Plicht tot soberheid in eurozone bestaat al

Betekent het voorstel van Merkel en Sarkozy een verder verlies van soevereiniteit van de lidstaten? Als dat al zo is, hebben de leiders van de eurolanden het aan zichzelf te wijten, betoogt Linda Senden.

Illustratie Christo Komarnitski

Over het voorstel van bondskanselier Merkel en president Sarkozy voor een Europese economische regering – aangevoerd door Van Rompuy – die in staat moet zijn om snel sancties aan slecht presterende eurostaten op te leggen, is in de afgelopen week discussie ontstaan. Deze staten zouden van Merkel en Sarkozy een bepaling in hun Grondwet dienen op te nemen waarin de maximale omvang van hun begrotingstekort wordt vastgelegd.

Diverse politici en hoogleraren hebben de positie ingenomen dat dit voorstel een nieuwe overdracht van nationale soevereiniteit aan de Europese Unie met zich zou meebrengen die een nieuwe Verdragswijziging vereist. Dit valt sterk te betwijfelen.

De Europese verdragen bevatten al een ondubbelzinnige verplichting om buitensporige overheidstekorten te vermijden. Van deze tekorten is ook de maximale omvang uitdrukkelijk vastgelegd (artikel 126 Werkingsverdrag en het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten). Van een nieuwe overdracht van soevereiniteit kan maar moeilijk worden gesproken. Een wijziging van de Nederlandse Grondwet zou weinig toevoegen aan deze, reeds door Nederland geaccepteerde verdragsverplichting.

Overigens valt te betwijfelen of een grondwettelijke verankering bijdraagt aan een verbetering van de situatie. Het probleem zit bovenal in de handhaving van de verplichting. Het voortbestaan van de euro kan alleen worden verzekerd met doeltreffende toezichts- en handhavingsmechanismen, die niet afhankelijk zijn van de betrokken lidstaat alleen. De Griekse situatie toont bij uitstek dat dit niet kan worden overgelaten aan de individuele lidstaten zelf. Een Europees mechanisme is noodzakelijk.

Ten onrechte is de indruk ontstaan dat een dergelijk mechanisme ontbreekt en dat het opleggen van sancties aan onder de maat presterende eurostaten niet mogelijk is. De Europese verdragen voorzien allang in de uitdrukkelijke mogelijkheid voor de Europese Raad – bestaande uit regeringsvertegenwoordigers van de lidstaten – om „boetes van een passende omvang” op te leggen.

Ook op dit punt heeft de overdracht van bevoegdheden dus al plaatsgevonden. In de Europese Raadsverordening die sanctionering bij buitensporige begrotingstekorten nader uitwerkt, hebben de lidstaten evenwel primair gekozen voor het opleggen van zachtere sancties, zoals een renteloos deposito. Het is tijd om de boetemogelijkheid effectief te benutten.

Pas als tot een Europese begrotingsautoriteit zou worden besloten, komt soevereiniteitsverlies in beeld. Hiervan is in het gewraakte voorstel geen sprake, ook niet met Van Rompuy aan het roer. Als voorzitter van de Europese Raad kan hij niet onafhankelijk opereren van de wensen van de nationale regeringsleiders.

De lidstaten hebben altijd zelf de regie willen behouden, ook over handhaving. Deze benadering is tot nog toe helaas verre van effectief gebleken. Het valt sterk te bezien of het voorstel van Merkel en Sarkozy voldoende daadkrachtig is om daarin verandering te brengen, maar als de nationale regeringsleiders op dit punt blijven falen, wordt een onafhankelijke Europese begrotingsautoriteit – in welke vorm dan ook – welhaast onvermijdelijk om de euro te redden. Paradoxaal genoeg zullen een verdere Europeanisering en soevereiniteitsverlies dan in grote mate te wijten zijn aan het onvermogen van de regeringsleiders zelf.

Linda Senden is hoogleraar Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.