Weer verwarring over Griekse steun

Opnieuw is verwarring ontstaan over de Griekse noodsteun. Zowel gedoogpartner PVV als oppositiepartijen PvdA en GroenLinks hebben premier Mark Rutte gekapitteld over de overeenkomst die Finland zou hebben met Griekenland. In ruil voor steun aan het Zuid-Europese land kreeg Finland een borgsom van naar verluidt 1 miljard euro.

Vrijdag zei premier Rutte na afloop van de wekelijkse ministerraad dat „als de Finnen een deal hebben met de Grieken, dan geldt die deal ook voor ons”. Hij zei dat hij „verbaasd en gebelgd” was dat het onderpand een geldbedrag betreft in plaats van „een eilandje”.

Vlak daarvoor had minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) gezegd dat „Finland nog helemaal geen deal heeft”. De uitwerking van de afspraken die tijdens een eurotop op 21 juli zijn gemaakt moeten immers bij unanimiteit door alle zeventien eurolanden worden goedgekeurd.

Deze week is in de Tweede Kamer twee dagen gedebatteerd over de noodsteun, waarin Rutte zijn excuses aanbood voor zijn onduidelijke presentatie van het noodpakket van in totaal 215 miljard euro. Dinsdag kwam de Finse eis voor een onderpand in een van de debatten ter sprake, maar toen was de uitwerking nog niet bekend. De Kamer wil voor maandag twaalf uur uitleg.

PVV-leider Geert Wilders riep het kabinet op ook „cash onderpand te eisen”. Hij noemde het in de media „bijzonder pijnlijk dat het kabinet slecht is geïnformeerd”. Volgens De Jager heeft de PVV geen recht van spreken omdat die partij tegen het steunpakket is. Volgens Kamerlid Ineke van Gent van GroenLinks zou de steun „geen zoekplaatje” moeten zijn en is dit „een schimmige deal”. PvdA’er Ronald Plasterk noemt de gang van zaken rommelig. „Er is geen touw meer aan vast te knopen.”

Tegelijkertijd met de wens ook een onderpand te krijgen zei Rutte het Finse verzoek een slecht plan te vinden. Hij sprak van een onverstandige „vestzak-broekzak-constructie” omdat geld dat Grieken zou moeten helpen op deze manier weer terugkomt bij de Europese lidstaten en het hulppakket daarmee minder effectief is.

Onder meer Nederland, Oostenrijk en Slowakije verzetten zich tegen de Finse overeenkomst. „We willen niet dat het ene land wordt bevoordeeld”, zegt De Jager.

Guy Verhofstadt over euro-obligaties: Economie, pagina 6-7