Het T-woord

Eén haar uit zijn staart willen de fans. Een theelepel schuim uit zijn mond, ook goed.

Totilas, de hengst der hengsten, is nog altijd populair bij de Nederlanders tijdens de EK dressuur in Rotterdam, al is het paard overgelopen naar de Duitsers. Hoewel? Overgelopen? Gewoon ordinaire handjeklap; de Duitse fokker Paul Schockemöhle rook eens aan het zaad van het dier en legde 15 miljoen euro op tafel.

Tot dat moment werd Totilas met veel succes bereden door de Nederlander Edward Gal. Totilas en Gal, love at first sight. Het versmolten stel won alle prijzen.

Afgelopen weekend reed Gal op een ander paard, Sisther de Jeu. Tijdens de Grand Prix Spécial ging het niet naar behoren. Sis is een merrie. In de kür zie je meestal hengsten.

„Geen gemakkelijk tante” was het commentaar op tv. En: „Het is een vrouw.” Zo. Dus daarom trapte onze Sissie op verkeerde momenten naar achteren. Onuitstaanbaar hormonaal gerammel in een lijf van een wijf op vier benen.

Edward Gal pufte openlijk bij het einde van de kür.

De commentator: „Edward heeft niet de routine met het paard waarvan ik de naam niet meer zal noemen.”

Het T-woord.

Even later verscheen Gal voor de camera: „Sisther moest wennen aan de rumoerige omgeving. Ze was zo heet op het eind, spanning, ik kreeg het niet afgevloeid. Jammer.”

Dit was een extra aflevering van In Therapie. Edward Gal in een scène met acteur Peter Blok, in de ideale rol van ruitertherapeut.

Blok: „Ed, als ik het voorafgaande even samenvat: Sis en jij hebben geen klik.”

Gal: „Ik hou wel van Sis…”

Blok: „Maar?”

Gal: „Maar het is geen…” (Gal slikt en kijkt naar het plafond).

Blok: „Totilas, bedoel je.”

Gal keek in de betrouwbare ogen van Blok. Knikte. Huilde zonder geluid te maken. Blok snelde naar de kast. Gelukkig, de vorige patiënt had niet alle tissues uit de doos getrokken.

Ik spoedde me naar Kralingen en ging op tribune D zitten. Het was nog twee uur voordat Totilas ging rijden.

Adelinde Cornelissen deed haar kür met Parzival. Ik zag magistrale voorbenen tijdens de uitgestrekte draf. Tijdens de piaffe was de staart als een grote penseel die met lucht schilderde. Wat was dit nou? Zat ik als volwassen vent opeens te genieten van een paardenkür.

Als laatste verscheen de uitgehuwelijkte hartenbreker. Der Totilas. Waar was zijn ex, Gal? Stond hij eenzaam in het bos tegen een boom te trappen terwijl zijn oude liefde het toneel betrad? Of prikte hij spelden in een minihengst van pluche zodat de nieuwe berijder, Matthias Rath, eraf zou lazeren?

Al vanaf de eerste minuut was duidelijk dat Totilas zijn magie had verloren. Foutje hier, foutje daar. Achterbenen kwamen niet mooi van de grond. Totilas zweefde niet meer. De wonderhengst was zonder Gal een gewone knol geworden.

Ik zat ooit één keer op een paard tijdens een tocht in Italië. Terwijl iedereen vrolijk rondtippelde, stond mijn paard de blaadjes van de bomen te vreten. Hoe vaak ik de sporen ook gaf, ‘hortsik’ of ‘vai’ riep, het dier verplaatste geen hoef.

Ik bedoel maar, paarden en ik, dat is geen ideale combinatie. Maar één ding begreep ik tijdens de EK dressuur wel: tijdens liefdesverdriet lijken dieren en mensen erg op elkaar.