Verzekeringen zijn lang niet allemaal even zinnig

Diefstal van je fiets, verlies van je mobieltje, je kunt je tegen van alles en nog wat verzekeren. Maar is het ook nodig? ‘De vraag is: welke lasten kun je dragen en welke niet?’

„Welke verzekeringen je nodig hebt? Volgens mij is het redelijk simpel”, zegt Han Wansink, net met emeritaat als hoogleraar verzekeringsrecht in Rotterdam en Leiden en lid van de Tuchtraad Financiële Dienstverlening Assurantiën. „Je moet nagaan welke ellende je je kunt permitteren zonder dat je wezenlijk wordt aangetast in je bestaanszekerheid.”

Met dat uitgangspunt zijn er maar een paar verzekeringen nodig, stelt Wansink. Daar hoort de aansprakelijkheidsverzekering bij. „Stel dat je een ongeluk veroorzaakt, waardoor een ander letsel oploopt. De gevolgen daarvan kan bijna niemand zelf betalen. Dat je je daartegen verzekert is niet alleen een kwestie van geld, maar ook van maatschappelijke verantwoordelijkheid. De meeste mensen zijn zich daarvan bewust, want ruim 95 procent heeft een aansprakelijkheidsverzekering.”

Voor automobilisten is de WA-verzekering (wettelijke aansprakelijkheid) voor de auto verplicht. Daarnaast hebben veel mensen een casco-verzekering. „Bij een nieuwe auto is dat aan te raden, maar bij auto’s die ouder zijn dan 3 tot 5 jaar is dat nergens voor nodig.”

Mensen met een eigen huis hebben een opstalverzekering nodig. „Niet alleen omdat de hypotheekbank dat eist, maar ook omdat je zelf niet buiten zo’n verzekering kunt. Er zijn maar weinig mensen die een nieuw huis kunnen laten bouwen als het oude door brand verwoest is.”

Hetzelfde geldt voor de inboedelverzekering. Ook de waarde van inboedels loopt fors in de papieren en het is de vraag of mensen voldoende spaargeld hebben om alles opnieuw aan te schaffen. „De inboedel- en de opstalverzekering moet je afsluiten bij dezelfde verzekeringsmaatschappij”, adviseert Wansink. „De opstalverzekering dekt roerende goederen. Alles wat aard- en nagelvast is, zoals dat heet, hoort daarbij. De inboedelverzekering verzekert de roerende goederen. Maar waar hoort de vloerbedekking bij? Of het parket? Die scheidslijn is niet altijd helder. Door de verzekeringen onder te brengen bij één maatschappij, voorkom je lastige discussies met je verzekeraar.”

Ook de zorgverzekering hoort thuis in het rijtje noodzakelijke verzekeringen. Dat is een wettelijk verplichte verzekering.

Daarnaast zijn er verzekeringen die wat Wansink betreft in de b-categorie vallen. „Niet noodzakelijk, maar in sommige situaties wel handig.” Dat kan een overlijdensrisicoverzekering zijn als het partnerpensioen (nabestaandenpensioen) dat via de werkgever verzekerd is, ontoereikend is. Of een reisverzekering. „Als je in Amerika een hartaanval krijgt en in een ziekenhuis wordt opgenomen, sta je versteld van de factuur die je vervolgens krijgt. Het is maar de vraag of je zorgverzekering in Nederland die kosten volledig vergoedt. Of stel dat je in een gebied bent dat getroffen wordt door een tsunami. Dan wil je alleen nog maar zo snel mogelijk naar huis. In die situaties is een reisverzekering handig. Zelf heb ik er wel een paar tientjes voor over om dat soort ellende te voorkomen.”

Ook de rechtsbijstandsverzekering is er eentje in de b-categorie. „Die worden in toenemende mate afgesloten”, aldus Wansink. „Misschien niet echt nodig, maar wel begrijpelijk, want de gratis rechtsbijstand van de overheid voor mensen met lagere inkomens is steeds beperkter geworden. Met zo’n verzekering voorkom je dat je zelf voor de kosten van een juridisch geschil opdraait.”

En de uitvaartverzekering? „De meeste mensen laten voldoende geld na om een uitvaart met een kopje koffie en een plakje cake van te betalen”, zegt Wansink. „Vaak kiest men desondanks voor een verzekering en dan liefst een in natura, omdat alles dan voor je geregeld wordt. Dat lijkt zo gemakkelijk. Maar zelf een begrafenisondernemer bellen is net zo eenvoudig.”