Hommels doorzien probleem van de handelsreiziger

Hommels vliegen niet simpelweg naar de dichtstbijzijnde bloem: ze zoeken en onthouden de kortste route tussen verschillende bloemen. Die weten ze na een aantal testvluchten feilloos te vinden, schrijven Britse onderzoekers deze week in Biology Letters.

De Britten plaatsten zes nepbloemen met nectar zo dat hommels die de benodigde vliegafstand wilden minimaliseren, soms beter eerst een verderop gelegen bloem konden bezoeken; steeds naar de dichtstbijzijnde bloem vliegen zou in totaal een langere route opleveren. Toen de hommels aan het experiment begonnen, was hun vlucht van de nestkast naar de zes bloemen en terug gemiddeld 2,5 keer langer dan de kortst mogelijke route. Na 80 vluchten hadden de hommels gemiddeld nog maar de helft van die vliegafstand nodig om alle bloemen te bezoeken en was hun route gemiddeld nog maar 50 procent langer dan strikt noodzakelijk.

Het uitstippelen van de kortste route tussen verschillende locaties, waarbij je elke plek maar één keer mag bezoeken, noemen wiskundigen ook wel het ‘handelsreizigersprobleem’. Voor het oplossen daarvan zijn ingewikkelde algoritmes nodig – hoe meer plaatsen, hoe lastiger. Hommels gebruiken die algoritmen natuurlijk niet. Wat ze wel doen, is verschillende gevlogen routes met elkaar vergelijken en daaruit afleiden, en onthouden, wat de kortste route is. Deze combinatie van ruimtelijk leren, vergelijken en onthouden is een ingewikkeld cognitief proces dat nog niet eerder bij insecten was aangetoond. Hoe de minuscule insectenhersenen het voor elkaar krijgen, is nog geheel onduidelijk. Nienke Beintema

    • Nienke Beintema