• Ik

Op weg

We zaten in een eersteklascoupé van de trein, een vriendelijke oude dame en ik. Toen de conducteur haar kaartje vroeg, begon een zoektocht door de vele tassen en koffers die ze de trein had ingezeuld. Na een minuut of tien vond de conducteur dat ze genoeg haar best had gedaan. Glimlachend liep hij door. In

We zaten in een eersteklascoupé van de trein, een vriendelijke oude dame en ik. Toen de conducteur haar kaartje vroeg, begon een zoektocht door de vele tassen en koffers die ze de trein had ingezeuld. Na een minuut of tien vond de conducteur dat ze genoeg haar best had gedaan. Glimlachend liep hij door. In Leeuwarden hielp ik haar met uitladen. Ik vroeg me af waar zij naar op weg was.

Het duurde tot de lunch voordat ik erachter kwam. Daar zat ze op de grond, bij de ingang van het winkelcentrum. Omringd door alles wat ze bezat. Opnieuw die verontschuldigende glimlach. Gelukkig had ik wat kleingeld bij me.

Menno Zandbergen

    • Ik