De macaronischotel van toen

Ooit, lang, lang geleden, verkochten supermarkten in ons land geen tagliatelle, geen farfalle, geen penne, geen gekoelde verse lasagnebladen en geen ravioli gevuld met spinazie, ricotta en Parmezaanse kaas. Er lagen geen 25 soorten pasta van 7 verschillende merken in het schap. Wie na 1980 geboren is, kan het zich waarschijnlijk nauwelijks meer voorstellen, maar

Ooit, lang, lang geleden, verkochten supermarkten in ons land geen tagliatelle, geen farfalle, geen penne, geen gekoelde verse lasagnebladen en geen ravioli gevuld met spinazie, ricotta en Parmezaanse kaas. Er lagen geen 25 soorten pasta van 7 verschillende merken in het schap. Wie na 1980 geboren is, kan het zich waarschijnlijk nauwelijks meer voorstellen, maar ooit bestond het woord pasta niet eens.

Ik groeide op in dat land van ooit. De kruidenier verkocht spaghetti en elleboogjesmacaroni, maar die noemden we geen pasta, die noemden we gewoon spagetti (die h achter de g kwam ook pas veel later) en macaroni. En behalve van het woord pasta, hadden we ook nog nooit van het begrip ‘al dente’ gehoord. Spaghetti en macaroni kookte je net als aardappelen: in eenlaagje water met een snufje zout door en door gaar.

In retrospectief lijken het barbaarse tijden, zeker als je bedenkt dat ook pastagerelateerde zaken als pesto, Parmezaanse kaas en Bertollisaus nog uitgevonden moesten worden. Maar heus, wij waren evengoed hartstikke blij met onze elleboogjesmacaroni en spagetti. Ze vormden een welkome afwisseling op stamppot, erwtensoep en bloemkool met een papje.

Soms kan ik zelfs oprecht terugverlangen naar de macaronischotels van toen; de elleboogjes fluorescerend oranje van de tomatenpuree, met blokjes ham, corned beef of gehaktballetjes ertussen, extra hartig gemaakt met Maggi. Of zwemmend in een dikke bechamelsaus en bedolven onder geraspte kaas. Vooral die macaroni met kaas maak ik nog wel eens. Retro, maar helemaal niks mis mee.

Laat de boter smelten in een pan met dikke bodem. Voeg de bloem toe, roer met een houten lepel en laat 2 minuten zachtjes fruiten. Voeg scheutje voor scheutje de melk toe en blijf stevig roeren. Er ontstaat een dikke deegbal die langzaam in een blanke saus verandert. Laat de saus 10-15 minuten op heel laag vuur pruttelen om de melige smaak kwijt te raken. Blijf af en toe roeren. Verwarm de oven op 200 graden. Breng een grote pan met water aan de kook, voeg royaal zout toe en kook hierin de pasta net niet gaar. Haal de bechamel van het vuur en breng pittig op smaak met 2 of 3 theelepels mosterd, flink wat worcestershiresauce, zout, versgemalen peper en nootmuskaat. Roer er tot slot de eidooiers door. Meng de bechamelsaus en de helft van de kaas door de pasta en verdeel over een beboterde ovenschaal. Strooi er de rest van de kaas over en schuif een half uur in de oven voor een bruin korstje. Geef er een groene of een tomatensalade bij.

Macaroni

Voor 4 personen:

50 gr roomboter

50 gr bloem

6 dl hete melk

350 gr elleboogjesmacaroni (of een kleine Italiaanse pastasoort)

pittige mosterd

worcestershiresauce

nootmuskaat

2 eidooiers

50 gr belegen boerenkaas, geraspt

    • Janneke Vreugdenhil