Hoe zijn ze opgeleid?

De eerste generatie Chinezen volgde basisonderwijs, voor het werk in restaurants was niet meer nodig. Maar het opleidingsniveau van de tweede generatie is opvallend hoog. Van de hier geboren Chinese Nederlanders tussen de 20 en 35 jaar die niet meer naar school gaan, heeft 86 procent minimaal havo, vwo, of niveau 2 van het middelbaar beroepsonderwijs gedaan. Onder autochtone jongvolwassenen is dat 81 procent. Dat succes komt waarschijnlijk door de waarde die in de Chinese cultuur wordt gehecht aan werk en onderwijs. De havo- en vwo-deelname van Chinezen ligt dan ook ver boven die van andere migranten én boven die van autochtone leerlingen. Tweederde doet een havo/vwo-opleiding, tegenover circa de helft van de autochtone leerlingen. Van de tweede generatie stroomt 85 procent door naar het hoger onderwijs, tegenover 59 procent van de autochtonen. Waar de eerste generatie het Nederlands vaak slecht beheerst, spreekt van de tweede generatie een op de vijf geen Chinese taal meer. Chinezen van de eerste generatie spreken meestal Mandarijn of Kantonees.