Ontmantel die vrijplaats aan de Zuidas

Nederland is een belangrijke schakel in een netwerk dat een Gaddafi in staat stelt om belasting te ontduiken, betogen Rodrigo Fernandez en Katrin McGauran.

Trots meldde De Nederlandsche Bank (DNB) vorige week in een persbericht dat Nederland de wereldranglijst voor buitenlandse investeringen aanvoert. In 2009 kwam maar liefst 3.000 miljard dollar aan geïnvesteerd geld Nederland binnen en de uitgaande investeringen bedroegen 3.700 miljard dollar. Dit is respectievelijk 377 en 465 procent van het bruto nationaal product (bnp).

De Verenigde Staten, een land met een nationaal inkomen van ruim 14.000 miljard dollar, stonden op de tweede plek, met inkomende en uitgaande investeringen van respectievelijk 2.300 miljard dollar en 3.500 miljard dollar, oftewel 16 en 25 procent van het bnp.

De verhouding tussen het bnp en buitenlandse investeringen is in Nederland dus twintig keer groter dan die van de Verenigde Staten.

Dit is geen reden voor trots. Het zou kritische vragen moeten oproepen bij DNB. Nederland is een belangrijke schakel in een netwerk dat grote multinationals, banken, maar ook een Gaddafi in staat stelt om hun belastingverplichting te ontwijken.

In de toptien van grootste inkomende en uitgaande portfolio-investeringen en interbancaire leningen scoren landen als Nederland, Zwitserland, de Kaaiman-eilanden, Ierland en Luxemburg altijd hoge ogen. Het Internationaal Monetair Fonds noemt deze landen offshore financial centers. Deze term benadrukt dat de financiële stromen met niet-ingezetenen vele malen groter zijn dan de nationale economie zou rechtvaardigen. Deze kleine economieën met gigantische financiële waterhoofden zijn schakels in een keten van financiële centra die multinationale ondernemingen, banken en hedgefondsen in staat stellen om onvoorstelbare kapitaalstromen de wereld rond te pompen. Deze financiële stromen hebben geen relatie met enige reële economische activiteiten in het land waar ze in de boeken komen.

De inkomende en uitgaande financiële stromen vinden grotendeels plaats in lege hulzen, beter bekend als ‘brievenbusondernemingen’. Nederland telt hiervan naar schatting een slordige 20.000. Het belangrijkste doel van deze bedrijven is het ontwijken van belastingverplichtingen en het omzeilen van regulering.

Internationale instituties als de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en het Internationaal Monetair Fonds zijn al jaren bezig om deze schimmige wereld in te dammen, maar dit verborgen circuit groeit.

Een voorbeeld hiervan was het Nederlandse filiaal van Lehman Brothers. Net voordat deze bank ineenstortte, in 2008, was dit filiaal gemachtigd om voor 100 miljard euro aan schulden uit te geven, gedekt door in de VS verboden, complexe producten. Het Nederlandse filiaal was niet verantwoordelijk voor de ineenstorting van Lehman Brothers, maar was wel een cruciale schakel waardoor de bank zo veel schulden kon opbouwen.

Lehman Brothers zou de spreekwoordelijke kanarie in de mijn moeten zijn voor DNB en het ministerie van Financiën. Het tolereren van zulke grote en oncontroleerbare financiële stromen brengt de stabiliteit van het financiële systeem in gevaar.

DNB zou kritische vragen moeten stellen over de fiscale en regulatieve vrijplaats die is opgebouwd door een klein leger van 15.000 fiscalisten, notarissen en juristen op de Amsterdamse Zuidas. Tegenover belastingopbrengsten van een miljard euro in Nederland staat een veelheid aan belastinginkomsten die elders verloren gaat. De non-gouvernementele organisatie Christian Aid becijferde in 2008 dat alleen ontwikkelingslanden jaarlijks al ruim 160 miljard euro mislopen aan belastingopbrengsten, tegenover de totale stroom aan ontwikkelingshulp van 100 miljard.

Nederland zou niet moeten willen profiteren van deze parasitaire sector. De financiële vrijplaats aan de Zuidas is een zwaard van Damocles boven de reputatie van Nederland en zijn financiële sector. DNB doet er, als onafhankelijk adviesorgaan met als taak om de financiële stabiliteit te garanderen, goed aan om de minister van Financiën te adviseren om een einde te maken aan deze vlek op het Nederlandse financiële blazoen.

Rodrigo Fernandez is als financieel geograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en is associate researcher bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Katrin McGauran is onderzoeker bij SOMO.

    • Rodrigo Fernandez
    • Katrin Mcgauran