Als basisspeler kan hij ook wel doelpunten maken

Glynor Plet bekroonde zijn invalbeurt tegen Feyenoord met het openingsdoelpunt.

De Heracles-‘supersub’ is vaak betekenisvol, maar wil zich bewijzen als basisspeler.

Elke keer wanneer Glynor Plet als invaller scoort, stelt hij zijn trainer Peter Bosz voor een dilemma. Toont hij aan dat hij in het basiselftal hoort, of bewijst hij juist dat hij het meest waardevol is in de rol van breekijzer? De spits van Heracles gaf na zijn doelpunt tegen Feyenoord, nog geen minuut nadat hij was ingevallen, zelf het antwoord. „Ik geloof niet dat ik alleen als invaller kan scoren.”

Trainers hebben graag een type-Plet naast zich op de reservebank zitten: bijna twee meter lang, neusje voor het doel, niet lastig. Sommige voetballers bouwden een cultstatus op bij hun aanhang als stormram (John van Loen), inspirator (Peter van Vossen) of pinchhitter (Danny Koevermans). Allen wilden invallen om beslissend te zijn. Zo ook Plet, die vorige zomer overkwam van Telstar dat hem weghaalde bij de amateurs van FC Lisse. Bij beide clubs reeg hij de doelpunten aaneen.

Plet (24) scoorde dit seizoen al als invaller tegen RKC Waalwijk (2-2) en forceerde tegen NAC Breda een strafschop, waarna een achterstand werd omgebogen in een overwinning (2-1). Ook vorig seizoen was hij een van de productiefste invallers in de eredivisie, met vier doelpunten uit vijftien invalbeurten. Alleen de intussen vertrokken AZ-spits Graziano Pellè (6 uit 13) en Vitesse-aanvaller Marcus Pedersen (5 uit 11) deden het beter.

Plet haalt zijn schouders op over zijn statistieken als invaller. Hij wil het liefst een plek bij de eerste elf van trainer Bosz. „Ik denk dat ik klaar ben voor een basisplaats, maar het is niet aan mij die keuze te maken. We hebben een spelersgroep met kwaliteit. Ik heb vaak mijn aandeel en ben me de hele tijd aan het bewijzen, dat kan iedereen zien. Ik kan alleen maar mijn stinkende best blijven doen op trainingen en in wedstrijden.”

De wat statische Plet heeft bij Heracles concurrentie van met name de beweeglijke aanvallers Everton en Samuel Armenteros. De eerste liet tegen Feyenoord weinig zien, maar de technische Braziliaan heeft de kwaliteit uit het niets te kunnen scoren. De snelle Armenteros dribbelde enkele keren gevaarlijk langs Feyenoord-verdedigers en wist het tegenstander Ron Vlaar ondanks het lengteverschil zelfs in de lucht lastig te maken. De Zweed verzuimde echter vlak na rust de score te openen toen hij alleen voor doelman Erwin Mulder verscheen.

Plet deed het bij een identieke kans, meteen na zijn entree voor Darl Douglas, beter. De spits schoot raak op aangeven van Willie Overtoom, na een snelle aanval. Feyenoord dankte het gelijkspel ook aan een invaller, Ruben Schaken. De buitenspeler passeerde knap twee Heracles-verdedigers, schoot langs doelman Remko Pasveer en zag Guyon Fernandez de bal nog een zetje geven.

„We leken gerustgesteld na het doelpunt en deden misschien wat minder”, reageerde Plet. „Dat is zonde. Ik denk niet dat het nodig was de overwinning uit handen te geven.” Feyenoord-trainer Ronald Koeman prees Schaken. „Ruben heeft snelheid, is dreigend en voert ook bij balverlies heel gedisciplineerd zijn taken uit. Hij speelt met vertrouwen en zit steeds dichter tegen het elftal aan. Het is prettig zo’n speler achter de hand te hebben. Een luxeprobleem.”

Plet hoopt dat hij snel een kans krijgt van Bosz, maar schikt zich tot het zover is in zijn rol als bankzitter. „Ik probeer de bal goed vast te houden voor mijn ploeggenoten”, zei hij over zijn eigen rol. „Zeker in deze wedstrijd werden de ruimtes steeds groter en raakte iedereen vermoeid. Dan is het belangrijk een rustpunt te zijn. Invallen is niet altijd makkelijk. De wedstrijd ligt vaak al vol op tempo. De invaller zal zich meteen moeten aanpassen om belangrijk te kunnen zijn. Dat kan door een goede warming-up en concentratie.”

    • Michiel Dekker