Meisjesproza vol pathetiek en ellende

Voormalig IMF-baas Strauss-Kahn staat morgen voor de rechter in New York vanwege verkrachting.

In Frankrijk zou hij Tristane Banon hebben aangerand.

Tristane Banon. In Parijs loopt het vooronderzoek in haar zaak tegen Dominiqie Strauss-Kahn. Foto AP French writer Tristane Banon leaves the office of her lawyer David Koubbi in Paris in this May 17, 2011 file photo. Banon will file a legal complaint on July 5, 2011 over an alleged rape attempt by former IMF chief Dominique Strauss-Kahn in 2002, her lawyer told Reuters on July 4, 2011. David Koubbi, Banon's attorney, said the complaint would relate to an incident that took place when she went to interview Strauss-Kahn in an apartment in Paris. She was 22 at the time and has already publicly discussed the incident. REUTERS/Charles Platiau/Files (FRANCE - Tags: CRIME LAW POLITICS BUSINESS IMAGES OF THE DAY) Reuters

‘Hij spreekt met haar af in de Rue Mayet, in het 6de arrondissement van Parijs. Het is een leeg appartement, met houten balken, een koffiezetapparaat in de keuken en een deur die leidt naar een kamer met een twee-persoonsbed. [...] DSK doet de deur op slot. Ze zet haar tas op de tafel en pakt haar dictafoon. Nauwelijks heeft ze de eerste vraag gesteld of hij vraagt of hij haar hand mag vasthouden. [...] Hij begint haar naar zich toe te trekken.[...] Hij pakt haar vast, ze wil zich losrukken, ze vallen op de grond. Hij maakt haar bh los, grijpt haar borsten, laat zijn hand in haar slipje glijden. [...]. Ze zegt dat hij in een vreemde droomtoestand leek te verkeren, haar protesten niet hoorde. Ze vlucht, gaat in haar auto zitten, belt haar moeder. Ze krijgt een sms: „Kom, maak ik u bang?”’

Een fragment uit een slechte roman? Nee, dit komt uit een artikel in dagblad Le Monde, van 20 juli jongstleden. Het gaat over Tristane Banon, de 32-jarige journaliste en schrijfster die Dominique Strauss-Kahn, de voormalige directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds, heeft aangeklaagd voor poging tot verkrachting in 2003, en het vermeldt wat Banon zojuist aan de onderzoekscommissie heeft verteld.

In datzelfde jaar maakte Banon een serie interviews met machtige mannen over fouten die ze in hun carrière begingen. In dat kader ontmoette ze DSK. Waarom deed ze niet eerder aangifte? ‘Angst voor wat anderen zouden denken, angst om niet geloofd te worden.’

Maar helemaal gezwegen heeft Banon toch niet. In haar roman Trapéziste, uit 2006, beschrijft ze in vier pagina’s de ontmoeting met een ‘politiek leider van de grote partij van morgen’, in bewoordingen die heel dichtbij de hierboven verwoorde scène staan. Hetzelfde appartement, dezelfde leegte, hetzelfde koffiezetapparaat. En ook de man die zich opdringt, het interview wegwuift, die haar kleren van haar lijf rukt, die haar weerstand wel amusant vindt: ‘Ze is spitsvondig, dat kleintje!’ ‘Hij kijkt me aan met de ogen van een neuroticus’, schrijft Banon, ‘van een verslaafde die zijn injectie niet krijgt. Hij is zichzelf niet meer. Hij is ziek, hij moet zijn spul hebben.’ Ze vlucht in haar auto, denkt erover aangifte te doen, stelt zich voor wat er over haar, ‘freelancer op zwart zaad’, gezegd zal worden: ‘Ze heeft zich goedkoop van wat publiciteit willen verzekeren’. ‘Weet u nog, dat is Flore, dat meisje dat verwikkeld was in die smerige geschiedenis met die politicus’. Ze gaat naar huis, krijgt een sms’je met dezelfde tekst.

En dan is er het Parijse tv-programma van Thierry Ardisson, 93 Faubourg Saint-Honoré, uit 2007, waarin Banon vertelt hoe DSK, wiens naam toen door een discreet piepje werd vervangen, haar probeerde te verkrachten.

De onbetrouwbaarheid van het geheugen is notoir en feit en fictie staan op gespannen voet. Maar wie is ze eigenlijk, deze schrijfster van wie, vóór de affaire-DSK, nog niemand had gehoord? Wat voor boeken schrijft ze? En in welke kringen beweegt ze zich?

Haar site laat een fotogalerij zien met tientallen close-ups. De schrijfster houdt zich ook bezig met modellenwerk. Haar biografie vermeldt de kinderdroom schrijfster te worden, en vervolgens de Ecole Supérieur du Journalisme, freelance schrijfwerk voor Paris Match en Le Figaro en een baan als presentatrice van een programma over communicatie. Onder ‘revue de presse’ zijn alle snippertjes op te vragen die over haar zijn verschenen. Geen schrijfster dus die vanwege haar literaire werk een plaats heeft verworven in het ‘serieuze’ Franse literaire landschap.

Drie romans schreef ze: J’ai oublié de la tuer (2004), Trapéziste (2006) en Daddy frénésie (2008), dat vorig jaar in een Nederlandse vertaling verscheen onder de titel Als de vleugelslag van een vlinder. Op haar site vertelt Banon dat ze na een psychoanalyse ‘autofictie’ is gaan schrijven. Bij autofictie valt de auteur samen met de hoofdpersoon en/of de verteller, maar in het verhaal kan de auteur iets verkennen dat niet puur autobiografisch is. Namen en plaatsen kunnen bijvoorbeeld worden veranderd, omdat de auteur een bepaalde ervaring nader wil onderzoeken. ‘Rien n’est inventé, mais tout est faux’, luidt een zin voorin Banons tweede roman: ‘Niets is verzonnen, maar alles is onwaar’.

De vertelster van Banons eerste roman is een meisje dat we volgen van haar achtste tot haar veertiende. Haar vader heeft haar verlaten op de dag van haar geboorte, haar moeder heeft sinds de bevalling nooit meer enige aandacht aan haar besteed. Het meisje, Flore, groeit in welvaart op, met een babysitter, Amira, een lompe, zware vrouw van Marokkaanse afkomst, die aan de drank is en losse handjes heeft. Het is het relaas van haar jeugd, zegt Banon over dit boek, ‘alles is waar’. Maar is het ook literatuur? Nee. Vlot geschreven, tranentrekkend meisjesproza.

Wat voor een twintiger zo’n meisje wordt, lezen we in Banons tweede roman Trapéziste. De twintiger Flore is een freelance journaliste die nauwelijks genoeg verdient om te kunnen eten, die zich door topjournalisten op hun bureau laat pakken, zich door beroemdheden laat meevoeren naar bedden in vijfsterrenhotels, zich vol laadt met champagne en zich van het ene naar het andere feestje sleept. Een jonge vrouw zonder zelfrespect en zonder kompas. Ook hier pathetiek en doffe ellende.

Vergelijk het eens met de nieuwste roman van Virginie Despentes, Apocalyps baby, die de noodklok luidt over precies het soort jongeren als Flore. Onder verwaarloosde jeugd verstaat Despentes niet de kinderen die opgroeien in achterstandsgezinnen, maar tieners met te veel geld en te weinig aandacht. Kinderen met dure kleren, altijd het nieuwste mobieltje, maar zonder ouder die grenzen trekt. In duidelijke taal laat Despentes zien tot wat voor wanhoopsdaden zo’n meisje in staat is. In eerdere boeken mikten Despentes’ vrouwelijke personages met kalasjnikovs op potentiële verkrachters. Despentes laat je alle hoeken van de kamer zien. Banon is in zo’n spel geen partij. Voor haar ga je een doos tissues halen.

Tristane Banon: J’ai oublié de la tuer (Anne Carrière, 131 blz. €15,-). Trapéziste (Anne Carrière, 215 blz. €17,-). Als de vleugelslag van een vlinder (vert. Nini Wielink, Sirene, 190 blz. €16,95). Virginie Despentes’ Apocalyps Baby verschijnt binnenkort bij De Geus.

    • Margot Dijkgraaf