Met 50 man op het Groene Plein

Rebellen reden gisteravond zonder veel strijd door naar het Groene Plein in Tripoli. Vreugde mengde zich met de angst dat Gaddafi terugkomt. Een ooggetuigeverslag.

Rebellen reden vanmorgen door Tripoli, zoals hier in de wijk Qarqarsh. Ze vreesden dat Gaddafi-aanhangers zouden proberen om Tripoli te heroveren. Foto Reuters Libyan rebel fighters celebrate as they drive through Tripoli's Qarqarsh district August 22, 2011. Libyan leader Muammar Gaddafi's son Khamis is leading a military force towards central Tripoli, Al Arabiya TV said on Tuesday, citing rebel sources. REUTERS/Bob Strong (LIBYA - Tags: CIVIL UNREST) REUTERS

Hun pick-uptrucks hebben ze voor de toegangswegen van het Groene Plein in Tripoli gezet. Enkele jongens steken vuurwerk af, maar ze zijn met weinig. Van feestende massa’s is geen sprake. Nog niet.

Na maanden van opstand, revolutie en strijd aan drie fronten namen de rebellen die sinds februari tegen de Libische kolonel Moammar Gaddafi vechten, gisteren de hoofdstad Tripoli zonder veel tegenstand in. Voor middernacht hadden de rebellen het Groene Plein, het hart van de eeuwenoude stad en een symbool van de macht en ideologie van Gaddafi bezet.

„Ik had nooit gedacht deze dag mee te maken”, zegt Abdul Hamid, lid van een groep van vijftig rebellen die net op het Groene Plein is aangekomen, na een tocht over verduisterde wegen richting centrum. Een gigantische poster van de voormalige leider ligt smeulend aan de voeten van de 22-jarige student.

Verderop, bovenop de niet werkende fontein, staat een man met ontbloot bovenlijf te zwaaien met de rood-zwart-groene vlag van de rebellen. „Ik dacht dat ze zich dood zouden vechten”, zegt Adel Bibas, een zakenman, over de Gaddafi’s. „Dit is onze Onafhankelijkheidsdag.”

De maanden van frustratie over vastgelopen fronten en verdeeldheid onder de rebellen zijn gisteren in 24 uur tenietgedaan. Dit is de dag dat het rebellenleger, dat oogt als niet veel meer dan een gezelschap jongens op sandalen met machinegeweren, de facto een einde heeft gemaakt aan de heerschappij van Gaddafi – al hebben ze de voormalige gids van Libië nog niet te pakken.

In de middag voor de inname van de hoofdstad veroverden de rebellen eerst – onder begeleiding van NAVO-bombardementen – de nabije basis van Gaddafi’s elitetroepen, geleid door zijn zoon Khamis. Alle wapens en munitie van de basis werden in vrachtwagens, pick-uptrucks en op paardenkarren weggereden naar het door de rebellen beheerste gebied rond de westelijke Nafusabergen.

„Welkom in vrij Libië”, roept een jongen op de basis uitgelaten. Buurtbewoner Rabia Mohammad kijkt gelaten toe terwijl de stalen deuren van de wapendepots zijn gekraakt en kinderen met machinegeweren en granaten naar buiten komen lopen. „Dit is goed voor de oorlog”, zegt hij. „maar niet goed voor het land. Deze wapens kunnen ook voor andere doeleinden dan de strijd tegen Gaddafi worden gebruikt,” zegt Mohammad bezorgd.

En dan, als het lijkt alsof iedereen vanaf het veroverde Gaddafi-kamp is teruggekeerd naar uitvalsbasis Zawiya om het vasten van de ramadanmaand te breken, komen berichten binnen dat de eerste rebellen zijn doorgedrongen tot in de westelijke wijken van Tripoli. Eerder waren er al meldingen dat belangrijke wijken sinds zaterdag in opstand waren.

Er komt een sms-bericht binnen van de Nationale Overgangsraad, de politieke leiders van de opstandelingen die nu nog in Benghazi in het oosten zetelt. „We feliciteren Libië met de overwinning van de revolutie. Bescherm publiek bezit. Lang leve vrij Libië!” staat er te lezen.

De rebellengroep racet naar Tripoli. Daar gaan inmiddels de eerste mensen voorzichtig de straat op. Lange stukken snelweg naar het centrum van de stad zijn onverlicht doordat de stroom is uitgevallen. In de lucht klinkt het monotone gebrom van NAVO-vliegtuigen, er is constant het geluid van geweervuur.

Rebellen en buurtwachten zetten in het hele westelijke deel van Tripoli controleposten op. Iedereen heeft wapens. Geruchten zingen rond: er zouden scherpschutters van Gaddafi op de daken zitten, de bevrijding van de stad is eigenlijk een list van Gaddafi om de rebellen in de val te lokken en de kolonel zelf zou zich in een ondergronds gangensysteem bevinden.

Journalisten worden overal als bevrijders onthaald. „Laat de wereld zien dat de Libiërs niet als Gaddafi zijn”, zegt een man met haar tot op de schouders. Bij de controleposten worden broodjes en chocolade uitgedeeld. „Dit is een feestdag”.

Maar het volksfeest dat de rebellen voorspelden, blijkt niet losgebarsten als ze aankomen op het Groene Plein, dat vernoemd is naar de kleur van de islam en het ‘groene boek’ van Gaddafi, zijn eigen marxistisch-islamitisch-pragmatisch denkgidsje.

In de meeste huizen rond het plein zijn de lichten uit, rebellenleiders zijn nerveus en roepen dat de troepen van Gaddafi ieder moment terug kunnen komen. Zij hebben niet meer dan vijftig man op het plein. Bij de belangrijkste toegangsweg staan twee uitgebrande auto’s. Veel strijd is er niet geweest.

Rond het ochtenduur rijden versterkingen in een colonne van zeker 100 auto’s en vrachtwagens richting Tripoli. Gekleed in nieuwe uniformen moeten de rebellen nu laten zien dat ze naast vechten ook de vrede in Libië kunnen bewaren.

    • Thomas Erdbrink