De teamleider volle grond toont trots het unieke nematodenveld, met bodemaaltjes

Tabaksplant die op de gemarkeerde plaatsen getest wordt op virusresistentie. Wageningen UR faciliteert en begeleiden het teeltkundig deel van het plant- en gewaskundig onderzoek. Zij combineren een praktische aanpak, technische kennis en dienstverlenende instelling om voor een concurrerende prijs professioneel experimenten te begeleiden. Foto: Peter de Krom

Al het blad van de rozen in de kas is opzij geslagen zodat alleen de bloemstelen nog omhoog steken. Het is een proef van medewerkers van Unifarm om te onderzoeken of een plukrobot de oogst voor zijn rekening zou kunnen nemen. De resultaten zijn veelbelovend, zegt Unifarm-directeur Dolf Straathof: “Door speciaal te snoeien hebben we het al voor elkaar gekregen de hele kas met witte roos tegelijk in bloei te krijgen. Voor een bedrijf zou dat interessant zijn, omdat het dan de maximale oogst kan timen voor bijvoorbeeld Valentijnsdag of moederdag. Maar dan moeten natuurlijk niet alle kwekers dat gaan doen, want dan stort de prijs in.”

Bij Unifarm zijn ze wel gewend aan vreemde experimenten. Veel van de planten in de kassen van het universiteitsonderdeel staan er verdord of verlept bij, omdat ze hier aan allerlei ziektes onderworpen worden. Buiten onderhouden de medewerkers een speciale ‘ziektetuin’, waarin studenten kunnen kennismaken met uiteenlopende plantenziekten. Pal ernaast ligt het ‘nematodenveld’, een afgerasterd veldje met tientallen betonnen ringen. In die ringen leven verschillende soorten bodemaaltjes. Het ziet eruit als een braakliggend bouwterrein, maar deze collectie is “uniek in de wereld”, zegt Straathof.

Hij is in zijn sas dat hij de bezoekers mag rondleiden over het uitgestrekte terrein. “Ik ben net terug van vakantie, nu heb ik alles mooi weer even gezien.” De route voert door een grote kas met 150 compartimenten die afzonderlijk geregeld kunnen wat betreft licht, temperatuur en luchtvochtigheid; langs luchtdicht afgesloten klimaatkamers en – per bedrijfsbusje – door het flinke areaal aan proefvelden.

Unifarm kweekt meer dan honderd verschillende gewassen, waaronder alle reguliere tuin- en akkerbouwgewassen. Er groeien tomaten in dicht opeengepakte rijen op steenwol, lelies in eindeloze rijen potten, tropische gewassen als banaan, maar ook zeesla in aquaria met zout water. Buiten zijn velden met transgene aardappelen die aan het oog onttrokken worden door hoog opschietend maïs. Omdat de aardappels kunstmatig geïnfecteerd zijn met de veroorzaker van de aardappelziekte Phytophthora is isolatie met een maïsrand verplicht.

Tijdens de rondleiding opent Straathof een kijkluikje in de dikke witte deur van een klimaatcel. Er staan jonge appelbomen onder een zeer hoge lichtintensiteit en de warmte binnen is door de ruit heen te voelen. “We proberen ze een beetje op te jagen met veel licht, hoge temperatuur en extra CO2”, zegt Straathof. “Het kan jaren duren voor een appel vrucht draagt – de beperkende stap in de veredeling.”

Een paar deuren verderop staat een opstelling waarbij de invloed van straling van zendmasten op de plantengroei wordt onderzocht. De meeste boompjes in de cel staan er groen bij, maar enkele kastanjes hebben gele verkleuringen aan hun bladeren. Of dat een gevolg is van de straling durft Straathof niet te zeggen. “Wij verzorgen alleen de planten, van genetisch gemodificeerde gewassen weten we ook niet altijd wat er precies aan veranderd is.”

In de kassen regelt een klimaatcomputer bestaande uit zeven afzonderlijke computers dat in ieder compartiment de gewenste condities heersen. Een substraatcomputer zorgt dat de planten via een buizenstelsel precies de ingestelde hoeveelheid voedingsstoffen en water toegediend krijgen. Maar hoe geavanceerd het controlesysteem ook, Unifarm kan niet zonder ervaren mensen die dagelijks door het gewas lopen om te kijken of er iets misgaat. Dat is specialistisch werk, vertelt teamleider volle grond Gerard Derks die ook meeloopt. “Gemiddeld hebben de mensen hier 25 jaar ervaring. Ons personeelsbestand vergrijst wel, dat is een aandachtspunt, want voordat iemand is ingewerkt, heeft hij hier toch wel een jaar moeten meelopen.”

“In Wageningen zitten we perfect”, zegt Straathof, wijzend op een luchtfoto waarop de proefvelden van Unifarm geel zijn ingekleurd. “Hier aan de noordkant hebben we zandgrond, aan de andere kant van de stad, langs de rivier, klei en daartussenin zit veengrond. Studenten hebben dus proefvelden in de belangrijkste Nederlandse grondsoorten op fietsafstand van elkaar.”

Slechts een kwart van de proefvelden (zo’n 65 hectare) is in gebruik, vertelt Straathof. “De rest van de grond moet in rust komen. Als we bijvoorbeeld een proef met bemesting hebben gedaan, is die mest een jaar later nog niet uit de grond. Bovendien is er net als in de normale landbouw vruchtwisseling nodig. In de tussenliggende jaren telen we op deze velden gewoon aardappels of suikerbieten.”

Het is volgens Gerard Derks een hele opgave om aan het begin van het jaar een bouwplan op te stellen: waar moet wat worden ingezaaid? “Als je in januari alles wat eraan zou komen al wist, dan zou het nog makkelijk zijn”, zegt Derks. Maar veel onderzoek moet op het allerlaatste moment nog worden geregeld. “Dat vraagt vaak een behoorlijk improvisatietalent.”

Sander Voormolen

    • Sander Voormolen