Andermans ellende, geestig verteld

Op het Fringe Festival in Edinburgh etaleren de comedians hun eigen rampspoed opdat wij ons beter voelen. maar voor een kritische houding moet je bij het toneel zijn.

In Edinburgh doen artiesten alles om aandacht voor hun voorstelling te trekken. Foto Newscom EDINBURGH, Aug. 13, 2011 Artists pose in the street in central Edinburgh, Britain, Aug. 12, 2011. The Edinburgh Fringe Festival is a part of Edinburgh's annual August art season (Newscom TagID: zumawireworldphotosfour610303) [Photo via Newscom] x99/ZUMA Press

Welk meisje in de zaal wil er graag zes wodka-shots drinken, vraagt Bryony Kimmings. Het is voor een experiment. Stand-up comedians in Edinburgh zijn dol op contact met het publiek, en veel toeschouwers doen maar al te graag mee. Als het meisje de drank krijgt, komt de aanvullende opdracht: binnen vijf minuten legen.

In 7 Day Drunk voert Kimmings uit wat ze bedacht toen ze zeven dagen dronken bleef, om te zien of alcohol creatief maakt. Het is het excuus voor een even rommelig als energiek uur met dansjes, filmpjes, astronautenpakken, jeugdverhalen, tragische stiltes.

Kimmings vraagt ook singles op het podium. Ze moeten elkaar omarmen en langzaam dansen. Of de man een hand op haar kont wil leggen. Of zij haar hoofd in haar nek wil leggen. En hem dan daar zoenen. Of hij haar op de mond wil zoenen. En tongen.

Bij de voorstelling waar ik was, deden twee wildvreemden het echt, tongen, hoe kort ook. Dat was krankzinnig, maar eigen keuze. Comedian Andrew Riches ging verder: onverhoeds zoende hij een jonge gast langdurig vol op de mond – nadat deze de opdracht om hetzelfde bij een meisje te doen had afgedaan met een zoentje op de wang. De overvallen jongen vond het niet leuk, maar hij protesteerde niet.

Dat contact leggen begint al op straat. Je kunt geen drie meter lopen zonder een flyer in hand geduwd te krijgen. Zelfs ín het herentoilet van het Assembly Theatre hangt een bord met de tekst ‘Verboden te flyeren’. De kunst van de publieksverleiding is een attractie op zichzelf.Op High Street zijn er bijna evenveel artiesten die folders uitreiken als voorbijgangers die ze aannemen. Alles voor aandacht: er is een schandpaal waar je je foto kan laten nemen, er zijn Romeinen, ridders en menselijke koelkasten, en de a capella groepjes zingen dapper door als er weer een snoeiharde regenbui valt. Want het regent altijd in Edinburgh.

De artiesten moeten zich wel op het publiek werpen, want de concurrentie is immens. De Fringe, het grote alternatieve festival, biedt een verbijsterend aantal van 2500 voorstellingen in vier weken, met meer dan veertigduizend optredens voor een miljoen bezoekers, in meer dan 250 zalen, van zompige kelders en containers tot krappe zolders en collegezalen. De hoofdmoot is comedy, maar er is ook popmuziek en theater. Het reguliere Edinburgh Festival biedt overwegend klassieke muziek en opera. En dan is er nog een eminent Boeken Festival en een kunstfestival. De festivals doen voor Edinburgh wat de prinses doet voor de kikker. De grauwe stad wordt zacht, levendig en warm. Ook al heeft iedereen haast: zeven of acht voorstellingen per dag zien is niet ongewoon. Dat kan, want een show mag maximaal een uur duren.

Verder is er weinig heilig als het erom gaat de mensen te laten lachen. Comedian Margaret Cho gaat ver in haar optreden over haar ontembare lust. Losjes rijgt de Amerikaanse de geestigste grofheden aaneen. Als ze een man maant een condoom om te doen: ‘Dat is beter voor je, geloof me. Mijn poesje is net een achterbuurt. Oprah Winfrey gaat er een school bouwen.’ Als biseksueel belijdt ze haar liefde voor poesjes, al zijn pikken makkelijker. ‘Bij poesjes heb je een pincode nodig.’

Persoonlijke ontboezemingen vormen het stramien voor comedians: ‘Wat mij nou is overkomen!’ Ze vertellen over de rampen en fouten in hun leven, opdat wij lachen en ons minder onhandig en ongelukkig voelen.

De ramp die Glenn Wool trof was dat hij op Pukkelpop mocht optreden op dezelfde dag als Iron Maiden, maar in de middag Belgisch bier ging drinken met zijn vriendin. Na het middagdutje werden ze ’s nachts wakker. Van de seks die ze hadden gehad kon zijn vriendin zich niks herinneren. Zijn conclusie: ‘Niet alleen had ik de kans gemist om backstage een concert van mijn favoriete band te volgen, maar ik had de dag bekroond met het per ongeluk verkrachten van mijn al slapende vriendin.’ Zulke grappen waren de reden dat hij niet was doorgebroken in de VS, zei Wool.

Echt grote sterren kent de Fringe nauwelijks. John Malkovich regisseert een stuk en Ruby Wax vertelt over haar depressie – akelig en zeer autobiografisch. Sterren zijn ook niet populair bij collega’s, want ze trekken aandacht weg van al die artiesten die vaak veel geld investeren in deze kans hun naam te vestigen – en die nauwelijks wat verdienen. Zoals comedian Dave Gorman zei in The Independent: „Artiesten in Edinburgh maken schulden waar Griekenland van zou schrikken”.

Teleurstellend is wel dat al die zo leep improviserende comedians weinig tot niets zeggen over de recente rellen. Alleen Jason Cook heeft een anekdote over het verschil tussen zijn zorgen voor zijn in Londen woonachtige broer en diens opgetogenheid. Zijn broer had filmpjes gemaakt van de politie in zijn tuin en riep blij: ‘Ik heb al drieduizend hits op YouTube!’

De kritische houding is wél te vinden waar die van oudsher is gegroeid: het toneel. Het stuk Federer versus Murray is een Virginia Woolf voor de Schotse onderklasse. Het oude echtpaar Flo en James slaapt apart sinds hun zoon Joe drie jaar eerder omkwam in Afghanistan. Over zijn dood hebben ze nooit gesproken. De ontlading komt tijdens de tennismatch uit de titel, waarbij auteur Gerda Stevenson knap de voors en tegens van oorlog verweeft in hun woordenstrijd. Volgens James is zijn zoon voor niets gestorven, voor de hebzucht van westerse landen, die in deals met stamhoofden de toevoer van heroïne legitimeren. Flo gelooft nog in het morele gelijk van de oorlog en hoopt dat zijn dood onderdeel is van een goede zaak. ‘Hoop is een drug, Flo’, bijt hij haar toe. ‘Het is verslavend en alles wat het doet is zorgen dat je wegdoezelt.’

    • Ron Rijghard