Fase van 'willen' is voorbij, het is nu 'moeten'

De eurolanden hebben geen keus: de komst van euro-obligaties is onvermijdelijk.

Mr. Eurobond Guy Verhofstadt schreef het al in 2009. Toen wilde niemand er nog aan. „ Maar door de crisis begrijpen steeds meer mensen welke kant het op moet.”

Guy Verhofstadt. Katrijn Van Giel katrijn van giel

Guy Verhofstadt, voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement en oud-premier van België, heeft soms het gevoel dat hij een spijker in de muur probeert te slaan. Het ideaal waar hij aan werkt is een verenigd Europa dat zich staande houdt tussen de grootmachten in de wereld. Wat hij ziet is een zwak en verdeeld Europa waarvan de politieke leiders „meesurfen op de golf van nationalisme en populisme”. Maar de afgelopen week kwam zijn spijker een klein beetje verder. Opeens ging het in heel Europa, en vooral in Duitsland, over een idee waar híj in 2009 als eerste politicus voor pleitte: Europese obligaties.

Die zouden er kunnen komen om de euro te redden – er zou dan een Europese schuld ontstaan, gegarandeerd door alle eurolanden, met een lagere rente dan landen als Griekenland, Italië en Spanje nu betalen en met minder risico op speculatie. Duitsland was er altijd principieel en fel tegen. Maar in Der Spiegel kwam minister van Financiën Wolfgang Schäuble vorige week alleen met praktische bezwaren tegen ‘eurobonds’, waardoor het ineens reëel werd dat ze er komen: want dan zijn er ook oplossingen.

In een doodstil Europees Parlement in Brussel – het is nog reces – zit Guy Verhofstadt (58) in zijn werkkamer. Een dag eerder hebben de Franse president Sarkozy en de Duitse Bondskanselier Merkel in Parijs gezegd dat er een Europese economische regering moet komen, geleid door de Belg Herman van Rompuy. Van Rompuy is voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders en organiseerde al eerder crisisvergaderingen over de euro.

Als Van Rompuy Mr. Euro is, zoals Vlaamse kranten schrijven, dan is Guy Verhofstadt Mr. Eurobond. De vroegere voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors had begin jaren negentig al eens gezegd dat er Europese obligaties moesten komen, maar die wilde hij gebruiken om de EU-begroting ruimer te maken. Er waren ook wel specialisten die het idee hadden uitgewerkt. „Maar ik denk wel dat ik er van de politici als eerste mee kwam”, zegt Verhofstadt.

Dat was in zijn boek ‘De weg uit de crisis. Hoe Europa de wereld kan redden’. Euro-obligaties zouden de eurozone sterk maken, schreef Verhofstadt. De VS waren het voorbeeld, de Amerikanen wisten al sinds 1790 wat de voordelen waren. „Mijn boek is van maart 2009. De schuldencrisis begon in december 2009. Jean-Claude Juncker (premier van Luxemburg en voorzitter van de eurogroep van ministers van Financiën, red.) en de Italiaanse minister van Financiën Tremonti zijn toen al snel gevolgd. Tremonti zei zelfs dat er geen eurocrisis zou zijn ontstaan als er al euro-obligaties waren geweest.”

Aan het begin van de afgelopen week stuurde Verhofstadt een opgewekt persbericht rond over de Duitse ‘opening’: als minister van Financiën Schäuble geen euro-obligaties wil zolang alle zeventien eurolanden hun eigen financieel beleid hebben, dan was het nu hoog tijd voor een gezamenlijk Europees financieel-economisch beleid.

U denkt dat de euro-obligaties er nu komen?

„De oppositie in Duitsland is ervoor. De Europese Centrale Bank heeft al meer dan 100 miljard euro aan Griekse, Portugese, Ierse en Italiaanse leningen. Als de balans van de bank wordt opgemaakt, zal dat gedekt moeten worden door de lidstaten. Men begint in te zien dat alle halve maatregelen niet werken. Eerst waren er bilaterale leningen aan Griekenland, toen kwam er een noodfonds, met te weinig geld, dat niet op de secundaire markten mocht lenen. Daarna toch weer wel, maar het fonds is gebaseerd op unanimiteit. Het is genoeg dat er één eurosceptische partij aan de macht is om zo’n lening uit het fonds tegen te houden.

„Alles bij elkaar is er nu al zo’n 400 miljard opgekocht en nog helpt het niet. De markten testen of we een echte unie zijn. We zijn nu zover dat Sarkozy over euro-obligaties zegt: ‘We doen die euro-obligaties later’ en dat Schäuble zware voorwaarden noemt. Dat is een grote mentale stap.”

Maar Merkel zei in Parijs dat ze van zo’n ‘paukenslag’ de oplossing niet verwachtte.

„Merkel en Sarkozy komen nu met een Raad van regeringsleiders voor de eurozone. Maar zeventien regeringsleiders kunnen de eurozone niet regeren door twee keer per jaar bij elkaar te komen. Men blijft maar rond de hete brij draaien.”

Duitsland en Frankrijk zeggen allebei: als er euro-obligaties komen, stijgt de rente voor de sterke landen. Dat blijkt toch ook uit onderzoek?

„In zijn algemeenheid zal het rentepeil dalen. De rente zal hoger worden voor landen als Duitsland, maar dat kan gecompenseerd worden. Er zijn voor zo’n Europese obligatiemarkt drie of vier modellen. In één daarvan is de bijdrage die elk land moet betalen gedifferentieerd. Je kunt aan landen met de AAA-status de garantie geven dat ze niet méér hoeven te betalen dan nu. Het is de bedoeling dat landen eraan werken om hun schuld af te bouwen tot 60 procent van het bruto binnenlands product. De schuld kunnen ze tot een maximum van 60 procent van het bbp, uitzetten in Europese obligaties. En de rest in eigen beheer. Je ziet dan altijd wat de markten doen. Je ziet wat het verschil is in rente op de euro-obligaties en op de eigen obligaties van een land. Door een compensatiemechanisme hoeven sterke landen dan geen frank extra te betalen.”

De landen die het moeilijk hebben, betalen dan de extra kosten voor de sterke landen?

„Ja, maar die landen betalen dan wel een stuk minder dan nu. Door het liquiditeitsvoordeel van zo’n grote Europese obligatiemarkt daalt hun rente.”

Maakt het zwakke landen niet lui? Ze hoeven niet meer zo streng te zijn voor zichzelf, de hele eurozone staat garant voor hun schulden.

„Je kunt ervoor zorgen dat juist het omgekeerde gebeurt. Als een land niet rigoureus het pad op gaat naar een schuld van 60 procent van het bbp, op een afgesproken datum, gaat het deel dat hij in euro-obligaties mag hebben naar beneden. Dat wordt dan niet 60 procent, maar 40 of 30. En een land dat veel te weinig doet, kan zelfs helemaal uit de Europese obligatiemarkt worden gestoten. Dat is veel effectiever dan een land het stemrecht afnemen in een vergadering, wat toch niet gebeurt. Of een land boetes laten betalen, wat ik ook niet snel zie gebeuren.”

Hoe democratisch is het als je een groot deel van het belastinggeld overhevelt naar een niveau waar burgers niet direct invloed op hebben?

„Het moet gecontroleerd worden door de Europese Raad van regeringsleiders. Het Europees Parlement en nationale parlementen moeten hun regering kunnen confronteren met wat er gebeurt met de rentes. En kan een controlesysteem worden opgebouwd. Als dat ernstig gebeurt, zie ik geen probleem.”

Wordt de Europese Unie een Schuldenunie?

„De schulden zijn er al. Gemiddeld ligt de schuld van de eurolanden al boven de 80 procent.”

Een Europese obligatiemarkt past in de ‘grote sprong voorwaarts’, zoals u het zelf noemt en die u zo wenst, naar méér Europa. Maar als burgers in bijvoorbeeld Duitsland of Nederland dat nu gewoon niet willen?

„De fase van ‘willen’ is voorbij. Het is nu ‘moeten’, omdat het de enige manier is om uit de eurocrisis te komen. De ECB kan niet doorgaan met het opkopen van alle slechte obligaties. En als er nu twee landen zijn die voordeel hebben van de euro, dan zijn het Nederland en Duitsland. Ik had deze zomer voor weekblad de Economist een online debat met de Duitse professor Hans-Olaf Henkel. Daar stond een tabel bij waaruit bleek dat de uitvoer van Duitsland naar Griekenland sinds de euro is verviervoudigd. Maar volgens Henkel moet er een noordelijke eurozone moet komen met landen als Duitsland, Nederland, Finland, Oostenrijk. Ik vind dat een gevaarlijk fantasme. Je beseft dan niet dat je de eenheidsmunt opgeeft. We krijgen twee markten en voordat je het weet zijn we terug bij de nationale munten. Met monetaire grenzen. Alle voordelen van één markt zullen in een klap teniet zijn gedaan. Logistieke bedrijven in Nederland zullen daar zwaar onder lijden.

„De lezers van de Economist konden na het debat stemmen, 64 procent was voor mijn stelling, 36 procent tegen. Ik trek me daar aan op. Ik denk dat mensen te overtuigen zijn als ze de rekening zien.”

Is het bij de liefde voor of afkeer van Europa dan alleen maar een kwestie van ‘goed uitleggen’ en ‘politiek leiderschap’?

„Ik denk het wel. Democratie is in mijn beleving dat politici proberen burgers te overtuigen, niet te volgen. Als de tenoren in de politiek de moed niet meer hebben om uit te leggen dat Europa de enige oplossing is in een geglobaliseerde wereld, haken mensen af. Er was ook veel tegenstand toen Helmut Kohl de Duitse mark opgaf voor de euro. Kohl, Mitterrand en Delors waren politieke leiders met een visie. Nu zie je politieke leiders die op de trein springen van de publieke opinie en de nationale trom roeren.”

Dat zegt u ook tegen uw geestverwanten van de VVD? Tegen Mark Rutte?

„Ja. Maar ik ben niet zo pessimistisch over Nederland. Nederland vindt ook dat je de Europese instellingen moet laten controleren of landen zich aan de regels van het stabiliteits- en groeipact houden. Dat lidstaten niet zichzelf moeten controleren. Nederland zal ook begrijpen dat één Europa de enige manier is om te overleven tussen de andere grootmachten. Want hoe ziet de G8 eruit over enkele decennia? Rusland, China, Japan, de VS, Brazilië zullen erin zitten. En ook India, Indonesië en Mexico. Maar niet Duitsland. De Europese landen kunnen alleen als verenigd Europa iets betekenen. Wij zijn de uitvinders van de natiestaat en wij hebben moeite om dat los te laten. Dát is ons probleem. Wij hebben moeite om ons een post-nationaal Europa voor te stellen.”

Gaat u niet te snel voor Europese burgers? In commentaren over u wordt gezegd dat u zó visionair bent over één Europa dat u er juist tegenstand mee oproept.

„Ik ben ervan overtuigd dat door de crisis steeds meer mensen gaan begrijpen welke kant het op moet. Het is ook niet zo dat 90 procent van de burgers in Europa eurofoob is. Het is wel zo dat de extremen verharden, door de onzekerheid bij mensen. Nationalistische en populistische partijen beloven mensen een terugkeer naar grenzen en de rust rond de kerktoren. Ik ben in één opzicht Hegeliaan: ik geloof in de anti-these, het tegenverhaal. Nationalisme heeft nooit iets goeds gebracht. Nederlanders willen ook niet dat de grenzen terugkomen. Ze willen niet worden tegengehouden.”

Misschien willen ze wel vreemdelingen tegengehouden?

„De toekomst van Europa ligt in een vermenging van talen en culturen. Dat is altijd onze rijkdom geweest en die verplaatst zich nu naar de andere kant van de oceaan. Populisten proberen mensen een vals en simpel beeld van hun identiteit te geven. Als je toelaat dat politici mensen onderverdelen in categorieën, kom je bij de grote drama’s van de vorige eeuw.”

Wordt de Europese Unie een transferunie waar het geld van het rijke deel in Europa naar het arme gaat?

„Dat is altijd zo geweest. De Duitsers hebben altijd voor de Franse landbouw betaald. Sommigen zien dat als een vorm van herstelbetalingen. Het gebeurt ook door de structuurfondsen voor arme regio’s. Maar de interne markt heeft Europa goed gedaan. En een unie die niet bereid is om solidair te zijn, is geen unie.”