SBM Offshore, of een taart van tien euro

Als je wilt beleggen in olie en gas, koop dan geen Koninklijke Olie, maar bedrijven als SBM Offshore. Dat was de boodschap van de allereerste aflevering van deze rubriek, op 12 maart van dit jaar. Robeco-analist Peter Csoregh gaf er de über-boodschap bij. ,,Het business model van big oil is op sterven na dood.” Deepwater Horizon, het BP-platform in de Golf van Mexico dat in vlammen opging, ,,werd niet gerund door BP, maar door kleinere, gespecialiseerde bedrijven. Daar zit de knowhow”. En de kans voor beleggers. „Veel van die spelers noteren onder hun werkelijke waarde. Door de kredietcrisis is voor 230 miljard dollar aan kostbare exploratieprojecten stilgelegd.”

Op de beurs deed SBM toen 19 euro, maar de meeste analisten vonden het aandeel destijds 24 euro waard. Vervolgens gaf SBM in week 30 een winstwaarschuwing af, en zette het in week 33 zijn bestuursvoorzitter aan de dijk. Nu schommelt het aandeel rond de 13 euro. Dan heb je als rubriekschrijver toch wat uit te leggen. Of liever: uit te zoeken. Noblesse oblige. Wat ging er mis?

Michel Aupers is offshore-analist bij Rabobank. ,,SBM rapporteert al drie jaar lang kostenoverschrijdingen op sommige van zijn projecten.” De laatste winstwaarschuwing vond zijn oorzaak in boorplatforms voor ondiep water, in Canada en Noorwegen.

Beide projecten vielen gezamenlijk liefst 450 miljoen dollar duurder uit dan begroot. Dat is veel geld, op een jaaromzet van drie miljard dollar. SBM ontwerpt zulke complexe installaties, zorgt ervoor dat de onderdelen worden gebouwd op werven over de hele wereld en zet ze ter plaatse in elkaar. De opdrachtgevers zijn oliemaatschappijen, waarmee SBM van tevoren een prijs afspreekt. „De budgetverantwoordelijkheid ligt bij SBM”, zegt Aupers. „ Het is alsof ik bij jou een taart bestel voor tien euro. Als jij die drie keer laat mislukken, boeit mij dat verder niet.”

De über-boodschap blijft. De eenvoudig winbare olie en gas raken op. Oliemaatschappijen moeten uitwijken naar moeilijker bronnen in de diepe zee. SBM kan de complexe techniek organiseren die daarvoor nodig is. Maar de risico’s zijn groter, ook financieel. De gemiddelde omvang van de projecten is in tien jaar tijd verdubbeld, van een half miljard dollar naar een miljard of meer. En de oliemaatschappijen in de opkomende economieën eisen meer local content.

„Brazilië, waar SBM veel zaken doet, wil zijn lokale industrie vooruit helpen.” Het werken met lokale, vaak onervaren onderaannemers maakt de kosten ook moeilijker beheersbaar. „De ingenieurs van SBM bedenken prachtige techniek”, zegt Aupers. ,,Maar die moeten ze ook binnen budget opleveren. Als je drie jaar op rij zeperds haalt, verliezen beleggers het vertrouwen in je kunnen.”

Joost Ramaer

    • Joost Ramaer