Hulp NAVO was cruciaal voor rebellen

Nieuwsanalyse

De NAVO koos partij in Libië, met een mandaat om burgers te beschermen. Na de val van Gaddafi blijft die opdracht actueel.

Ten westen van Tripoli kozen opstandelingen gisteren positie bij een bos. Ze vervolgden hun opmars, ondanks de oproep van Gaddafi om "met miljoenen" tegen hen in het geweer te komen. Foto AFP TOPSHOTS Libyan rebels take position during fighting against regime forces at the Gadayem forest, west of Tripoli, on August 21, 2011. A beleaguered Moamer Kadhafi urged supporters to "march by the millions" and quash a months-long uprising, as rebel forces advanced on Tripoli and claimed his 42-year rule was on its last legs. AFP PHOTO / FILIPPO MONTEFORTE AFP

De steun van de NAVO heeft een beslissende rol gespeeld bij het succes van de Libische rebellen tegen de troepen van Moammar Gaddafi. Die steun bestond behalve uit bombardementen ook uit training, het delen van informatie en het actief coördineren van de voortgang van de strijd.

De Verenigde Naties gaven het Atlantisch bondgenootschap in maart alleen een mandaat voor de bescherming van de burgerbevolking en het toezien op naleving van een vliegverbod en een wapenembargo. Maar in de praktijk was al snel duidelijk dat de NAVO partij koos: voor de rebellen en tegen Gaddafi.

De man die Libië leidde sinds hij in 1969 de macht greep moest verdwijnen, verklaarden eerst Parijs, Londen en Washington en vervolgens de voltallige NAVO. Op eigen houtje konden de rebellen dat niet voor elkaar krijgen: ze waren slecht georganiseerd, slecht getraind en bewapend en bestonden uit verschillende groepen. Niet voor niets waren ze in maart bijna verslagen door Gaddafi, die dreigde hen als ongedierte uit te roeien in hun hoofdstad Benghazi, die hij al gevaarlijk dicht genaderd was.

Maar het tij keerde. De Veiligheidsraad gaf de NAVO in de belangrijke resolutie 1973 toestemming „alle noodzakelijke maatregelen” te nemen. En dat ruime mandaat buitte het bondgenootschap ten volle uit. Volgens verschillende leden van de Veiligheidsraad, waaronder Rusland en China, ging de NAVO zelfs met de resolutie op de loop door zo duidelijk partij te kiezen. Maar omdat deze landen zich niet wilden opwerpen als verdedigers van Gaddafi hielden ze het bij wat diplomatiek gesputter.

Toen duidelijk was dat het regime niet bezweek onder de politieke druk maar militair verslagen zou moeten worden, kwam het aan op de vernietiging van de militaire macht van Gaddafi. Dat kon alleen de NAVO doen: met het bombarderen van militaire voertuigen, installaties en munitieopslagplaatsen.

Ook gebouwen die een rol speelden bij communicatie en bevelvoering van de troepen van Gaddafi werden zwaar bestookt – waaronder ook herhaaldelijk het kazerneterrein waar de kolonel en zijn familie wonen. In april kwamen daarbij de jongste zoon en drie kleinkinderen van Gaddafi om.

In juni verklaarde secretaris-generaal Rasmussen van de NAVO dat de militaire capaciteit van het regime al met 60 procent was verminderd. De afgelopen dagen bleek dat zijn vermogen om nog terug te slaan vrijwel nihil was.

De Fransen en de Britten hebben een handjevol militaire adviseurs bij de rebellen, maar de VS hebben officieel geen grondtroepen in het land. Deskundigen relativeren dat: de Amerikaanse luchtmacht heeft met onbemande vliegtuigjes intensief deelgenomen aan de bombardementen en heeft daarom zeker eigen mensen die aanwijzingen geven voor deze luchtsteun. Geen enkele westerse luchtmacht geeft luchtsteun zonder dat eigen mensen ter plekke de doelen aanwijzen – ook al zijn het misschien formeel geen militairen, maar oud-militairen die zijn afgezwaaid en nu voor een particuliere firma werken.

De VS hebben in de oorlog een grotere rol gespeeld dan de regering-Obama wilde toegeven. In de Amerikaanse media en politiek is er weinig aandacht voor Libië, maar duidelijk is dat de oorlog niet populair is – volgens peilingen vindt tweederde van de bevolking dat de VS er niet in betrokken zouden moeten zijn.

Het initiatief voor de interventie kwam van de Britse en vooral de Franse regering. De regering-Obama sloot zich te elfder ure bij hun plannen aan toen de opstand in Benghazi gesmoord dreigde te worden en ook de Arabische Liga instemde met de interventie, die toen nog alleen een vliegverbod leek te behelzen.

De regering-Obama wilde niet het verwijt krijgen dat zij lijdzaam toekeek hoe Gaddafi mogelijk een bloedbad zou aanrichten in Benghazi. Ook speelde een rol dat de Libische opstand deel uitmaakte van de reeks volksopstanden die over de hele Arabische wereld spoelde – als Gaddafi aan de macht zou weten te blijven zou dat een aanmoediging zijn voor andere autocraten om hard op te treden en niet op te geven.

Alleen dankzij Amerikaanse diplomatieke inspanningen werd de Veiligheidsraad overtuigd om toestemming te geven voor het ingrijpen (behalve Rusland, China, Brazilië en India onthield ook NAVO-lid Duitsland zich van stemming). En alleen door Amerikaanse militaire hulp kon de NAVO het al die maanden volhouden.

In juni klaagde de vertrekkende Amerikaanse minister van Defensie dat sommige bondgenoten al elf weken na het begin van de operatie door hun munitie begonnen heen te raken. Volgens Micah Zenko, onderzoeker bij de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations, hebben de Amerikanen inmiddels voor honderden miljoenen dollars aan munitie gegeven aan bondgenoten die door hun bommen heen waren. Als de VS niet waren bijgesprongen, zouden zelfs de Britten niet meer hebben kunnen meedoen.

Voor de NAVO begon de tijd dus te dringen. Eind september moeten de lidstaten beslissen of ze de operatie voor een nieuwe termijn van drie maanden voortzetten. Voor alle deelnemende landen werd de operatie, die veel langer duurde dan aanvankelijk werd gedacht, erg duur.

Noorwegen staakte zijn deelname aan de bombardementen al. Frankrijk moest het vliegdekschip Charles de Gaulle deze maand terugtrekken voor onderhoud, zodat de Franse straaljagers voortaan vanaf Kreta in actie moesten komen. En van het begin af aan deed niet meer dan een handvol lidstaten mee aan de bombardementen, terwijl sommige NAVO-landen in het geheel geen militaire bijdrage leveren. Nederland bombardeert niet, maar heeft wel F16’s geleverd voor het afdwingen van het vliegverbod en een mijnenjager voor toezicht op handhaving van het wapenembargo.

Pogingen een diplomatieke oplossing voor de crisis te vinden zijn de afgelopen maanden op niets uitgelopen. De rebellen stelden als voorwaarde dat Gaddafi en zijn familie van het toneel zouden verdwijnen, wat voor het regime onaanvaardbaar was. De zaak werd nog gecompliceerd toen het Internationale Strafhof eind juni arrestatiebevelen uitvaardigde tegen Gaddafi, zijn zoon en de chef van zijn veiligheidsdienst voor misdaden tegen de menselijkheid, begaan in de eerste twaalf dagen van de Libische opstand.

Maar nu het regime zo goed als verslagen is, is de diplomatie weer aan zet. Wat de NAVO betreft ontfermen de VN zich straks over de toestand in het Libië na Gaddafi. Maar Human Rights Watch wijst erop dat de opdracht aan het bondgenootschap om burgers te beschermen juist ook belangrijk is in de chaotische situatie die nu kan ontstaan.

    • Juurd Eijsvoogel
    • Floris van Straaten