Meedogenloze corruptiebestrijder

Ngozi Okonjo-Iweala bindt als minister van Financiën in Nigeria voor de tweede keer de strijd aan met corruptie.

Managing Director of the World Bank Ngozi Okonjo-Iweala speaks during a news conference in Tirana in this January 10, 2011 file photo. Okonjo-Iweala, who is returning home to Nigeria from Washington, said in an interview with Reuters on August 11, 2011 that she hopes to help diversify her country's economy. Picture taken January 10, 2011. To match Interview NIGERIA-ECONOMY/OKONJO REUTERS/Arben Celi (ALBANIA - Tags: BUSINESS POLITICS) REUTERS

Ngozi Okonjo-Iweala, die haar functie als algemeen directeur van de Wereldbank verruilt voor die van minister van Financiën van Nigeria, staat voor een zware taak. Ze wil de Nigeriaanse economische activiteit verbreden en de overheid efficiënter maken. Kernbegrippen voor Okonjo-Iweala zijn coherentie, stabiliteit en transparantie – woorden waar ook de rapporten van haar vorige werkgever mee vol staan. Zo moet Nigeria een aantrekkelijk land worden voor buitenlandse investeerders.

Het is de tweede keer dat de oud-student van Harvard in Nigeria minister van Financiën wordt. En ook de eerste keer had ze vergaande hervormingsplannen, wilde ze Nigeria minder afhankelijk maken van olie- en gasexport, wilde ze inflatie, corruptie en woekerende overheidsuitgaven beteugelen.

Toen Okonjo-Iweala van 2003 tot 2006 minister van Financiën was, wist zij de staatsschuld met 12,5 miljard euro terug te dringen. Meedogenloos ontsloeg ze corrupte ambtenaren – en maakte ze vijanden. Het is dan ook de vraag hoeveel vrijheid zij krijgt in het veertig leden tellende kabinet van president Goodluck Jonathan om de volgens haar „angstaanjagende” sociaal-economische problemen te bestrijden.

Sommige analisten zien de keuze voor haar als een teken dat Jonathan werk wil maken van hervormingen. Maar de regerende elite heeft er belang bij om de status quo in stand te houden. De Wereldbank schat dat sinds de onafhankelijkheid in 1960 in Nigeria zo’n 300 miljard dollar door corruptie zijn verdwenen.

Nigeria is voor 95 procent van haar buitenlandse valuta afhankelijk van de export van onverwerkte grondstoffen – vooral olie en gas. De economie is daardoor heel gevoelig voor schommelingen in de grondstofprijzen. Bovendien wordt nu 25 procent van de nationale begroting opgeslokt door de volksvertegenwoordiging. Parlementsleden verdienen meer dan 100.000 dollar per maand, terwijl een meerderheid van de bevolking moet rondkomen van minder dan 1,25 dollar per dag.