'Werken hoor je de hele dag te doen'

Hoofdredacteur Franska Stuy heeft geen enkele behoefte om haar 2,7 miljoen Libelle-lezers op te voeden, zegt ze bij een scholletje. ‘Ze zijn al opgevoed.’

Franska Stuy en haar tas. 'Twee keer per jaar ga ik shoppen in Arnhem.' Bob van der Vlist, NRC handelsblad, Lux, Lunchen met, Franska Stuy, Hoofddorp, 10-08-2011

De hoofdredacteur van het grootste weekblad van Nederland is er al. Ik weet dat de vrouw met de donkere haren en rode lippen daar aan dat tafeltje op het terras Franska Stuy moet zijn, want ze lijkt op het fotootje dat altijd op de eerste bladzijde in Libelle staat, naast haar welkomstwoord. Verder weet ik niet zoveel van haar. Ja, ze heeft in 2009, het jaar waarin ze werd uitgeroepen tot beste hoofdredacteur van het jaar, een boekje gemaakt, De goudvis is hot en coming. Dat gaat over haar werk en niet over haar. Ik gok dat ze 56 is (klopt), al behoorlijk lang met dezelfde man is, dol is op koken en Italië én al jaren Libelle leidt (13 jaar).

Zij koos De kas als locatie, een restaurant in de voormalige stadskwekerij van Amsterdam. Toevallig heeft ze daar deze week nog een paar lunchafspraken met andere journalisten. Het leek haar een goede plek om te vertellen over de komende ‘natuurmaand’ van Libelle. De vier nummers in september zijn ‘groen’, er is een app die naar adressen leidt om groen te eten, te shoppen en te slapen én het extra kwartaalblad, Balance gaat ook over ‘gelukkig, gezond en bewust leven’.

In restaurant De kas wordt gekookt met wat er in de kas erachter of de tuin ervoor groeit. „Vijftien jaar geleden nodigde de eigenaar me hier uit om over zijn plannen te vertellen. Stond ik met mijn hakken in de klei, er was hier nog helemaal niks. Ik had toen niet durven voorspellen dat de groene trend zo groot zou worden.” Achteraf bezien, stonden de signalen allang op groen. „Ik presenteer twee keer per jaar een toekomstplanning voor Libelle. Dat kleed ik altijd aan met beelden en muziek, ik zet een sfeer neer. En al jaren was die sfeer groen; radijsjes, moestuinen. Green-alert, zeg maar.” Het is een kwestie van intuïtie om zoiets te zien komen, zegt ze. „Ineens zijn er wachtlijsten voor volkstuintjes, heeft iedereen tomaatjes in de tuin – ik ook. In een tijd dat iedereen alles overal kan doen, wordt wat dichtbij is begeerlijk.”

Ondertussen wordt het eerste gerecht op tafel gezet. Kiezen hoeft niet, je eet wat de kok vandaag heeft geoogst. Courgette, sperziebonen, bleekselderij. De borden zijn versierd met eetbare blaadjes van bloemen die net nog in de tuin stonden. Als de drie ooievaars op de toren verderop beginnen te klepperen naar de twee op het dak, wordt de natuurbeleving bijna te gortig.

Ook al kom ik niet voor de ‘groene Libellelunch’, Franska Stuy heeft toch een kartonnen tas voor me meegenomen, „nog even snel beschilderd door de art-director”, met daarin aardappels, bietjes en olie en azijn met Libelle-etiket („Het oorspronkelijke etiket vonden we lelijk”) en een recept erbij voor de aardappel-bietjessalade zoals het in Libelle 36 komt te staan. Eet u altijd biologisch, vraag ik, omdat ik denk dat dat een toepasselijke vraag is. „Neu.” O, alleen biologisch vlees zeker?, verbeter ik haastig. Weer zegt ze alleen: „Nee.” Nu ben ik van mijn à propos. Ze zei toch net dat groen de trend was en zij ook graag een moestuin wilde?

Ontregelend

Het is niet het enige ontregelende moment deze lunch. Elke keer als ze ook maar vermoedt dat er iets wordt ingevuld of verondersteld, zegt ze: „O.” Ze gaat niet in de aanval, niet in de verdediging, maar laat de ander de conclusie trekken. Vraag eens of het wel leuk is om met alleen maar vrouwen te werken (er zijn 39 voltijdbanen op de redactie van Libelle in Hoofddorp, en 0 mannen ). Zij hoort het verborgen vooroordeel en antwoordt met de vraag waarom ik denk dat het niet leuk zou zijn. Ze ergert zich aan mensen die zeggen dat Libelle het blad is van hun moeder. „Wat is er mis met je moeder? Ik hou van mijn moeder.” En over dat al of niet groen eten, zegt ze: „Ik heb al jaren een biologisch groentenpakket van een heel leuke boer uit de buurt. Maar het is geen godsdienst ofzo. Het moet wél leuk blijven, bewust genieten noem ik dat. Parttime eco.”

Ze heeft geen enkele behoefte, zegt ze, om haar 2,7 miljoen lezers op te voeden. „Ze zijn al opgevoed.” ‘De’ Libelle-lezer bestaat niet, zegt Franska Stuy. „Veel bladen hebben een ijkpersoon voor wie ze schrijven. Dat wil ik niet. Het kan ook niet, met zoveel lezers.” Libelle zelf, zegt ze, is een vrouw van 38 die de lezer laat zien wat er speelt in de wereld. En, als het even kan, haar wereld leuker en mooier maakt. Zo staat het ook op de cover: ‘Elke week een feestje’. Elke week een recept, een interview met een interessant persoon. Aan celebrity’s heeft Libelle weinig boodschap. „Bekend zijn alleen is niet genoeg, iemand moet wel een verhaal hebben.” Elke week betaalbare woonideeën en elke week een eigen fotoreportage met modellen die mooi, maar niet graatmager en piepjong zijn. Ze dragen kleren van Fillipa K. gecombineerd met C&A. Nee, geen designerspullen, zegt Franska Stuy. „Veel te duur. Wie betaalt dat nou?” Zelf draagt ze zwarte instappers van Prada en een soort plastic boodschappentas, ook van Prada. „Twee keer per jaar ga ik shoppen in Arnhem, en soms koop ik tussendoor iets als we bij modeshows in Milaan of Parijs zijn.” Nu draagt ze een spijkerbroek. Ze zag hem aan bij een collega. „Ik wou hem meteen hebben. Zij heeft er een voor me gekocht.” Bij modeketen Vanilia.

De vis komt op tafel, Franska Stuy prikt een rozerood begoniablaadje op haar vork. „Zuur”, stelt ze vast. Nuchter. Ja, dat is ze, zegt ze, nuchter. „Ik snap niet dat mensen klagen over pijntjes. Of zeggen: ‘Oei, die chocola ligt zó zwaar op de maag.’ Dat gevoel ken ik niet. Of mensen die de wc’s in Frankrijk zó vies vonden, terwijl dat gewoon zo’n schone voetstap-wc was. Aanstellerij vind ik dat.” Wat ze ook aanstellerij vindt, is over zichzelf praten. „Hoe interessant is het hoe ik ben opgegroeid, waar ik met vakantie ga, of ik een gezin heb. Het gaat om wat ik doe en máák.” Maar ongetwijfeld, werp ik tegen, beïnvloedt haar persoon het blad dat ze maakt.

Nou goed dan, ze is één van de twee dochters van een belastingambtenaar en een lerares handenarbeid. „Ik was de enige op school met een werkende moeder. Ik vond dat normaal.” Van haar vierde tot haar twaalfde woonde ze in Zwijndrecht. „In een flat. Ik ben er pas nog wezen kijken. Er staan nu van die wokken op de balkons.” Ze bedoelt schotelantennes. Later ging ze naar de hbs in Dordrecht, studeerde cum laude af aan de St Joost academie in Breda. Mode-ontwerpen was haar afstudeerrichting. „Ik wou natuurlijk Gaultier worden.” Ze zegt het alsof het alleen een dwaze pubergril was. „Als kind maakte mijn moeder al de kleren die ik bedacht.” Naast mode deed ze fotografie, typografie, ze kan nog steeds heel goed portretten tekenen. „Ik heb het graag druk.” Ze werd, in 1978, stilist bij Ariadne, een blad voor zelfmaakmode. Ze bedacht, ontwierp en maakte alles zelf, inclusief de accessoires en de foto’s. Ze werd hoofdredacteur van het culinaire blad Tip Culinair, tot ze werd gevraagd voor Libelle. Elke dag rijdt ze ’s ochtends om kwart voor zes van haar boerderij in Brabant naar het westen. En ’s avonds laat pas weer terug. „Werken hoor je de hele dag te doen.” Ze maakt zelf een kanttekening: ze kan dit werk alleen maar zo doen, omdat ze geen kinderen heeft. „Je hoeft nooit uit te leggen waarom je ze wél hebt. Ik heb ze niet, omdat ik dat niet wilde.”

Goudvis

Ze heeft vanochtend een ontbijtpresentatie gegeven bij de Amsterdamse tak van uitgeverij Sanoma. „De titel had ik even snel op vakantie in Spanje bedacht: Libelle van magazine naar brand, tips en valkuilen.” Ze grinnikt weer. „Ineens besefte ik dat het daar dan wel over moest gaan.” Ze heeft ter inspiratie haar eigen boekje De goudvis hot and coming erbij gepakt, want daarin had ze al eens op geschreven hoe ze dat doet, van Libelle een merk maken. „Ik was nog niet eens halverwege, en ik dacht van mezelf: ‘wat een bitch’.”

Het was mij ook al opgevallen dat ze het woord ‘dictator’ en ‘machiavellist’ een paar keer gebruikt in combinatie met haar rol als hoofdredacteur. Is zij soms de Nederlandse versie van de despotische Anna Wintour van de Amerikaanse Vogue, op wie de film The devil wears Prada is gebaseerd? Ze ontsnapt met een grapje. „Mijn secretaresse smeekt me toch vooral een keer mijn jas op haar bureau te smijten.”

Ik had haar aan het begin van de lunch al een sfinx genoemd, omdat ze zo stoïcijns leek. Daar had ze van opgekeken en gezegd dat ze hooguit weleens oester wordt genoemd. En dat is inderdaad een betere omschrijving, want hoe meer je haar over haarzelf vraagt hoe meer ze dichtklapt. Dat valt haar niet kwalijk te nemen, want hoeveel mag een wildvreemde tijdens de lunch vragen zonder dat het ongepast wordt? Blijkbaar neemt ze het zichzelf toch kwalijk, want na de lunch sms’t ze dat ze me later nog wat overpeinzingen zal mailen. Dat doet ze, op zaterdagochtend vroeg. Ze schrijft: „Ik ken mensen die een verhaal over zichzelf klaar hebben liggen, ik heb dat alleen over mijn werk.” Maar ook daarover schrijft ze dat de mensen met het mooiste verhaal, niet per se het beste werk verzetten.

Haar verhaal is dat Libelle het grootste blad is, groter dan het bijna even oude zusterblad Margriet. De Libelle Zomerweek groeide uit tot een evenement in Almere met 85.550 bezoekers. Er is een Libelle-academy, met cursussen ‘online netwerken’, ‘zeggen wat je wilt’ en ‘moodboard maken’. Franska Stuy introduceerde het Libelle Nieuwscafé, waar Mark Rutte en Maxime Verhagen komen, ze zouden gek zijn als ze het niet deden, want ze krijgen toegang tot een grote groep potentiële kiezers. Fabrikanten van make-up, crèmes en braadoliën weten dat ze met een advertentie in Libelle in één klap in flink wat boodschappentassen rollen. Zoals Franska Stuy ook maar één keer in haar redactionele voorwoord hoeft te zeggen dat een Libelle Beachclub haar wel wat lijkt, en de eigenaar van een strandclub komt bij haar op bezoek.

Bijna terloops vertelde ze eerder dat ze als klein meisje nogal leuk was om te zien. Ze trok er een koket gezicht bij, om na te doen hoe ze keek toen ze haar moeder erop wees dat alle mensen in het dorp naar haar lachten. En dat haar moeder bij thuiskomst de schaar had gepakt en, rits rats, haar zwarte pijpenkrullen had afgeknipt. Ze heeft de les begrepen: zo bijzonder ben je niet. Op talent of schoonheid alleen, zegt ze nu, moet je niet trots zijn. „Je hebt het ook maar gekregen. Het is je plicht er wat mee te doen.” Ze vindt haar grootste verdienste als hoofdredacteur dat de mensen die bij haar begonnen nu zélf hoofdredacteur zijn. Rozemarijn de Witte, de bedenker van Living en Linda . Karin Swerink van Glamour, Marie Nanette Schaepman van Jan, Mary Hessing van Eigen Huis en Interieur en More Than Classic.

Nemen we nog een toetje, of toch maar niet? Franska Stuy houdt niet van zoet. Ze neemt de kaas. Knabbelt aan het notenbrood. „Zo jammer dat er brood om de nootjes heen zit.” Ze is iemand die kan dooreten, zegt ze. Ze is er een jaar geleden mee gestopt. Daarom is ze nu ook minder zwaar dan vroeger. Ze is ook gestopt met alleen maar zwarte kleren dragen. Ik veer op bij zoveel onverwachte ontboezemingen en vraag waarom. Ze kijkt verbaasd en zegt: „Zomaar. Hoezo?”

    • Rinskje Koelewijn