En toen waren ze al in Tripoli

Gisteren rukten de rebellen op tot in de Libische hoofdstad.

Ze maken zich nog wel zorgen over de chaos die zal ontstaan na de val van Gaddafi.

Gisteren waren ze er ineens. In Tripoli. De rebellen betrokken het laatste bastion van de Libische leider Moammar Gaddafi. „We zijn compleet klaar om de macht over te nemen”, zegt Abu Oweis, plaatsvervangend commandant van de brigade die belast is met de verovering van de Libische hoofdstad. „Alle mensen zullen blij zijn.”

Het ging snel gisteren. Als in een thriller meldden de persbureaus de opmars van het rebellenleger. Eerst nog 17 kilometer, toen 10 kilometer, toen 8.

Eerder op de dag veroverden rebellen ten westen van Tripoli een strategisch belangrijke legerbasis, gerund door de jongste zoon van Gaddafi, Khamis (28). Er werden schoten gewisseld, maar de weerstand was verder niet noemenswaardig. Even later stonden de rebellen al in Janzour, een voorstad op zo’n twintig kilometer van Tripoli. Daar werden ze door burgers onthaald als bevrijders, met gejuich en vlaggen, om het offensief vervolgens onverdroten voort te zetten. De NAVO verklaarde gisteren dat er in Libië eigenlijk al geen sprake meer is van een front, zoals dat tot nu toe het geval was. Het front lijkt vloeibaar te zijn geworden, door de snelle opmars van de rebellen.

„We hebben maandenlang informatie verzameld over Tripoli en heimelijk wapens, geld en manschappen gestuurd”, beweert brigadecommandant Oweis. Bijgestaan door internationale politici en militaire adviseurs hebben de rebellenleiders naar eigen zeggen de aanstaande machtsovername zorgvuldig gepland. Want het machtsvacuüm dat na het vertrek van Gaddafi zou kunnen ontstaan mag niet leiden tot chaos en plunderingen, zoals na de val van de Iraakse hoofdstad Bagdad tijdens de Amerikaanse invasie in 2003. Er moet direct een democratisch proces op gang komen, zeggen ze.

Het tijdelijke hoofdkwartier van de brigade van Oweis, een school nabij de stad Zintan in het Nafusa-gebergte, is tot de nok toe gevuld met munitie. Commandanten zitten achter laptops terwijl ze met satelliettelefoons aan het bellen zijn. Nieuwe rekruten (er melden zich nog iedere dag tientallen aan) maken hun wapens schoon. Oweis zegt dat zijn troepen een lijst van „ongeveer honderd” namen en adressen van belangrijke Gaddafi aanhangers mee krijgen om die zo snel mogelijk te arresteren.

De rebellen bevonden zich gisteren in de hoofdstad, nadat ze op zaterdag de strategische stad Zawiyah al hadden ingenomen. De opmars is een geweldige opsteker: door interne conflicten en de recente moordaanslag op de belangrijkste rebellencommandant (waar volgens velen rebellen bij waren betrokken) ontstonden in de afgelopen weken internationaal twijfels over de daadkracht van de rebellen en hun Nationale Overgangsraad.

Nu zijn er weer andere problemen: doordat het front zo snel is gaan bewegen, is het voor de NAVO moeilijker geworden om ondersteunende luchtaanvallen uit te voeren. De laatste kilometers naar Tripoli waren de rebellen dus vooral op zichzelf aangewezen.

Gaddafi had eerder nog verklaard roet in het eten te zullen gooien. Hij zei gisteren, in een door de staatstelevisie uitgezonden geluidsopname, dat hij Tripoli nog niet had verlaten, zoals het gerucht ging, en „tot het einde’’ in de hoofdstad zal blijven. Hij klonk zoals altijd strijdbaar. Tripoli „zal branden”, zei de Libische leider, die Libiërs uit het hele land opriep om de hoofdstad te komen ontzetten. Wie komt, krijgt wapens, beloofde hij.

Gaddafi maakte de rebellen ook uit voor „ratten” en suggereerde opnieuw dat de rebellenbeweging gevoed wordt door Al-Qaeda en het land in chaos zal storten. Hij raakt hiermee een gevoelige snaar: ook westerse regeringen hebben zorgen geuit over het tijdperk na Gaddafi, zij wensen vooral stabiliteit in het olierijke land vlakbij de Europese Unie.

Rebellenleiders wuiven die zorgen weg. Volgens hen zal de val van Gaddafi leiden tot massale straatfeesten die democratie zullen inluiden, in plaats van een vernietigende burgeroorlog. Zo hebben ze dat immers gepland: een speciale rebellenbrigade, die maandenlang is getraind door commando’s uit Qatar, zal strategische locaties in de stad, de haven, ministeries en musea beschermen tegen mogelijke plunderaars, bezweren de rebellenleiders. En uit een ander, meer gedetailleerd, plan van de Nationale Overgangsraad blijkt onder andere dat de rebellenleiders al na drie maanden de macht uit handen willen geven en na acht maanden na de val van Gaddafi democratische verkiezingen willen uitschrijven, onder toezien van de Verenigde Naties.

De vluchtelingen die uit de hoofdstad het Nafusa-gebergte hebben bereikt zeggen dat ze bang zijn voor geweld in de komende weken als Gaddafi weggaat. Ze maken zich zorgen over wat Gaddafi’s troepen nog zouden kunnen doen, en ze hopen vooral op een kalme afloop van het conflict.

„Er was geen chaos toen andere Libische steden werden bevrijd, dus waarom zou er straks chaos in Tripoli zijn?” zegt Ahmad Nafa, een werkloze ingenieur die naar de bergen is getrokken om zich aan te sluiten bij de opstand.

In de war room voor het westelijke front in de stad Zintan zitten commandanten achter legerradio’s waarmee ze contact met de troepen aan het front onderhouden. Sommigen waken voor te veel optimisme over het plan om Tripoli te beveiligen. „We moeten realistisch zijn en rekening houden met een aantal dagen van chaos in de hoofdstad, nadat Gaddafi weg is”, zegt Abbas Milad. De voormalige luchtmachtofficier voorspelt een jaar van instabiliteit na wat hij de „complete overwinning van de revolutie” noemt.

Maar een tweede Bagdad wordt Tripoli zeker niet. „Wij zijn geen buitenlanders die een vreemd land binnentrekken”, zegt Milad. „Wij zijn Libiërs die ons eigen land komen bevrijden, dat maakt een groot verschil.”

    • Thomas Erdbrink