Kramnik als wilde schilder

A natoli Karpov vond dat de ‘Superfinale’, de mooie naam voor het kampioenschap van Rusland, geen superfinale mocht heten, maar een superklucht. Dat zei hij omdat er dit jaar maar acht deelnemers waren, die dus maar zeven partijen speelden.

Vroeger speelden we 20 of 24 partijen, maar tegenwoordig vinden ze een toernooi van elf ronden al te lang, bromde Karpov. Ja, vroeger was alles beter, in ieder geval het schaakleven in Rusland. Je kunt er tegen in brengen dat het in die goede Sovjettijd van Karpov ook wel makkelijk was om de mooiste zalen van Moskou een maand voor het schaken te reserveren. Modeshows en autotentoonstellingen waren er toen nog niet.

Het was inderdaad een klein toernooi, die ‘superfinale’ in het Botwinnik Schaakhuis aan de Gogol boulevard in Moskou, maar er werden wel veel bezienswaardige partijen gespeeld. Peter Svidler werd kampioen, voor de zesde keer. Hij doet altijd zo bescheiden, alsof hij vindt dat hij eigenlijk niet schaken kan, maar wie zes keer kampioen van Rusland is geworden bevindt zich bijna op de stratosferische hoogte van Michail Botwinnik en Michail Tal, die zes keer kampioen van de Sovjet-Unie waren.

Alexander Morozevitsj werd tweede. In drie toernooien achter elkaar is de wonderbaarlijke goochelaar nu hoog geëindigd. Als een jojo schiet hij op en neer op de wereldranglijst. Drie jaar geleden stond hij tweede achter Anand. In juli van dit jaar stond hij 48ste, maar op de dagelijks bijgehouden onofficiële lijst staat hij alweer op nummer 18. Met stip, zeggen zijn fans, die graag zien dat Morozevitsj door het plafond schiet, maar bij hem weet je het nooit. Voor je het weet trekt hij zich terug uit een toernooi omdat hij een hinderlijke vlieg in zijn brein voelt zoemen.

Vladimir Kramnik deelde de derde plaats met Karjakin en Grisjtsjoek, en misschien is dat een beetje teleurstellend voor een oud-wereldkampioen, maar zijn partijen waren dat beslist niet.

In zijn jonge jaren speelde Kramnik avontuurlijke aanvalspartijen, maar nadat hij in 2000 wereldkampioen was geworden, werd hij de technicus die zich specialiseerde in het verzilveren van minuscule voordeeltjes.

„Een schilder schildert”, zei hij in die tijd. Hij bedoelde dat hij geen boodschap had aan de kritiek op zijn stijl, omdat een kunstenaar zijn eigen weg gaat, en zich niets aantrekt van het gekrakeel van de leken.

De laatste tijd, eerst in Dortmund en daarna in Moskou, heeft de voormalige fijnschilder Kramnik het plezier hervonden in het verven met brede kwast. De nieuwe Kramnik offert stukken alsof het niets is. Soms verliest hij ermee, zoals in Dortmund tegen Nakamura en in Moskou tegen Svidler, en soms wint hij, maar hij speelt in ieder geval weer partijen waar het plezier vanaf spat.

Alexander Galkin - Vladimir Kramnik, Superfinale Moskou 2011

1. e4 d6 2. d4 Pf6 Het lijkt een Pirc te worden. 3. f3 Maar wit wil misschien een soort Koningsindisch na 3...e5 4. d5. 3...c5 Uitnodiging tot een Benoni. 4. Pe2 Maar wit wil er een Siciliaan van maken. 4...e6 5. Le3 d5 6. dxc5 Pbd7 En nu is na de vreemde openingsschermutselingen een nooit eerder vertoonde stelling ontstaan. 7. Pbc3 dxe4 8. b4 b6 De nieuwe Kramnik in actie. Hij gaat een speculatief stukoffer brengen. 9. c6 Lxb4 10. cxd7+ Lxd7 11. a3 La5 12. Dd4 De7 13. fxe4 Zwart heeft voor zijn stuk slechts een pion, maar door de penning van Pc3 is het moeilijk voor wit om zijn ontwikkeling te voltooien en zijn koning in veiligheid te brengen. 13...e5 14. Dd3 0-0 15. Lg5 Tac8 16. Lxf6 Dxf6 17. 0-0-0 Le6 18. Pd5 Lxd5 19. exd5 e4 20. Dd4 Dd6 21. h4 Wit geeft een pion om zijn toren eindelijk te activeren. 21...Dxa3+ 22. Db2 Dc5 23. Th3 Sterk in aanmerking kwam 23. h5 met de kleine dreiging 24. h6. Als zwart dan 23...h6 doet staat wit er beter voor dan in de partij. 23...e3 24. Tg3 Ld2+ 25. Kb1 g6 26. h5 Tfe8 27. hxg6 hxg6 28. Th3 Wit heeft ook wat aanval gekregen en dreigt nu zelfs mat. 28...Te5 Een mooi antwoord. Wit kan de toren niet nemen, omdat hij c2 moet blijven dekken. 29. Pc1 Lc3

Tot hier heeft wit zich goed geweerd, maar nu maakt hij een ernstige fout. 30. Db3 Hij had 30. Da2 moeten doen. Zwart kan dan remise maken met 30...Db4+ 31. Db3 Da5 32. Da2 Db4+, maar nodig is dat niet, hij heeft verschillende manieren om de strijd gaande te houden. 30...Te4 31. Pa2 Da5 Nu is 32...Tb4 met damewinst niet meer te verhinderen. 32. La6 De beste kans was 32. d6 Tb4 33. Dxb4 Lxb4 34. d7 Td8 35. Txe3 en met de sterke pion op d7 is er nog enige hoop voor wit. 32...Tb4 33. Lxc8 Txb3+ 34. cxb3 e2 35. Pxc3 Dxc3 Wit gaf op.

    • Hans Ree