Weg met het heen-en-weer-geflats

Sinds Paul van Ass bondscoach is, keerde de spelvreugde terug. Geen eindeloos geschuif, maar energiek en avontuurlijk hockey. „We speelden te veel om niet te verliezen.”

Paul van Ass tijdens de EK-voorbereiding in het Wagener-stadion: "Ik wil bewijzen dat we op een andere manier ook tot resultaat kunnen komen." Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold amstelveen hockeycoach paul van as foto rien zilvold

E erst maar even dit. Wereldkampioen Australië is veel te groot gemaakt door de Nederlandse hockeywereld. Sommige Nederlandse spelers hebben veel te lang in de nationale ploeg gezeten. En Nederland moet volgende week Europees kampioen worden.

Paul van Ass (50) draait niet graag om de hete brij heen. Geen diplomatieke prietpraat. Niks indekken. Duidelijkheid. Ook al weet de hockeybondscoach dat de critici met de zeis klaar staan mocht het tegenvallen. „Wat maakt het uit? Als ik ongelijk heb baal ik het meest. Dan ben ik weg. Als ik het niet roep en het lukt niet, ben ik ook weg.”

Sinds Paul van Ass de scepter zwaait over de hockeymannen lijkt alles anders. Vorig jaar nam de flamboyante HGC’er, met meer ervaring als ondernemer dan als hockeycoach, het roer van Michel van den Heuvel over. Alsof de wereld de andere kant opdraait: het plezier spat er weer af bij Oranje, dat al ruim een decennium snakt naar een grote prijs. Het eindeloze, risicoloze heen-en-weer-geflats, waaraan ook Van Ass zich groen en geel had geërgerd, maakte plaats voor energiek en avontuurlijk hockey. En zie: de grote rivalen, wereldkampioen Australië en olympisch kampioen Duitsland, werden de afgelopen weken onder het kunstgras gelopen.

Die radicale koerswijziging was hard nodig ook, vond Van Ass. „We speelden te veel om niet te verliezen. Balbezit en controle waren heilig. Niet dat balbezit niet meer uitmaakt, maar uiteindelijk moet dat ding erin. We zitten ook een beetje in de entertainmentbusiness.”

Van Ass vermoedt dat het misging toen Nederland, olympisch kampioen van 1996 en 2000, na een dramatisch verlopen WK in 2006 als zevende eindigde. „Alles viel toen verkeerd. Dat heeft meteen geleid tot een behoudender systeem en een diepe groef op onze ziel veroorzaakt.”

Australië groeide in dat klimaat uit tot de nieuwe wereldmacht. Maar Van Ass is niet onder de indruk. „Zij zijn nummer één geworden, omdat wij het hebben laten gebeuren. Ze zijn niet zo goed als wij ze hebben gemaakt. Het is aan mij om dat te bewijzen. Wij dichten Australië veel te veel grootheid en fitheid toe. Allemaal gelul. Ze kunnen alleen hard rennen. Is dat denigrerend? Ja. Maar wij kunnen veel meer. Wij hebben het meeste talent van de wereld. Alleen: we moeten wel ons werk doen. Dat hebben we niet gedaan.”

Van Ass zette snel een verjonging in. Spelers als Rob Reckers, Geert-Jan Derikx, Ronald Brouwer en Timme Hoyng riep hij niet meer op. Tijdens een vierlandentoernooi in Amstelveen, deze zomer, was de selectie op dertien plaatsen veranderd ten opzichte van de EK van 2009. Geheel in lijn met zijn eigen personeelsbeleid.

Van Ass kent binnen de selectie drie ‘platforms’: de jonge talenten (tot 23 jaar), de meer ervaren spelers (tot 26) en de internationals met meer dan honderd interlands. „Dat zijn mijn wereldtoppers. Zij bepalen de kleur van de medaille.”

De afgelopen jaren was de selectie scheef gegroeid, oordeelt Van Ass. „Spelers moeten doorschuiven naar het volgende niveau. Als dat niet lukt moeten ze eruit. We hebben veel te lang platform-tweespelers gehad die niet konden doorstoten naar de wereldtop, omdat ze geen wereldtop waren. Die hebben in tien jaar tijd niet één gouden medaille gewonnen. Die zouden geen tweehonderd interlands mogen halen. Dan kun je beter jonge spelers laten spelen. Maar je moet ook afscheid durven nemen van jongeren die niet doorgroeien. Anders blokkeren ze speelminuten.”

Is zijn beleid hard? „Het is duidelijk. Ik heb gesprekken gehad met spelers. Die vonden zichzelf een wereldtopper, maar dat zijn ze niet. Dan zei ik: nou, hoeveel gouden medailles heb je gehaald? Natuurlijk is dit confronterend. Spelers denken dat ze een platform hoger zitten dan ze zijn. Ze hoeven het niet met me eens te zijn. Dat is ook een misvatting. Ik heb vaak niet zo’n leuke boodschap, maar ik heb wel een boodschap.”

In de hockeywereld wordt hij om zijn directheid wel eens gezien als een vreemde eend in de bijt. Succesvol zakenman, financieel onafhankelijk, vol bravoure. Maar ook een coach zonder diploma’s, zonder de lange aanloop die collega-coaches als Marc Lammers, Roelant Oltmans of Maurits Hendriks aflegden. Van Ass kwam ‘toevallig’ bovendrijven bij HGC, waar hij jaren voorzitter was.

„Niet gehinderd door enige kennis van zaken” begon hij enkele jaren geleden als coach van ‘heren 1’, dat slecht draaide. „HGC speelde degradatiehockey. Ik heb mijn eigen plan getrokken. De intentie moet zijn: goals maken. Niet alleen controleren en wachten op de fout of de corner.”

Zijn invloed bleek groot: bij HGC lukte het Van Ass tweemaal in korte tijd een kwakkelend elftal om te smeden tot een aanvallend succesteam.

Die opdracht kreeg hij als bondscoach ook van de bond. En voorlopig heeft hij critici de mond gesnoerd. Vorige maand werd Australië met 6-1 weggespeeld. Duitsland werd al vier keer op rij verslagen. „Ik ga niet vertellen welke systemen we allemaal spelen. Maar wij willen onze wil opleggen aan de tegenstander. Met balbezit en zonder balbezit.”

Zoals hij destijds bij HGC niet zat te wachten op een functie als coach, zo was dat vorig jaar ook toen de bond hem benaderde. Hij voorzag problemen met zijn zoon Seve (19) – vernoemd naar de onlangs overleden Spaanse golflegende Seve Ballesteros en nu één van de grootste hockeytalenten van Nederland – die op het punt stond door te breken. „Ik had deze situatie liever niet gehad. Ik zal je eerlijk zeggen: ik heb vorig jaar twee keer geweigerd bondscoach te worden, vanwege hem. Ik had geen zin in dat gezeik. Ik had mijn eigen bedrijf, ik was meer tegen dan voor.”

Hij voorzag vooral problemen voor zijn zoon. „Seve wordt niet beoordeeld door mij, maar door die 9.000 toeschouwers. Die denken: nou, laat maar zien. Maar hij speelde op zijn zestiende al in de hoofdklasse. Hij heeft de finale van de play-offs gespeeld, de European Hockey League gewonnen. Ook Seve zal een keer slecht spelen, ook hij zal een keer niet geselecteerd worden. Maar hij is niet een gemiddeld talentje, hij kan in 2014 bij Oranje in ‘platform drie’ zitten. Dat haalt hij wel. Natuurlijk vind ik dat moeilijk om te zeggen.”

Toch zwichtte vader Van Ass voor de bond. „Het is ook ijdelheid. Ik vond het wel heel mooi, mijn eigen visie implementeren op het Nederlandse hockey. Het heeft een enorme impact als je dit op het hoogste niveau mag doen. Ik wil bewijzen dat we op een andere manier ook tot resultaat kunnen komen. Daar krijg ik energie van. Dat is toch fantastisch?”

Maar hij wil dit EK ook gewoon winnen. „Niet voor mij, niet om de prijs, maar om het groepsproces. Als je gaat winnen ga je toch anders naar elkaar kijken. Dan groei je. Internationaal gaan mensen anders naar je kijken. Vanuit die psychologie moet je winnen. Natuurlijk wordt het spannend. Maar zo heb ik het liever, in plaats van een rechte lijn.”

    • Rob Schoof