Are your ready for your fotoshoot?

Mijn gymschoenen staan haaks op de helling, zetten zich schrap op de stoffige kiezels. Na de rand is er louter diepte, en net als ik me afvraag of het echt mogelijk is om dood te gaan van angst – zou mijn hart ermee kunnen stoppen, een tegennatuurlijk antwoord op deze tegennatuurlijke handeling? – roept de piloot achter me: „Rennen! Nu!”

Ik reageer, meer als een afgerichte lemming dan als een uitzinnige adrenalinejager, en het volgende moment word ik opgetild door de wind.

Het duurt minuten voordat mijn lijf tot rust is gekomen, en dan pas kan ik kijken. Stroken naaldbomen onder me, bergen naast me, in de diepte een donkerblauwe zee. Het is zoals het er vanaf de grond uit had gezien: een traag, prachtig zweven.

„Oké”, zegt de piloot achter mij. „Are you ready for your fotoshoot?”

Zenuwachtig registreer ik hoe de man die via een paar touwtjes mijn leven in handen heeft, in een tas begint te rommelen.

Het volgende moment verschijnt er een fisheye camera voor mijn neus. „Smile! Je bent een vogel, kra, kra, kra!” roept de man. Hij maakt foto’s van voren, van boven, met mijn armen wijd, mijn benen gestrekt, close-ups. Als het klaar is, zegt hij: „En dan nu de film! Hoe vind je het?” Ik lach ongemakkelijk naar de camera en probeer iets te bedenken – op duizend meter hoogte, hangend aan een parachute, denk ik na over ‘iets leuks, voor het filmpje’. „Ik ben blij dat ik je niet heb ondergekotst?” zeg ik uiteindelijk.

De camera blijft nog zeker tien minuten voor mijn gezicht hangen. Als hij eindelijk wordt opgeborgen, is de grond opeens een stuk dichterbij.

In plaats van diep in de ogen van een passerende zeemeeuw te kijken, heb ik de helft van de vlucht in de lens van een camera gestaard.

De hele vakantie viel het me op: zodra er iets gebeurde, werd de tijd even bevroren – glimlach, doe spontaan! – voor een foto. In het vakantiehuisje waren vier camera’s: een klein digitaaltje, twee matzwarte Nikons en Canons met intimiderende lenzen en een ouderwetse Hasselblad. Om later maar niets te hoeven missen van ons vakantieleven, werd er ijverig gefotografeerd.

Een katje springt op tafel – iemand roept snel: FOTO! Iemand zwaait vanuit het zwembad – FOTO! Groepsknuffel, hou dit vast jongens, iets langer – FOTO! Wij op een boot – FOTO! Hij is een beetje mislukt, nog een keer – FOTO! Misschien een andere compositie? – FOTO! Nu zijn we al weer bijna bij de haven, snel gaan zitten – FOTO!

Na zo’n serie dromden we om het toestel heen om met zijn allen de foto’s te bekijken. Waar vaak iemand dan weer een foto van nam. Soms lachten we enigszins beschaamd. Maar de gretigheid om vast te leggen hoe het nú is – we lachen, we hebben al onze tanden nog, er was een zwembad en een katje – was sterker.

Voor 25 euro mocht ik de foto’s van het paragliden kopen. Ik bedankte. „Ik ga mijn best doen om het te onthouden”, zei ik.

Renske de Greef

    • Renske de Greef