Iedereen is hier op zijn eigen streek gericht

A local undertaker looks on at the covered body of alleged mobster Pasquale Russo, who was killed by two gunmen hiding in a stolen ambulance downtown Qualiano, on the outskirts of Naples, southern Italy, Wednesday Nov. 8, 2006. According to reports, investigators say the murder could signal the restart of a bloody Camorra (Mafia-like crime syndicate) war, after an eight-day ceasefire following the signing of a "security pact" between the Italian government and local authorities. (AP Photo/Salvatore Laporta) AP

In de boemeltrein van Palermo naar Reggio Calabria verwijzen de sinaasappelboomgaarden en azuurblauwe zee elke doemgedachte over een faillissement van Italië naar de prullenbak. Bij de Straat van Messina glijdt de trein de veerpont op. Generaties politici beloofden hier de brug te bouwen die Sicilië met het vaste land zou verbinden en Italië zou verenigen. Maar de Ponte sullo Stretto is ook voor Berlusconi een stap te ver. Tot spijt van de maffia, Cosa Nostra in Sicilië en de ’Ndrangheta in Calabrië. Ze hadden er graag als onderaannemers geld aan verdiend.

Terwijl Cosa Nostra macht verloor, is de ’Ndrangheta de laatste vijftien jaar uitgegroeid tot de machtigste maffiaorganisatie van Europa. Ze expandeert in Noord-Italiaanse steden. Ze controleert een belangrijk deel van de cocaïnehandel van Zuid-Amerika naar Europa via havens in Spanje en Rotterdam en ze infiltreert het Italiaanse bedrijfsleven. Schattingen over de omzet lopen uiteen van 30, 40 tot veel meer miljard euro.

Magistraat Michele Prestipino (54) is de schrik van zowel Cosa Nostra als ’Ndrangheta. Hij en collega’s arresteerden in 2006 de ‘baas der bazen’ Bernardo Provenzano , die meer dan veertig jaar voortvluchtig was. Andere topmannen van Cosa Nostra op Sicilië volgden. Sinds 2008 krijgt ook de ’Ndrangheta klap na klap. In dat jaar werd Prestipino met zijn baas Giuseppe Pignatone van Palermo overgeplaatst naar Reggio Calabria om de strijd tegen de ’Ndrangheta kracht bij te zetten. Justitie arresteerde sindsdien 1.400 ’Ndrangheta-leden, 52 voortvluchtige clanleiders en nam 1,3 miljard euro aan bezittingen in beslag.

Ook tijdens het gesprek met Prestipino wordt een succes gemeld: Giovanni Strangio, hoofddader van een afrekening bij een pizzeria in Duisburg en in Amsterdam gearresteerd, heeft levenslang gekregen.

Wie een van de breinen achter deze successen wil spreken over de vraag of er nog hoop is voor Italië, moet zich een weg banen door een haag van beveiligers. Voor het marmeren Paleis van Justitie staan onder palmbomen twee agenten met automatische wapens. Als de liftdeur opent, kijken vier mannen die hun schoudertasje met wapens op het bureau voor zich hebben liggen de bezoeker ongeïnteresseerd aan. Het zijn de lijfwachten van de officier van justitie. Ze volgen hun baas als een schaduw.

Geen overbodige luxe. De ’Ndrangheta slaat terug. In 2010 ontplofte een bom voor het Paleis van Justitie. „De aanslag toont aan dat we op de goede weg zijn in de maffiabestrijding”, zegt Prestipino. Hij blijkt een gereserveerde man en komt professoraal over. De vraag in hoeverre zijn werk consequenties heeft voor zijn privéleven, wil hij niet beantwoorden. „Ik houd van mijn vak en kan er mij ei in kwijt”, is wat hij daarover zegt.

De successen van het OM tonen volgens Prestipino aan dat de maffia niet onaantastbaar is. „De staat heeft veel bereikt. Sicilië vandaag is niet het Sicilië van twintig jaar geleden. De maffiabazen die de staat in de jaren 90 hebben uitgedaagd met aanslagen en militaire operaties zijn geneutraliseerd.” Als de staat de beste bronnen inzet en iedereen zijn deel bijdraagt, kunnen resultaten worden geboekt. „Dat heb ik ook hier in Reggio Calabria ervaren. Maar het is een proces van lange adem, zeker in een gebied waar de maffia diep is geïnfiltreerd. In sommige dorpen behoort meer dan 10 procent van de inwoners er toe.” Prestipino put uit de samenwerking van staat en samenleving vertrouwen voor de toekomst. „Ik geloof dat dit land enorme bronnen en krachten heeft. Dat ons structurele problemen in de weg zitten, komt doordat we nog een jong land zijn.” Duitsland is dat ook, maar Italië heeft veel meer moeite om een nationale identiteit op te bouwen, constateert de magistraat. „Iedereen is hier gericht op zijn eigen dorp, stad of streek. Het voordeel daarvan is dat die hun eigen aantrekkelijke karakter behouden dat buitenlanders zo aantrekt. Maar uiteindelijk is het een groot nadeel. Je mist de collectieve en nationale dimensie. In andere landen hebben burgers min of meer hetzelfde idee over wat de publieke zaak is. In Italië hebben we daar in het Noorden en het Zuiden heel verschillende ideeën over. We moeten werken aan een gezamenlijk gevoel. Italianen realiseren zich onvoldoende dat privébelang dient samen te gaan met de publieke zaak om algemeen welzijn te bereiken.”

Over Berlusconi wil hij als magistraat niets zeggen. Hij beperkt zich tot een parafrase uit de roman De gebroeders Karamazov van Dostojevski. „Wantrouw zowel grote verleiders als grootinquisiteurs. Allebei transformeren ze de burgers tot kleuters.”