Met vijftig man op het Groene Plein - reportage uit Tripoli

A Libyan rebel fighter raises his weapon as rebels enter Tripoli's Qarqarsh district August 22, 2011. Libyan government tanks and snipers put up scattered, last-ditch resistance in Tripoli on Monday after rebels swept into the heart of the capital, cheered on by crowds hailing the end of Muammar Gaddafi's 42 years in power. REUTERS/Bob Strong (LIBYA - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) Een Libische opstandeling houdt zijn wapen in de lucht bij het binnentrekken van het Qarqarsh district in Tripoli. Foto Reuters / Bob Strong

Hun pick-uptrucks hebben ze voor de toegangswegen van het Groene Plein in Tripoli gezet. Enkele jongens steken vuurwerk af, maar ze zijn met weinig. Van feestende massa’s is geen sprake. Nog niet.

Onze correspondent in Libië Thomas Erdbrink beschrijft vandaag in NRC Handelsblad hoe de vreugde zich rond het Groene Plein in Tripoli mengde met de angst dat Gaddafi terugkomt. Erdbrink sprak met enkele rebellen in de hoofdstad:

“‘Ik had nooit gedacht deze dag mee te maken’, zegt Abdul Hamid, lid van een groep van vijftig rebellen die net op het Groene Plein is aangekomen, na een tocht over verduisterde wegen richting centrum. Een gigantische poster van de voormalige leider ligt smeulend aan de voeten van de 22-jarige student.

Verderop, bovenop de niet werkende fontein, staat een man met ontbloot bovenlijf te zwaaien met de rood-zwart-groene vlag van de rebellen. ‘Ik dacht dat ze zich dood zouden vechten’, zegt Adel Bibas, een zakenman, over de Gaddafi’s. ‘Dit is onze Onafhankelijkheidsdag.’”

In 24 uur tijd zijn maanden van frustratie en verdeeldheid onder de rebellen over vastgelopen fronten tenietgedaan. Dit is de dag dat het rebellenleger, dat oogt als niet veel meer dan een gezelschap jongens op sandalen met machinegeweren, de facto een einde heeft gemaakt aan de heerschappij van Gaddafi – al hebben ze de voormalige gids van Libië nog niet te pakken, schrijft Erdbrink.

“‘Welkom in vrij Libië’, roept een jongen op de basis uitgelaten. Buurtbewoner Rabia Mohammad kijkt gelaten toe terwijl de stalen deuren van de wapendepots zijn gekraakt en kinderen met machinegeweren en granaten naar buiten komen lopen. ‘Dit is goed voor de oorlog’, zegt hij. ‘Maar niet goed voor het land. Deze wapens kunnen ook voor andere doeleinden dan de strijd tegen Gaddafi worden gebruikt,’ zegt Mohammad bezorgd.”

Er komt een sms-bericht binnen van de Nationale Overgangsraad, de politieke leiders van de opstandelingen die nu nog in Benghazi in het oosten zetelt. “We feliciteren Libië met de overwinning van de revolutie. Bescherm publiek bezit. Lang leve vrij Libië!” staat er volgens Erdbrink te lezen.

De rebellengroep racet naar Tripoli. Daar gaan inmiddels de eerste mensen voorzichtig de straat op. Lange stukken snelweg naar het centrum van de stad zijn onverlicht doordat de stroom is uitgevallen. In de lucht klinkt het monotone gebrom van NAVO-vliegtuigen, er is constant het geluid van geweervuur.

Lees de hele reportage van Thomas Erdbrink in NRC Handelsblad of in de digitale editie.