijk spelen ze een belangrijke rol. ”

    • Juurd Eijsvoogel
    • Floris van Straaten