Intellectuele integriteit

Toen Anders Breivik vier weken geleden op Utøya een bloedbad aanrichtte, sloten Noorse moslims zich thuis op uit angst voor represailles op straat. De terreur kon alleen uit islamitische hoek komen, dachten ook zij. Pas toen bekend werd wie Breivik was, gingen ze weer naar buiten. Is daarmee het onderliggende tij gekeerd? Volgens een Noorse sociaal werker van Somalische origine is de islamofobie nu hooguit even minder zichtbaar. Een „afkoelingsperiode”, zei hij in deze krant.

Een goede samenvatting van de stemming een maand na dato in grote delen van Europa. In Nederland lijkt het denken over Breivik zelfs alweer bevroren. Op zijn eerste persconferentie na het reces wilde premier Rutte niet veel woorden vuilmaken aan de vraag of ook politici en intellectuelen een voedingsbodem voor de terreurdrang van Breivik zouden kunnen hebben gecreëerd. Breivik is gewoon een „totale idioot”, aldus Rutte, als ware hij een psychiater die op afstand diagnosticeert. Nog geen dag later publiceerde The New York Times een reportage over die mogelijke voedingsbodem: in nota bene Nederland. De krant staat niet alleen in haar zoektocht naar de inspiratiebronnen die de ‘eenzame wolf’ Breivik in zijn Umfeld heeft gevonden. Maar in Nederland lijkt de verhouding tussen woord en daad nauwelijks een thema. Nadat PvdA-leider Cohen zei dat „woorden ertoe doen”, flakkerde een dialoog op die weer snel doofde. Toen Rutte Wilders’ omschrijving van moskeeën als „haatpaleizen” „verschrikkelijk” noemde, bleef het stil. Raar. Maar op verzoek van GroenLinks moet de Kamer er snel over debatteren.

Zo moeilijk is het toch niet? In zijn nieuwe boek De intellectuele verleiding, dat over circa twee weken uitkomt, antwoordt VVD’er Bolkestein op de vraag of „ideeën echt van belang” zijn: „Natuurlijk.” Niet altijd. „Maar het blijft waar dat schrijvers binnen een bepaalde context werken en dat hun geschriften invloed uitoefenen op de samenleving”, schrijft hij. Als dat al voor intellectuelen geldt, dan toch zeker voor politici.

Bolkestein scherpt daarmee de redenering van Cohen terecht aan. Maar ook hij zal de meningsvorming vermoedelijk niet aanzwengelen. Helaas. Want het is wel nodig. Buiten de gebruikelijke hysterische fora op links en rechts lijkt het taboe een voedingsbodem voor Breivik te benoemen. Wegkijken heeft na enkele weken de voorkeur.

Deze neiging getuigt niet alleen van treurig gebrek aan intellectuele discipline, ze leidt ook tot schijnheiligheid. Zo is het curieus dat het (naar een woord van Wilders) „ranzig” is een spoor te zoeken tussen Breivik en ideologen op de site Gates of Vienna, zoals de rabiate Fjordman en Spencer, terwijl Wilders zelf onbekommerd Mein Kampf en de Koran op één lijn plaatst. Merkwaardig is dat Marokkanen in 2004 geacht werden zich in het openbaar te distantiëren van de moordenaar van Van Gogh – burgemeester Aboutaleb van Rotterdam liep toen, als wethouder van Amsterdam, overigens vooraan in een stille tocht langs moskeeën – maar dat Breivik nu kennelijk op een andere planeet leeft.

Dat heet dubbele moraal. Zo’n houding kenmerkend voor radicale ideologen, is psychologisch verklaarbaar maar maatschappelijk gevaarlijk. Zulke gespletenheid kan de democratische meningsvorming perverteren. Dubbele moraal leidt tot een dialoog van doofstommen. Dat gaat trapsgewijs. Wanneer elementaire feiten niet meer algemeen aanvaard worden, is er geen reden meer om zo consequent mogelijk te redeneren. Dan is 2+2 in de ene som 4 en in de andere 5. In ieders eigen parochie bejubelen de gelovigen elkaar om de ander te verketteren: een soort geestelijke apartheid. Voor een levende democratie kan dergelijke segregatie fataal zijn. Om dat te voorkomen zijn intellectuele discipline en intellectuele integriteit geen luxe maar bittere noodzaak.