Nieuwe troef Financiën bij DNB

Met de benoeming van André de Jong als commissaris bij De Nederlandsche Bank vergroot minister De Jager er zijn invloed. Tien jaar lang werkte De Jong bij Financiën.

Hij wilde een grotere greep op de centrale bank. Hij kreeg een grotere greep op de centrale bank.

Met de vrijdag aangekondigde benoeming van André de Jong als overheidscommissaris bij De Nederlandsche Bank heeft minister De Jager van Financiën zijn invloed erop verder verscherpt. Na de gewonnen strijd om de opvolger van Nout Wellink – DNB zelf schoof het eigen bestuurslid Lex Hoogduin naar voren, De Jager koos voor Klaas Knot – heeft de minister opnieuw een vertegenwoordiger uit de eigen gelederen aangesteld. Want net als Knot heeft ook De Jong werkervaring op het departement. Als ‘commissaris van overheidswege’ is hij met terugwerkende kracht per 1 augustus Ton van de Graaf opgevolgd, die ooit van Algemene Zaken kwam.

De Jong, 58 jaar geleden op de Veluwe geboren, zet zich al zijn hele werkzame leven in voor de publieke zaak. Na zijn studie ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam ging hij vanaf 1978 werken bij het Centraal Planbureau. Daar heeft hij als hoofd van de afdeling Lange Termijn in de periode 1984-1993 intensief samengewerkt met toenmalig CPB-directeur (en huidige ABN Amro-topman) Gerrit Zalm. Zo schreef De Jong mee aan het rapport Scanning the Future uit 1992, waarin het CPB vier scenario’s voor de lange termijn ontwikkeling van de wereldeconomie tot 2015 analyseert. In 1998 stapte hij over naar Zalms ministerie van Financiën, waar hij vijf jaar later directeur-generaal Rijksbegroting werd.

Na dertig jaar financieel-economisch beleid verplaatste De Jong zijn werkterrein naar het onderwijs. Vanaf 2008 is hij voorzitter van het College van Bestuur van de samenwerkende stichtingen Willibrord en Protestants-christelijk onderwijs Utrecht (PCOU). Deze stichtingen besturen veertig confessionele scholen voor primair en voortgezet onderwijs, met samen ruim 18.000 leerlingen en 2.150 medewerkers.

Zoals met zoveel managers in de semipublieke sector ontstond er ook enige ophef over De Jongs honorarium – zij het kortstondig en lokaal. Het Onderwijsblad constateerde eind vorig jaar dat De Jong met een jaarsalaris in 2009 van ruim 173.000 euro ruim boven het niveau van de hoogste schaal voor rijksambtenaren uitsteekt. In een interview lichtte De Jong dat zelf toe. Als „Haagse zij-instromer” had hij vrijwillig 10 procent van zijn salaris ingeleverd, plus „de dienstauto met chauffeur”. „Ik wilde best wat achteruit in salaris, maar niet helemaal terug”. Vandaar dat hij bij het PCOU een maandelijks toelage van 1.875 euro bovenop zijn vaste salaris kreeg aangeboden. Met de 23.600 euro die hij als commissaris bij DNB als vergoeding in het vooruitzicht heeft, zal De Jong zijn inkomensval van 10 procent in elk geval ruimschoots goed.

    • Philip de Witt Wijnen