Opgewekt richting noodlot

Seoul Philharmonic Orchestra o.l.v. Myung-Whun Chung. Gehoord: 19/8 Concertgebouw Amsterdam. ***

De muzikaliteit van de kinderen uit de Zuid-Koreaanse familie Chung blijft een fenomeen: violiste Kyung-Wha, celliste Myung-Wha en pianist en dirigent Myung-Whun werden alle drie wereldberoemd. Myung-Whun Chung kreeg belangrijke posities in het westerse muziekleven. Hij is vanaf 2012 eerste gastdirigent van de Staatskapelle Dresden en in februari leidt hij het Koninklijk Concertgebouworkest langs Hongkong, Shanghai, Peking en Seoul.

Sinds 2006 is Myung-Whun Chung chef van het Seoul Philharmonic Orchestra, dat als eerste Aziatisch orkest een contract kreeg bij het prestigieuze label DG. Compleet Koreaans is het orkest overigens niet. Tijdens de Robeco Zomerconcerten speelden nogal wat westerse musici mee, onder wie de concertmeester.

La mer van Debussy klonk bevangen en niet overtuigend: te weinig raffinement en effect, te kortademig, te weinig lange deining. Maar het minder subtiele La valse van Ravel was alleszins respectabel en bood sfeervol spektakel.

Tsjaikovski’s Zesde symfonie ‘Pathétique’ kreeg een intense uitvoering. De opmars naar de dood klonk vanaf de opening zeer somber, een onverbiddelijke afdaling naar de krochten van het noodlot. De tragiek verschuilt zich soms achter schijnbaar opgewekte passages, maar de catastrofe is onafwendbaar.